DagboekEdmund Wheatley (1793-1841)

Dagboekfragment: bange minuten in aanloop naar de grote veldslag

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg

Waterloo, 18 juni 1815

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Op de helling tegenover ons staan honderden jongemannen zoals ikzelf, waarschijnlijk met verfijndere gevoelens en nobeler principes dan ik, van wier gezelschap en conversatie ik veel zou kunnen opsteken – en die ik desondanks uit de grond van mijn hart de dood en de volledige vernietiging toewens.

Als ik naar mijn kameraden kijk, kan ik niet begrijpen waarom mijn vijandige gevoelens niet op hén zijn gericht in plaats van op de Fransen. Een onwetende sukkel, vers over uit Engeland, staat met een bleek, verwrongen gelaat naar de vijandige menigte tegenover hem te staren. Zijn spiertrekkingen verraden hoe de zenuwen hem kwellen.

En dit is dus een van die machtige krijgers die aanstonds onheil en ontreddering zullen aanrichten onder de weerstrevers van de Britse constitutie.

Om tien uur kregen we het bevel onze musketten te herladen. Ieder kreeg een half maatje rum en we daalden af naar de vlakte beneden ons, waar we in hechte carrés onze posities innamen. We moesten op onze plaats blijven, maar mochten wel gaan liggen, hetgeen het hele bataljon deed.

Een kanonskogel kwam fluitend over. We sprongen als één man overeind. Ik keek op mijn horloge: het was elf uur, zondagochtend. Eliza zat nu in de kerk in Wallingford of Abingdon.

Binnen vijf minuten brak er een ontstellend kabaal los, de vernietigende slag was begonnen.

Edmund Wheatley (1793-1841), Engelse soldaat. Ingekort fragment uit The Wheatley Diary. Longman, 1961.

Meer over