Boeken

Daan Heerma van Voss en Alwin Ritstier verklaren hun angsten in twee openhartige boeken ★★★☆☆

Dertigers Daan Heerma van Voss en Alwin Ritstier schrijven allebei openhartig over hun angsten. Een luxe­probleem, concludeert Ritstier. Heerma van Voss zoekt een bredere verklaring en stelt dat de mens steeds banger wordt. Of is het toch een generatiedingetje?

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Zijn eerste paniekaanval kreeg Alwin Ritstier toen hij als 9-jarige door theatercoryfee Willem Nijholt met een kwak uit een stoel geslingerd werd. Voor een volle zaal. Hij speelde Ukkie in Oliver, een musical met twee casts: eentje waartoe Ritstier behoorde, met Arjen Ederveen in de hoofdrol, en eentje met Nijholt, die op de bewuste dag inviel voor Ederveen. Niemand had hem verteld dat deze Ukkie niet gegooid – dat joeg hem schrik aan – maar zachtjes geduwd moest worden. Na de smak voelde de kleine Ritstier zich heel naar worden: duizelig, warm, een bonzend hart. Hij had geen flauw idee wat hem overkwam. Hoewel hij in de jaren voorafgaand aan deze dag al een angstig kind was, herinnert hij zich dit moment als ‘het begin van de lange weg waarin angst mijn leven steeds meer ging regeren’.

Ook Daan Heerma van Voss heeft een scherpe herinnering aan zijn eerste paniekaanval. Als 6- of 7-jarige stapte hij op een plank over een donker stroompje. Bij de eerste stap kreunde de plank zo dat hij zich rot schrok (hoe stevig was die plank? Hoe diep dat stroompje?) en snel naar de overkant sprong. Later, in bed, kreeg hij een paniekaanval: hartkloppingen, hijgen, kokhalzen. Net als Ritstier had hij geen idee wat hem overkwam. En net als Ritstier ziet hij paniekaanvallen als een bepalende factor in zijn verdere leven.

Ritstier, documentairemaker met een eigen YouTube-kanaal (‘Vet Gezellig’), en Heerma van Voss, historicus en schrijver, publiceerden ieder een boek over hun angsten. En ze zijn niet de enigen die over een leven met angst vertellen. Kijk naar de recente documentaireserie Levenslang met dwang? (over angst- en dwangstoornissen), of luister naar een podcast als In de Putcast (waarin cabaretiers als Pepijn Schoneveld en Marjolijn van Kooten over hun angsten praten) en je hebt al snel de indruk dat angststoornissen aan een opmars bezig zijn. En dan vooral onder millennials, de dertigers van nu. Worden zij werkelijk zo door angsten geplaagd? Maar hoe dan? En waarom?

Over het hoe schrijven Ritstier en Heerma van Voss opmerkelijk eensgezind.

Beiden waren al jong angstig, herinneren zich de eerste paniek en de problemen op school, beiden leren hun werk te schikken naar de eb- en vloedgolven van hun angsten en beiden gaan de schaamte voorbij met het tot in detail beschrijven van het zielige hoopje mens waartoe paniekaanvallen hen vaak reduceren. Vriendinnen blijken zelden lang gecharmeerd van een afhankelijke huilebalk die met een kinderstemmetje om bevestiging en aandacht vraagt, zeker als ze ooit verliefd geworden zijn op de sterke, succesvolle versie die daar in goede tijden tegenover staat. Voor beide schrijvers is de trigger om hun angsten eindelijk echt aan te pakken dan ook een vriendin die het voor gezien houdt.

Als het gaat over het waarom van hun extreme angst, scheiden hun wegen zich. Overeenstemming is er alleen nog over de familiaire aanleg. Ritstier doet dat kort: een aan angsten lijdende vader, moeder en oma en ‘meerdere familieleden die niet buiten durven komen’. Heerma van Voss beschrijft uitgebreid de ononderbroken lijn van overgrootvader via oma en moeder naar hemzelf.

Tot in detail

Ritstier houdt het verder vooral bij de beleving van zijn angst. Als vlogger – jarenlang samen met zijn inmiddels ex-vriendin – is hij gewend zijn hele hebben en houden op internet te gooien en in zijn boek doet hij hetzelfde in woorden. Hij beschrijft tot in detail zijn vele angsten, die vaak betrekking hebben op de dood (een klein bultje op zijn hoofd is in no time omgedacht tot een beginnende hersentumor).

