Dagboek

Dagboekfragment: Opeens hoor ik doffe klappen van mortiergranaten

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Vluchtelingen uit Srebrenica in het kamp in Tuzla in juli 1995.  Beeld Getty
Vluchtelingen uit Srebrenica in het kamp in Tuzla in juli 1995.Beeld Getty

Tuzla, 29 maart 1995

De dag waarop ’s avonds een van onze observatieposten weer wordt beschoten, bezoek ik Nordbat II om een van de belangrijkste brandhaarden in het gebied te bekijken. Dat is hun observatiepost Sierra 02 tegenover Doboj.

Voor we vertrekken vragen we ons af of we überhaupt de post wel kunnen bereiken. Na een korte briefing op hun basispost rijden we via Gračanica langs de frontlinie naar de post. Het is waterkoud en de reis duurt anderhalf uur.

Op nog geen vierhonderd meter van de post hoor ik opeens doffe klappen van mortierinslagen. De boordradio meldt dat de bemanning van de post de bunker is in gegaan. Wij stoppen. Onze gastheren overleggen driftig wat de beste optie is.

Als ik om 21.45 uur op Tuzla Airbase terugkeer, informeert de dienstdoende officier mij dat onze observatiepost door twee granaten is getroffen. ‘Vermoedelijk’, zo zegt hij, ‘is er een militair zwaargewond geraakt.’

Die militair is Jeffrey Broere, een 20-jarige beroepssoldaat der eerste klasse uit Lekkerkerk. Hij heeft ernstig letsel aan zijn achterhoofd. Met gevaar voor eigen leven zijn de verzorgers met hem naar Kalisja gereden. Tevergeefs, zo zou blijken. Bij aankomst stelde een Deense arts formeel Broeres dood vast. Een drama.

Hij is het eerste Nederlandse slachtoffer dat omkomt door een inslaande granaat van een der strijdende partijen.

Charlef Brantz (1947), in 1994-1995 waarnemend VN-commandant Noordoost Bosnië. Ingekort fragment uit De Srebrenica dagboeken. Karakter, 2015.

Meer over