DagboekMarc Cooper

Dagboekfragment: Nixon en Kissinger rekenen af met Salvador Allende

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Henry Kissinger (links) en president Richard Nixon in het Witte Huis in Washington, vlak voor Kissinger beëdigd zal worden als minister van Buitenlandse Zaken, 22 september 1973. Beeld Getty
Henry Kissinger (links) en president Richard Nixon in het Witte Huis in Washington, vlak voor Kissinger beëdigd zal worden als minister van Buitenlandse Zaken, 22 september 1973.Beeld Getty

Chili, 14 september 1973

Twee weken voor de coup kwam mijn vroegere kamergenoot Carlos Luna me opzoeken in mijn appartement met een 9 mm pistool. ‘Er komt rotzooi’, zei hij, terwijl hij zijn wapen liet zien. ‘Als het ­zover is, ga in naar de Zweedse ambassade, al moet ik schietend naar binnen.’

Maar ik had het wapen noch de moed. Het leger had al bekendgemaakt dat de ambassades waren omsingeld. Ik vroeg me af waar Carlos nu was. Zou hij dood zijn?

Mijn impuls om te vluchten werd nog versterkt toen de eigenaar van een kruidenierszaak me tijdens een pauze in de avondklok kwam bezoeken in zijn driecilinder-Citroneta. ‘Cooper, je bent de lul’, zei hij. ‘Ze zoeken je.’ Ik vroeg hem of hij me naar een veilige plek wilde rijden. Dat weigerde hij.

Ik voelde een verlammende paniek. Mijn appartement was doorzocht, mijn paspoort was ingenomen, ik stond op de lijst van ­gezochte personen en straten ­waren vol soldaten en checkpoints. In een naïef moment dacht ik aan de Amerikaanse ambassade. Even veronderstelde ik dat de ambassade gezien het toenemende bloedvergieten auto’s zou sturen om geïsoleerde ­enkelingen zoals ik te redden.

Maar ik maakte me geen illusies. Het Nixon-Kissinger-regime had duidelijk gemaakt dat het wilde afrekenen met Allende en was al drie dagen druk doende om dat doel te bereiken.

Marc Cooper, Amerikaanse journalist, tolk van de Chileense president Allende. Ingekort fragment uit Pinochet and Me. Verso, 2001.

Meer over