Als hij, inmiddels eind 20, soms nauwelijks meer van de bank durft te komen om naar de wc te gaan (uit angst voor de angst: opstaan betekent een snellere hartslag, wat gelijkstaat met een mogelijk hartinfarct, wat tot paniek leidt) schaft hij online een angsttherapie aan van vijftien podcastsessies. Hij beluistert ze zo vaak dat hij de lessen praktisch uit zijn hoofd kent en slaagt erin ze stap voor stap toe te passen en zijn actieradius te vergroten. Naarmate zijn angst minder een probleem wordt, schrijft hij, ‘word ik me er pijnlijk van bewust dat mijn angstprobleem eigenlijk een luxeprobleem is. Ik heb zoveel tijd om me druk te maken over van alles en nog wat, omdat ik het in de basis gewoon goed heb.’

Een luxeprobleem vindt Heerma van Voss zijn angststoornis allesbehalve. Hij ziet zijn eigen generatie meer onder angsten gebukt gaan dan voorgaande generaties en als zijn vriendin hem wegstuurt met de opdracht eerst maar eens zijn angsten op te lossen, besluit hij tot het zoeken naar en schrijven van ‘het grote angstverhaal’: hoe werd daar in het verleden over gedacht, hoe veranderde de angst van een filosofisch vraagstuk in een medisch probleem, wat is de rol van de farmaceutische industrie? En vooral: wat maakt de huidige tijd zo bijzonder angstwekkend?

In versimpelingen heeft hij geen trek, stelt hij, en daarmee schuift hij de verklaringen van ‘publiekspsychiaters en -psychologen’ als Damiaan Denys en Paul Verhaeghe achteloos aan de kant: ‘Ze hebben allemaal een beetje gelijk, maar ze maken er zich ook makkelijk van af door zich te concentreren op een heel klein deeltje van de puzzel.’

‘Steeds banger’

Heerma van Voss legt de lat hoog en dat schept verwachtingen, die eigenlijk meteen ondergraven worden als hij zijn allesomvattende model vooral blijkt te bouwen op één enkele pijler van bewijs dat de mens werkelijk steeds banger wordt: een Amerikaans onderzoek uit de vorige eeuw dat toont dat jongeren van 9 tot 17 jaar tussen 1952 en 1993 in stijgende lijn melding maken van overmatige angstklachten.

De schrijver trekt die lijn door naar nu en stapelt met losse hand de usual suspects op elkaar die de laatste decennia verantwoordelijk worden gehouden voor veel psychisch ongemak: het wegvallen van traditionele kaders, waardoor mensen van solidair solitair zijn geworden, het toegenomen narcisme van jongeren die van thuis meegekregen hebben dat ze hun bijzondere talenten ten volle moeten benutten, de stress van sociale media die veel bieden maar ook leiden tot eenzaamheid en de angst niet perfect te zijn of afgewezen te worden, het neoliberalisme dat jongeren verantwoordelijk maakt voor hun eigen geluk, maar geen enkele zekerheid meer lijkt te bieden als het gaat om vaste banen of kansen op een huis.

Het zijn allemaal factoren die angst kunnen triggeren, daar heeft Heerma van Voss ongetwijfeld gelijk in. Maar bewijzen ze ook dat jongeren van nu banger zijn dan hun voorouders waren? Of spreekt hier het toegenomen narcisme van de millennial: de gesels van de eigen tijd worden als zo bijzonder en uniek ervaren dat ze wel overweldigender moeten zijn dan de gesels van eerdere tijden.

Wat De bange mens van Heerma van Voss overeind houdt, is dat hij goed schrijft en vooral het persoonlijke verhaal dat door zijn betoog is verweven mooi en onderhoudend opbouwt.

Ritstier heeft minder ervaring met schrijven en wordt door zijn gedetailleerdheid en het gebruik van verschillende verhaallijnen (de geschiedenis van zijn angst en het verhaal van zijn herstel) af en toe wat chaotisch, met de nodige overlap en herhalingen. Daar staat tegenover dat hij zijn angsten goed invoelbaar weet te maken. Bovendien slaagt hij erin met de uitgebreide beschrijving van zijn herstel de bange medeburger moed te geven: ja, angsten kunnen de hel zijn, maar er is een oplossing.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Daan Heerma van Voss: De bange mens – Mijn zoektocht naar de bron van onze angsten. Atlas Contact; 336 pagina’s; € 22,99. ★★★☆☆

null Beeld Lev.
Beeld Lev.

Alwin Ritstier: Gek van mezelf – Bang voor (bijna) alles. Lev.; 220 pagina’s; € 21,99. ★★★☆☆

Meer over