DagboekSir Allen Lascelles

Dagboekfragment: De ondergang van de Titanic herinnert aan het einde van Pompeï

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Titanic zinkt, 14 april 1912.  Beeld Bettmann Archive
De Titanic zinkt, 14 april 1912.Beeld Bettmann Archive

Londen, 15 april 1912

Rond het middaguur verschenen er aanplakbiljetten op straat met de mededeling dat de Titanic halverwege haar eerste reis over de Atlantische Oceaan op een ijsberg was gelopen. Via haar draadloze verbinding bleven we op de hoogte van de ontwikkelingen.

De gedachte dat het reusachtige monster hulpeloos in de oceaan dobberde had iets aangrijpends. De berichten werden vager en hielden ten slotte op. Opeens werd er gezegd – niemand weet door wie – dat alle passagiers waren gered en dat het schip naar Halifax werd gesleept. We gingen naar bed met de conclusie dat het een fraaie klucht was.

Toen werd het dinsdag en hoorden we dat ze ten onder was gegaan, binnen drie uur na de aanvaring, met meer dan duizend zielen aan boord. Misschien moeten we het als een tour de force van Moeder Natuur zien, de grootste sinds Sodom en Gomorra, want de Titanic was het summum van luxe en de belichaming van onze verwaten aanname dat we heer en meester zijn over de elementen.

Onze beschaving is op haar nummer gezet, zoals de Romeinen hun plaats werd gewezen door Pompeï. Zelfs van de aardbevingen van San Francisco en Messina was de wereld minder ondersteboven. Toen zeiden we tegen ­elkaar: ‘Wat wil je ook, met die goddeloze San Franciscanen en Italianen.’ Maar nu is de hele ­wereld geraakt.

Sir Allen Lascelles (1887-1981), ­Engelse legerofficier, privésecretaris van onder anderen koningin Elizabeth. Uit End of an Era. Hamish ­Hamilton, 1986.

Meer over