DagboekAnna Dostojevskaja (1846-1918)

Dagboekfragment: De Dostojevski’s ruziën met een kelner

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
null Beeld

Dresden, 24 april 1867

Een heerlijk warme dag. We bezochten de Galerie, waar we de landschappen van Ruisdael bewonderden – het moeras, de begraafplaats, de weg – daarna schilderijen van Wouwerman, met militaire motieven, jachtpartijen en toernooien, met soldaten en paarden gehuld in kruitdamp.

Daarna Watteau, een Franse hofschilder van begin vorige eeuw. Hij schildert vrolijke taferelen aan het hof, altijd is wel ergens een markies een schitterende dame aan het verleiden. We bleven lang in de benedenverdieping, toen gingen we naar boven, waar je de eigentijdse schilders vindt.

Het werd vier uur en een bel maande ons de galerie te verlaten (wat ik nog vergat: een buitenlander – een Griek of Armeniër of Fransman – was zo geweldig onder de indruk van de Madonna van Rafael, dat hij op het doek afrende, de handen voor de borst vouwde, het hoofd boog en steeds diepe zuchten slaakte).

We namen de kortste weg naar de Brühlsche Terrasse en gingen eten in Belvedere. We bestelden het dagmenu en de Diplomaat (een kelner die ons aan een diplomaat deed denken) reageerde gekrenkt op onze opmerking dat hij voor een kop koffie vijf Silbergroschen rekende.

Hij probeerde voor tweeënhalf Silber­groschen wraak op ons te nemen, maar wij waren hem te slim af en legden precies dat ­bedrag als fooi op tafel. We zijn ­elders koffie gaan drinken.

Anna Dostojevskaja (1846-1918), eega van schrijver Fjodor Dostojevski. Ingekort fragment uit Tagebücher. Athenäum Verlag 1985.

Meer over