DagboekWillem de Veer (1857-1931)

Dagboekfragment: een Albanees paard vindt zelf de weg wel

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Elbasan, 23 november 1913

In het bergachtige terrein volgden wij de loop van de Devoll, die wij in de diepte door het dal zagen stromen. Daarbij viel een pas te overschrijden van 700 meter hoogte. Wij leerden toen voor het eerst de deugdelijkheid van onze paarden waarderen.

Een smal pad, op sommige plaatsen trapsgewijs uitgehouwen, liep steil naar boven. Hoe ­hoger we kwamen, des te imposanter was het panorama. Het pad liep nu en dan zeer steil naar beneden; de bodem was een kleimassa, waarin de paarden zeer diep wegzakten.

Het was aardig om te merken hoe de paarden zelf hun weg tussen die hindernissen door wisten te zoeken, niet aarzelden om tegen zo’n rotsblok op te klauteren, om als ze er op stonden zich aan de andere kant voorzichtig weer te laten zakken.

Van een rijden van het paard is op zulke paden geen sprake. Bij het opgaan van een steilte het dier wat verlichten, en bij het afdalen wat ondersteunen; verder mag de rijkunst van de ruiter zich niet doen gevoelen. Van besturen geen sprake; de dieren weten de beste plekjes beter uit te kiezen dan de ruiter.

Op de rug van zo’n niet groot ­Albanees paard gezeten, verkrijgt men al spoedig een groot gevoel van veiligheid. Wij vonden deze bergtocht al heel wat, maar weldra zouden we ervaren, dat het thans doorgemaakte nog maar kinderspel was.

Willem de Veer (1857-1931), Nederlandse kolonel. Ingekort fragment uit Reisindrukken uit Albanië 1913. Skanderbeg Books, 2019.

Meer over