DagboekBernard Moitessier (1925-1994)

Dagboekfragment: We strijken de kleine fok en dat blijkt maar goed ook

 Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Atlantische Oceaan, 19 januari 1966

Een vuile lucht, bij zonsopgang ­geheel ­bedekt, barometer 733; hij is nog verder gezakt, we ontlopen het niet. Het grootzeil is sedert middernacht al helemaal gereefd.

Een grote bank stratonimbus komt opzetten en tegen tien uur hebben we een zuidwesterstorm. We strijken wat er nog van het zeil staat, want de route tot Gibraltar is nog lang. Uit voorzichtigheid strijken we zelfs de kleine fok en daar kunnen we ons al gauw mee feliciteren. Hevige rukwinden tijdens het passeren van de strato­cumulus, daarna klaart de lucht op zonder dat de wind afneemt.

We sluiten het interieur af, vergrendelen het luik, en varen voor top en takel, met de wind pal achter. Het blijkt al gauw verstandig om de zee wat dwars van achteren te krijgen, want de golven hebben met een verrassende snelheid in zeer korte tijd geweldige vormen aangenomen en zouden gevaarlijk zijn wanneer ze van achteren kwamen.

De barometer is weer als een pijl omhooggeschoten: om 14 uur staat hij op 743 mm, zonder dat de wind afneemt. De zee is ruw geworden, echt ruw, met brekers van een niet mis te verstaan kaliber, die ik vanuit mijn stuurstoel binnen met gemengde gevoelens bekijk.

Ik vraag me namelijk af of een boot van de afmetingen van de Joshua zich werkelijk veilig kan voelen als hij gaat bijdraaien (zwaarweerstrategie waarbij een schip vrijwel stil komt te liggen. red.) in een zee als deze.

Bernard Moitessier (1925-1994), Franse zeezeiler. Ingekort fragment uit Met de Joshua rond Kaap Hoorn. Vertaling J. Boersma. Uitgeverij Hollandia, 1991.

Meer over