Curiosum van het wad

Ahoy' kreeg hij vol, net als de Heerenveense Thialf-ijstempel en muziekcentrum Vredenburg...

DAGEN zijn er geweest, vele dagen, dat het leeg bleef in De Groene Weide. Als er tien man kwamen was het druk in het Hoornse café. De kroegbaas zat vaak op een stoel, met een gitaar op schoot. Dan zeiden de schaarse klanten: 'Doe maar een bak koffie en speel es wat.' Zo is het begonnen, pretentieloos. Jaren later is Hessel van der Kooy elke avond verzekerd van een vol huis. Zijn eigen, fors uitgebreide huis, dichtbij de duinen.

Op een regenachtige avond dromt het publiek een halfuur voor het optreden samen voor het kleine podium. Veel meiden van tussen de 15 en 20 in doorsneekleding. Een enkele oudere, slanke blondine met modieuze honkbalpet. Jonge en oudere mannen in spijkerjasjes en T-shirts. Baarden, tatoeages.

Om precies half elf stapt Hessel het podium op, onder luid gejoel. Hij slaat een akkoord aan op zijn gitaar en zegt met een brede grijns: 'We moeten nodig wat aan de stemming doen na zo'n chagrijnige dag. Ik ga een stel eigen versjes voor jullie zingen.'

Dan zet hij No Borders Bound for Birds in, een eigen ballad, met slepende zang. De Nederlandse Bruce Springsteen. Zelf heeft de gevorderde veertiger niet veel op met dat stempel, maar helemaal onterecht is het niet. Hij speelt deels in dezelfde trant, met hetzelfde rauwe, galmende volume en straalt ook iets uit van de gewone jongen van om de hoek. Die kwaliteit buit hij graag uit. Een avond vol ongecompliceerd plezier, daar staat hij voor.

Daarom heeft hij in de loop der jaren zo'n grote aanhang gekregen, zonder grote hits, maar wel met een brede catalogus aan covers en eigen werk. Met een vinger op het toetsenbord achter zich begint hij aan het intro van Losing my Religion, van REM. Geroutineerd zingt hij zich erdoorheen en niemand die maalt om de dreun van de begeleidingscomputer. Hessel speelt Hessel.

Hij is geboren op West-Terschelling, 20 april 1955. Jongen van het eiland, al 25 jaar samen met Lida. In 1991 verbaasde hij de wal: de kroegbaas van het eiland slaagde erin Ahoy' vol te krijgen. In 1992 herhaalde hij dat in de Heerenveense Thialf-ijstempel en in 1994 vulde hij het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg voor vier avonden. De afgelopen maanden heeft hij hard gewerkt aan zijn nieuwe feestje, het optreden in het meertje bij Hee van Hessel & Friends: Rob Jansen (drums), Pieter de Bruin (toetsen), Ren Dissel (bas), Paul Deneer en Guido Eyman (gitaar) en dochter Tes en buurvrouwen Chantal en Karin in het achtergrondkoor.

'Een heleboel popmuzikanten zijn bezig met zich te bewijzen, in plaats van hun hart te volgen', zegt de leadzanger-gitarist, gezeten voor het raam van zijn kroeg. 'Ik noem dat het intellectuele idee achter popmuziek. Maar popmuziek is niet intellectueel. Het is een gevoel. Ik wil het nu hier doen, op Terschelling, het eiland waarvan ik idolaat ben. Het is een hele onderneming voor de mensen om dat mee te maken. Ze moeten met de boot, overnachten, dan zijn ze al een fortuin kwijt.'

De plek is bijzonder. Het driehoekige podium staat in het water, het meer wordt mooi uitgelicht en de band gaat er in elk geval in varen. Er komt geen vuurwerk, uit zorg voor het milieu. Tijdens de voorbereidingen zijn ze geconfronteerd met wat de geliefde zanger snerend 'de Madurodampolitiek' noemt.

Hoofdschuddend vertelt hij hoeveel weerstand ze hebben ondervonden van de instanties. Op Terschelling, legt hij uit, is sinds de laatste editie van theaterfestival Oerol sprake van een Peer Gynt-syndroom. Ondanks de afspraken werd bij deze hoofdact van Oerol - de grootse opvoering van de bewerking van Ibsens stuk op het strand bij Oosterend - schade toegebracht aan de duinen. Tot afgrijzen van de autoriteiten. Van der Kooy heeft mede daardoor ondervonden dat het moeilijker is geworden iets te organiseren op het eiland - zelfs op Terschelling, vrijplaats voor moderne vrijbuiters.

'Dit land dreigt te verstikken in regelgeving op de vierkante centimeter. Dat ontneemt veel mensen de moed om initiatieven te nemen. Vroeger kon je hier op het eiland iets organiseren met niks. Dan lanceerde je een idee en tweehonderd man pakten een schep om het te realiseren.

