DagboekBettina Seipp (1891-1978)

Dagboekfragment: De laatste kaars wordt gedoofd: diepe duisternis in de kerk

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Altaar in de Basilica di Santa Maria Maggiore in Rome. Beeld Getty
Altaar in de Basilica di Santa Maria Maggiore in Rome.Beeld Getty

Rome, 9 april 1941

Vandaag beginnen de Donkere Metten in Rome, de oudste van de kerkelijke rituelen, verantwoordelijk voor de aangrijpendste klanken in de lijdensweek. Ik liep heuvelop heuvelaf naar de Esquilijn, via die heerlijk lange, door Sixtus V gebouwde straat, de Via Sistina, met die verlokkende verschieten van de ene obelisk naar de andere.

De basiliek Santa Maria Maggiore, voor zover bekend de eerste Mariakerk in Rome, was mijn doel. Met de sage over haar aanvang – in de zomersneeuw op de Esquilijn zou haar grondplan zijn getekend – behoort ze tot de meest verheven bedehuizen op aarde.

In het geheimzinnige schemerduister klinken de Klaagliederen van Jeremia, die urenlang duren, op hun indrukwekkendst. De schitterende zang, vol verlangen en pijn, uitmondend in die ene stem, die opklinkt na een plotselinge stilte: Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum!, raakt je vol in de ziel.

Na elke klaagzang wordt een van de dertien kaarsen op de driehoekskandelaar gedoofd, tot er nog één overblijft: de door allen verlaten Heiland en Heer. Dan wordt die ene zinnebeeldige vlam onder het ontruimde altaar verborgen. De duisternis wordt dieper – nacht!

Het is doodstil in de kerk. ­Gemeente en priesters liggen geknield, met bedekt gelaat. Plotseling klinken dan de eerste, bevrijdende tonen van het Miserere – de knellende ban is verbroken.

Bettina Seipp (1891-1978), Duitse schrijver. Ingekort fragment uit Römisches Tagebuch. Tyrolia Verlag, 1950.

Meer over