DagboekPaula Modersohn-Becker (1876-1907)

Dagboekfragment: Zó zou ik mijn graf willen hebben

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Worpswede, 24 februari 1902

Ik heb een krans gelegd op het graf van degene die ooit als zijn geliefde gold. Het was ochtend. Er lag sneeuw, en toch oefende een vink vast zijn liefdesliedje voor straks. Ik liep er met een glimlach in mijn hart. De sneeuw lag als een tapijt onder mijn voeten, mals en bros door de nachtvorst, en mijn voetstappen zakten er zacht knisperend in weg.

Op het veld ernaast kwam al het wintergroen op van de rogge, waarvan het beginnende leven de sneeuw had overwonnen. Die glimlach verbaasde mij. Misschien vroeg ik mij af welke kant mijn voeten op gingen.

Ik heb al vaak aan mijn eigen graf gedacht, en hoe anders ik het mij voorstel dan dat andere. Geen ophoging, maar een rechthoek, als een langgerekt bloembed, rondom met witte anjers beplant. Daaromheen een smal kiezelpad, ook weer met witte anjers, en dan een sober, nederig getimmerte om de massa ­rozen op mijn graf te torsen.

En dan voor in het hek een poortje, waardoor de mensen ­komen om mij te bezoeken, met achterin een eenvoudig, stil bankje waarop wie mij bezoekt kan gaan zitten.

Het ligt op het kerkhof van Worpswede, bij de haag die grenst aan de velden, in het oude deel, niet bij het einde. Aan het hoofd van het graf wellicht twee kleine jeneverbesstruiken en een klein opschrift in zwart hout met mijn naam, zonder jaartallen of tekst.

Zo zou ik het willen.

Paula Modersohn-Becker (1876-1907), Duitse schilder. Uit Briefe und Tagebuchblätter. Kurt Wolff Verlag, 1925.

Meer over