DagboekFranz Grillparzer

Dagboekfragment: Venetië: stinkende kanalen, louche volk

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Gondels tegenover de Dogana in Venetië.  Beeld Getty Images
Gondels tegenover de Dogana in Venetië.Beeld Getty Images

Venetië, 30 maart 1819

Toen we opstonden en het dek opgingen, bleken we al in de lagune te liggen, tegenover de Dogana. De eerste aanblik van Venetië heet wonderbaarlijk te zijn, maar zo heb ik het niet ervaren. Het is weliswaar een merkwaardig gezicht huizen en paleizen direct uit het water te zien oprijzen, maar in je fantasie vul je de ontbrekende aardbodem moeiteloos aan.

De eerste indruk die de stad op mij maakte was vreemd, benauwend, onaangenaam. De moerasachtige lagune, de stinkende kanalen, het vuil en lawaai van het onbeschaamde, louche volk leveren een akelig contrast op met het geanimeerde Triëst dat wij zojuist achter ons hadden gelaten.

Wanneer je echter enigszins gewend bent geraakt en je de indruk van de zwarte steenmassa’s dieper op je laat inwerken, dan slaat je ontstemming om in enthousiasme. Er is waarschijnlijk geen plaats op aarde waar de oudheid zó levend is als hier. Rome is dood, een prachtig lijk, maar Venetië roert zich nog. Wie zijn hart niet sneller voelt kloppen als hij op het San Marco-plein staat, die kan zich gerust laten begraven want hij is zo dood als een pier.

Het Dogenpaleis, het symbool van de Republiek en de Stad dat door de wonderlijkste zuilen en bogen wordt gestut, verenigt de ruwheid van zijn onbepleisterde wanden met de elegantie van zijn arcaden en transen. Ik weet niet waarom, maar het geheel deed mij aan een krokodil denken.

Franz Grillparzer (1791-1872), Oostenrijkse toneelschrijver. Ingekort fragment uit Tagebuch auf der Reise nach Italien. Rütten & Loening, 1984.

Meer over