DagboekMichel de Montaigne (1533-1592)

Dagboekfragment: Witte Donderdag, met twaalfduizend fakkeldragers en flagellanten

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad.  Beeld Universal Images Group via Getty
De Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad.Beeld Universal Images Group via Getty

Rome, 23 maart 1581

Het nobelste wat ik ooit hier of ­elders heb gezien, was het ongelooflijke aantal mensen dat zich die dag (Witte Donderdag, drie ­dagen voor Paaszondag, red.) over de stad had verspreid voor de plechtigheden, want niet alleen hadden we overdag een groot aantal anderen gezien die naar de Sint Pieter waren gekomen, bij het vallen van de avond leek de hele stad wel in brand te staan toen de ­genootschappen in gelid naar de Sint Pieter optrokken en elk een fakkel droeg.

Ik denk dat er minstens twaalfduizend fakkels aan mij voorbij zijn getrokken; want van acht uur ’s avonds tot middernacht was de straat voortdurend gevuld met die optocht, welke zo ordelijk en goed geregeld verliep dat er nooit een lege plek was en de stoet nooit was onderbroken; elk genootschap heeft een groot muziekkorps dat voortdurend speelde onder het lopen, en te midden van de gelederen een rij boetelingen die zichzelf geselen met koorden: dat waren er minstens vijfhonderd, hun ruggen helemaal ­ontveld en meelijwekkend ­bloedend.

Het is een raadsel dat ik nog niet goed doorzie: ze zijn allemaal opengereten en gruwelijk gewond en ze pijnigen en slaan zichzelf zonder ophouden. En toch, toen ik zag hoe ze zich gedragen, hoe ferm ze voortstappen, hoe ­zeker hun woorden klinken en toen ik hun gezichten zag, leek het niet alleen alsof ze niets pijnlijks ­deden, maar zelfs niets dat ­serieus was.

Michel de Montaigne (1533-1592), Franse filosoof. Ingekort fragment uit Reis naar Italië. Vertaling Anton Haakman. Meulenhoff, 1993.

Meer over