DagboekHenry ‘Chips’ Channon (1897-1958)

Dagboekfragment: zelfs de goden zijn jaloers op Mussolini

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Londen, 6 juli 1936

Het heeft iets klassieks dat Mussolini’s watervliegtuig op weg naar Rome door de bliksem is getroffen. Alsof de goden zelf jaloers zijn op deze dynamische man. Ik heb hem één keer ontmoet. Dat was in 1926. Met George Gage reed ik door Europa en we belandden in Perugia.

De hele stad was versierd met spandoeken en we hoorden dat Il Duce de volgende dag zou arriveren. De dag daarop waren de straten vol zingende jongens in zwarte hemden en wij leunden uit ons raam om ze te zien.

Ik bemachtigde kaartjes voor een lezing die Mussolini zou geven aan de universiteit. Met veertig of vijftig anderen belandden we in een klein vertrek, waarin de crème de la crème van Perugia zich had verzameld.

Opeens ging de deur open en een kleine man van Napoleon­tische statuur hief zijn rechterarm in het fascistische saluut en schreed door de menigte, terwijl iedereen opstond.

Hij beklom het spreekgestoelte en sprak een uur lang, in snel vloeiend Italiaans, over Hannibal en de Punische oorlogen. Mijn Italiaans is nooit erg goed geweest, maar desondanks kon ik hem woord voor woord verstaan. Hij had ons in de ban en bezorgde mij koude rillingen. Het was opwindender dan mijn interview met de paus.

Omdat we Engels waren, werden we na afloop aan hem voorgesteld en ik heb zijn grote, warme hand gedrukt.

Henry ‘Chips’ Channon (1897-1958), Engelse politicus. Uit Chips – The Diaries of Sir Henry Channon. ­Penguin, 1984.

Meer over