DagboekJohann Wolfgang von Goethe (1749-1832)

Dagboekfragment: Zakdoek voor de mond helpt niet op de Vesuvius

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Vesuvius, gezien vanaf Monte Somma, eind 19de eeuw. Beeld Getty
De Vesuvius, gezien vanaf Monte Somma, eind 19de eeuw.Beeld Getty

Napels, 2 maart 1787

2 maart beklom ik de Vesuvius, hoewel het somber weer was en er wolken rond de top hingen. Per rijtuig bereikte ik Resina, vervolgens ging het, op een muildier, tussen wijngaarden bergop; nu, te voet, over de lava van het jaar eenenzeventig, waarop zich al een dun, maar stevig laagje mos had genesteld; toen langs de lavastroom verder.

De hut van de kluizenaar liet ik links in de hoogte liggen. Verder de asberg op, een zware klim. Deze top was voor tweederde met wolken bedekt. Eindelijk bereikten we de oude, nu ingestorte krater en stelden vast dat de nieuwe lavastromen van tweeënhalve maand geleden al waren afgekoeld.

Hierover kropen we tegen een pas opgeworpen vulkanische heuvel op, waar overal stoom uit opsteeg. De rook trok van ons vandaan, en ik wilde naar de krater. We waren ongeveer vijftig schreden de damp ingelopen, toen deze zo sterk werd dat ik amper mijn eigen schoenen kon zien.

Een zakdoek voorbinden baatte niet, ook de gids was ik kwijtgeraakt, het was op de tast lopen over de uitgebraakte lavabrokken, ik achtte het verstandig rechtsomkeert te maken en de vurig verlangde aanblik uit te stellen tot een heldere dag met minder rook. Inmiddels weet ik nu hoe slecht het is in zo’n atmosfeer adem te halen.

Overigens heerste op de berg diepe stilte. Geen vlammen, geen gerommel, geen eruptie van stenen, zoals dat toch al een tijd aan de gang was.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Ingekort fragment uit Italiaanse reis. Vertaling Wilfred Oranje. Uitgeverij Boom, 1999.

Meer over