'Niemand wil meer verantwoordelijk zijn en dan gebeurt er niks meer. Het schijnt dat er bij Peer Gynt wat plantjes zijn vertrapt die ook honderd meter verder wel weer groeien. Maar wat heet vertrapt? De mensen mogen de duinen niet in omdat die worden platgetrapt, maar vervolgens sturen ze er wel honderd koeien in om ze niet te laten vergrassen. Tot Oerol was er niks aan de hand. Daarna brak er ineens paniek uit. We hebben nu een vergunning die de dikte begint te krijgen van een boek van Jan Wolkers.'

OP Terschelling bezocht hij als jongen de landbouwschool, met vier leerlingen en twee leraren. Ze vonden hem te stom voor de ulo, hij vond het wel best. Al heel vroeg wist hij dat werken zijn bestemming was. Dat was zo, als je vader - een bootsman - een overall aanhad. Een boerderij hadden ze niet, dus boeren werd het ook niet. Wel werken aan de dijk, in de bouw, of schelpen lossen in de haven. Op zijn 15de stond hij als portier voor de deur van discotheek OKA 18. Voor z'n gevoel heeft hij zijn puberteit overgeslagen.

In 1972 kon hij café De Groene Weide huren van de oude gezusters Groendijk. Na zeven jaar werd hij eigenaar. Intussen ontontwikkelde hij zich verder tot muzikant, op de golf van die dagen. John Mayall, Led Zeppelin, Ten Years After, Eric Clapton, Brainbox, Focus. Muziek voor kampvuren, joints en bier. Van de wal kwamen veel hippie-achtigen naar het eiland. Het evolueerde vanzelf, met het café als kalme openbare oefenruimte. De ondernemer-zanger wist dat hij geen virtuoos was, maar hij kon ermee vooruit.

De eerste acht jaar hield hij zich nooit bezig met eigen werk, totdat er een buurman overleed. Volgens de eilandtraditie werden ze allemaal betrokken bij de begrafenis. Van der Kooy vroeg zijn vriend Gossen Smit om een nummer te schrijven. Daaruit ontstond een eerste langspeelplaat: Flamborough Head, genoemd naar het Britse kustplaatsje waar eilandgenoot Tichelaar in de Eerste Wereldoorlog werd getorpedeerd.

Van der Kooy werkte toe naar een eigen muziekmerk: Hessel. Hij was blij zonder druk te kunnen werken, zonder zich zorgen te hoeven maken over waar hij kon optreden en wie hem wilde contracteren. Was er geen platenmaatschappij? Dan nam hij zelf wel een plaat op. Vreemde eend in de business. Niet plaatsbaar, niet beheersbaar, moeilijk verkoopbaar, zonder echte hitpotentie. Maar hij speelde wel die hallen vol, als geliefd curiosum van het wad.

Hij kent de problematiek van zijn Friends. Afgestudeerde conservatoriummensen. Lesgeven, spelen bij Paul de Leeuw en Marco Borsato, heel andere wereld. Hij weet welke oordelen er over hemzelf zijn geveld. Hij kan er hartelijk om lachen, maar toch. Hessel wil eigenlijk weleens af van de naam een moderne variant op Bolle Jan te zijn. Die zingende kroegbaas, altijd lol. Hij herinnert zich nog de recensies na Ahoy'. Dertig nummers gespeeld. 23 Eigen liedjes, 6 covers. Las hij in de Volkskrant alleen iets terug over de covers. En later, na het optreden in Thialf, hetzelfde. Om witheet van te worden. Zijn eigen werk is hem heilig. 'Anders ben ik niks waard. Dan zou ik het alleen doen omdat er twaalf vaten bier doorheen gaan.'

Hij haalde drie keer de topveertig. Brother Sagitarius, Somebody Told Me en Terug Naar Terschelling. Hij maakte de promotie wanhopig. Geen zin om naar Doetinchem te komen? Dan niet in de tipparade. Als je een keer radio of tv weigert, kun je het vergeten, ondervond hij. Van der Kooy wilde het blijven doen op zijn eigen manier: de Hessel-way, met absolute prioriteit voor zijn Terschellingse nering.

Het was verwarrend en leerzaam. Twee jaar bij Polydor gezeten, drie directeuren meegemaakt, allemaal van goeie wil, maar ze snapten hem niet. Nu is er een platendeal met Ruud van Dulkenraad van CNR. Die ziet het wel, zegt hij. Net zoals de fans. Het verbaast hem nog steeds, dat wildvreemde 16-jarigen zijn liedjes helemaal mee kunnen zingen.

Trots vertelt hij dat dominee Wagenvoort in Gorinchem een tekst van hem citeerde van de cd ME.

It's like childrens tears drowning into rivers of blood/ without knowing if it stills the pain (Uit: Twenty Times a Day)

Over dezelfde cd maakte een meisje een werkstuk op school. Van de leraar mocht ze er wel de naam van de songschrijver bijzetten: Ray Maccannon, maar niet die van de vertolker. Het deed de zanger veel deugd.

'Die man vond Hessel maar van discutabele kwaliteit. Hij wist niet dat Maccannon Hessel is. Dan voel ik me heel gelukkig.'

Meer over