DagboekArthur Schopenhauer

Dagboekfragment: Het lot van een galeislaaf is erger dan de doodstraf

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Arthur Schopenhauer. Beeld Getty Images
Arthur Schopenhauer.Beeld Getty Images

Toulon, 8 april 1804

Alle arbeid in het Arsenaal wordt verricht door galeislaven, die grote indruk maken op vreemden in de stad. Ze worden in drie klassen onderverdeeld. De eerste bestaat uit degenen die voor lichte misdaden zijn veroordeeld: deserteurs, soldaten die de regels hebben overtreden, enzovoorts; zij dragen slechts een ijzeren ring om hun enkel en zijn vrij om te gaan waar zij willen, dat wil zeggen in het Arsenaal, want geen van de veroordeelden mag in de stad komen.

De tweede categorie bestaat uit grotere misdadigers: ze werken twee aan twee, met zware kettingen aan hun voeten. De derde groep, die van de zwaarste criminelen, zit vastgesmeed aan de banken van het galeischip, dat zij nimmer verlaten. Ze verrichten werk dat zij zittend kunnen doen.

Het lot van deze ongelukkigen lijkt mij erger dan de doodstraf. De vertrekken in de galeischepen, waarvan ik alleen de buitenkant heb gezien, schijnen smerig en naargeestig te zijn. Ze varen niet meer uit naar zee; het zijn oude, onttakelde vaartuigen.

Het voedsel van de dwangarbeiders bestaat uit louter water en brood. Ik begrijp niet hoe ze zonder goede voeding het zware werk kunnen volhouden en er niet al veel vroeger aan bezwijken.

Het moet een gruwelijk vreugdeloos bestaan zijn – helemaal voor degenen voor wie zelfs na 25 jaar het einde van hun lijden nog niet in zicht is.

Arthur Schopenhauer (1788- 1860), Duitse filosoof. Ingekort fragment uit Der junge Schopenhauer. Verlag Piper & Co, 1938.

Meer over