DAGBOEKGaston Burssens (1896-1965)

Dagboekfragment: laten de Indonesiërs een standbeeld voor Multatuli oprichten

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

August Allebé, portret van Eduard Douwes Dekker alias Multatuli (1874). Beeld Getty
August Allebé, portret van Eduard Douwes Dekker alias Multatuli (1874).Beeld Getty

Antwerpen, 3 november 1949

In de Ronde Tafelconferentie in Den Haag is overeenstemming bereikt over het nieuwe staatsrechtelijke statuut van de verschillende gebieden die de ‘Republiek Indonesië Serikat’ zullen uitmaken. ‘De gordel van Smaragd om de Evenaar’ is aan zijn rechtmatige eigenaar afgestaan.

Het eerste wat de Indonesiërs nu kunnen doen is in Djokjakarta een standbeeld van Multatuli oprichten. En het laatste wat de Nederlanders kunnen doen is Max Havelaar herlezen en mea culpa slaan.

De kranten vragen zich nu af of de Indonesiërs wel politiek rijp zijn om het principe van de westerse democratie toe te passen. Waarom westerse democratie? Kan de Aziatische democratie voor de Aziaten niet volstaan? En politiek rijp? Mochten ze ginder niet te spoedig rijp worden, want wij zijn al zo lang politiek rijp dat we politiek rot zijn geworden.

We zijn er zo ver niet meer af dat aan de wens van Paul van Ostaijen kan worden voldaan: ‘Het is verkeerd Engeland de heerschappij over volken als de Masai te laten. Treedt men op voor de beschaving, dan moet men Engeland als kolonie aan de Masai of de negers van de Goudkust afstaan. En evenzo: Holland aan de Maleiers, België aan de Niam-Niams, Frankrijk aan de superieure Dahomey-negers.’

En het beetje kannibalisme dat er zou bij te pas komen, is ‘hoogstens een klein euvel’, meent Van Ostaijen. Inderdaad, zij die ondervonden wat westerse beschaving betekent, zullen hun beenderen liever aan het Oosten te kluiven geven dan in het Westen aan hun geest te laten vreten.

Gaston Burssens (1896-1965), Vlaamse dichter. Uit Dagboek. Hadewych, 1988.

Meer over