DagboekElihu Burritt

Dagboekfragment: De hongersnood in Ierland is niet om aan te zien

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Elihu Burritt Beeld Getty
Elihu BurrittBeeld Getty

Ierland, 22 februari 1847

Dr. H. nam me mee naar de parochie van Castlehaven, die tot zijn werkgebied hoort. De regio ligt aan zee en de rotsachtige, ver inspringende kust is er bezaaid met hutjes die er nog erger uitzien dan die in Skibbereen.

Onderweg zagen we groepjes mannen, vrouwen en kinderen aan het werk, allemaal uitgemergeld en verzwakt door gebrek. Vrouwen met rood opgezwollen, in oude lappen gewikkelde voeten, in mannenjassen met afgescheurde mouwen, zaten langs de weg stenen te hakken.

Arme schepsels. Velen van hen zijn zo ernstig ondervoed, dat ze niet meer gered kunnen worden. Dr. D. zegt dat hij in één oogopslag aan iemand kan zien of herstel nog mogelijk is. Deskundigen hebben mij verzekerd dat er elke ochtend duizenden mannen opstaan om met schoppen en houwelen naar hun werk te gaan, die ten dode zijn opgeschreven.

Het teken van de hongersnood staat op hun voorhoofd gebrand, de worm van ontbering en gebrek knaagt aan hun hart. En toch gaan ze er zonder klagen opuit, om halfnaakt in de kou aan de weg te werken en ’s avonds wat voedsel ter waarde van 8 pence met vijf tot acht kwijnende gezinsleden te delen.

De eerste woning die we in Castlehaven bezochten, was een gat langs de weg, waarin een man een hol voor zichzelf en zijn kinderen had uitgegraven.

Elihu Burritt (1810-1879), Amerikaanse diplomaat en filantroop. Uit A Journal of a Visit of Three Days to Skibbereen and its Neighbourhood. Gilpin, 1847.

Meer over