DagboekDagmar Hilarová (1928-1996)

Dagboekfragment: Een akelige vondst in de hooischuur

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Concentratiekamp Theresienstadt. Beeld Getty Images
Concentratiekamp Theresienstadt.Beeld Getty Images

Theresienstadt, 27 april 1945

De hele middag schijnt er een kil lentezonnetje, dat me op de schans lokt. Van alle seizoenen houd ik het meest van het prille voorjaar. Mijn derde lente achter prikkeldraad.

Een poosje lees ik in mijn oude bundel gedichten van Wolker (Jirí Wolker, jong overleden Tsjechische dichter, red.) en daarna neem ik een kijkje in de hooischuur. Achter de weegschaal heb ik al eens een eitje gevonden, dat een verdwaalde kip van de Kursawy-villa daar gelegd had.

Deze keer vind ik geen eitje, maar aan de balk achter de poort bengelt Gerta’s moeder. Ik heb haar niet meer dan een of twee keer gezien, omdat ze steeds in het ziekenhuis lag, maar ik herken haar meteen.

Ik haal haar van de balk – ze ademt nog en is zo licht als een veertje – en breng haar naar de ­polikliniek. Wanneer ze weer bijkomt, begint ze te schelden. ‘Waarom heb je me niet met rust gelaten? Ik heb toch het recht over mijn eigen leven te beslissen?’

Twee keer heeft ze al geprobeerd zichzelf te vergiftigen, maar nadat haar maag leeggepompt was, leefde ze weer verder. Ze is niet goed snik (daarom praat Gerta nooit over haar), maar in het ­Cavaliertje, waar de geestelijk ­gestoorden zitten, nemen ze niemand meer op. Overvol.

Ik ga Gerta waarschuwen. Die kijkt me zo vreemd aan. Ik ga maar in haar plaats in de nachtdienst.

Dagmar Hilarová (1928-1996), Tsjechische schrijver, overleefde de Holocaust. Ingekort fragment uit Ik heb geen naam – Uit het dagboek van een vijftienjarige. Vertaling Miep Diekman en Olga Krijtová. Leopold, 1980.

Meer over