DagboekIra Gershwin (1896-1983)

Dagboekfragment: Krimpen van ellende bij Gershwins Rhapsody in Blue

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

George (links) en Ira Gershwin, circa 1925. Beeld Getty Images
George (links) en Ira Gershwin, circa 1925.Beeld Getty Images

Parijs, 31 maart 1928

Om 5 uur met George naar het Théâtre Mogador. De zaal rook naar bier, muf. Diverse vrouwen in het orkest. Rhené-Baton, een grote man met een baard, dirigeerde. Eerst César Franck Symfonie in d-kleine terts. 2. Mikhail door R. Brunel (slappe oriëntaalse filmmuziek). 3. Le chant de Nigamon van Honegger (goed). Pauze. 4. Bach: Concert in C-majeur voor twee piano’s en orkest (charmant, solisten waren de heren Wiéner en Doucet). 5. Rhapsody in Blue – George Gershwin.

Ik zat afwisselend te giechelen en te krimpen van ellende, zo slecht was het. De solopartij was duidelijk te moeilijk voor de heer Wiener, die een assistent voor de oempa-passages had ingeschakeld. Enkele snelle tempi gingen in begrafenistempo. De banjo speelde één akkoord in bijna alle delen.

Desondanks: ik realiseerde mij dat wellicht 95 procent van het publiek de muziek voor het eerst hoorde, ze de valse noten wellicht als zo bedoeld opvatten en interessant vonden. En ja: na afloop spontaan massaal applaus, hoera’s en bravo’s.

George was meteen naar de bar verdwenen, maar toen ik Wiéner vanaf het podium de zaal in zag kijken, begreep ik dat ze George wilden. Dus ging ik hem halen. Hij haastte zich backstage en zodra hij ten tonele verscheen, kreeg hij een nieuwe ovatie.

In de lobby vertelde George dat Baton zich had verontschuldigd voor de uitvoering. Ze hadden maar een half uur gerepeteerd, hij had alleen het piano-uittreksel, enzovoorts. Ondanks de potsierlijke uitvoering was George opgetogen over de respons.

Ira Gershwin (1896-1983). Ingekort fragment uit The Gershwin Newsletter, nr 2, 2007.

Meer over