Daft Punk is wel meeslepend in het donker

Ze staan in het donker op het podium. Twee schimmen tussen knipperende rode lichtjes van sequencers, samplers en drumcomputers. Het hele optreden blijft het ook donker, zodat je je afvraagt hoe Thomas Bangalter en Guy-Manuel de Homem Christo de weg vinden tussen de batterij elektronica om hen heen....

Het Franse house-duo Daft Punk is serieus als het gaat om de eigen onzichtbaarheid. De groep gaat de schijnwerpers - letterlijk - uit de weg, en wil zo weinig mogelijk prijsgeven van de eigen identiteit. Dat leidt soms tot komische situaties, zoals foto-sessies waarbij de groep alleen verscholen achter maskers gefografeerd wil worden, en zelfs een concert-registratie op de Nederlandse televisie, waarbij de muzikanten consequent buiten beeld bleven.

De term 'gezichtsloze dansmuziek' werd bedacht door de rockwereld, die was gewend aan bands die zichtbaar iets stonden te doen op het podium. Instrumentale muziek was al moeilijk te behappen, maar het ontbreken van enige visuele 'show' bij de meeste dj's en elektronische groepen maakte live dansmuziek zo mogelijk nog ontoegankelijker.

Daft Punk is de meest gezichtloze groep van 1997, en wil dat graag zo houden. De muziek moet het doen, volgens een principe dat altijd al is gehanteerd in de house-wereld, maar nooit eerder zo streng en onverbiddelijk.

Het is een strengheid, die vreemd contrasteert met de luchtige vrolijkheid van de Daft Punk-muziek. Het dit jaar verschenen debuutalbum Homework is een plaat vol heldere house, waarvan de pakkende melodietjes zich onmiddelijk in het geheugen van de luisteraar verankeren.

Toch blijft het immense succes van Daft Punk, dat in een klap doorstootte naar de hoogste house- en technodivisie, en vervolgens ook de crossover maakte naar het rockpubliek, een van die onverklaarbare raadsels van de popwereld. Was hier sprake van een hype, waarbij de internationale media elkaar allemaal napraatten, en zo een kettingreactie ontstond? Of bezit Daft Punk werkelijk die uitzonderlijke klasse die de groep werd toegedicht?

Op de kwaliteiten van Homework en van de singles valt weinig af te dingen. Eerdere platen voor het kleine Schotse Soma-label hadden het al goed gedaan in de dans-underground, en de alerte talentscouts van Virgin op het spoor van de groep gezet. Virgin pastte de met The Chemical Brothers opgedane ervaring opnieuw met succes toe, en bracht ook Daft Punk in de hitlijsten.

Wel was onduidelijk hoe de groep op het podium presteerde. Het enige Nederlandse optreden dit jaar - op het 'New Frontier'-festival in Muiderzand - was niet echt overtuigend. Misschien door het late tijdstip of de grootte van de tent, maar Daft Punk klonk mat en mistte de power om de aandacht van de duizenden toeschouwers vast te houden.

Dat lukte in Paradiso stukken beter. In de intiemere clubomgeving komt de muziek van het duo pas echt goed tot zijn recht. Daft Punk moet het niet hebben van muzikale shock-effecten - zoals de heftige breakbeats van The Chemical Brothers - maar produceert live een zwoele house-groove, waarin het publiek langzaam wordt meegezogen. Het tempo van de nummers is opvallend laag, zeker vergeleken bij de meeste clubmuziek van dit moment, maar dat geeft het materiaal juist een aangename 'old school'-sfeer.

Betitelingen als 'nieuwe disco' zijn eigenlijk niet van toepassing op de sound (hier en daar klinkt een traditioneel discobasloopje, maar veel verder gaat de disco-connectie niet) want Daft Punk grijpt vooral terug op de oorspronkelijke Amerikaanse house.

Om dat nog eens te onderstrepen speelde het duo tegen het eind van de set een cover van een van de grote klassiekers uit de hoogtijdagen van het genre: Lil' Louis French Kiss - inclusief vertraging en versnelling van het tempo - dat vooral klonk als een eerbetoon aan de (zoals de groep het zelf noemt op Homework) Teachers.

In Paradiso toonden de muzikanten van Daft Punk zich uitmuntende leerlingen, die alle sound en stijlkenmerken van het genre in een eigen pure en onversneden house-sound hebben verwerkt, die ook in een live-situatie werkt.

De dynamiek en intensiteit van het gespeelde materiaal waren onmiskenbaar die van een live-band: een elektronisch instrumentarium klinkt altijd stukken beter dan dezelfde muziek op vinyl-platen, tapes of cd's. De sound was helder en strak (mede door de extra speakers die achterin de zaal waren geplaatst) en het stampvolle Paradiso gaf zich maar al te graag over aan de golvende, meeslepende Daft Punk-grooves.

Dat er niets te zien was op het podium, deed er nauwelijks nog toe.

Gert van Veen

Meer over