Cultuur moest in Sparta wijken voor de kazerne

MET HET klassieke Athene associëren we haast vanzelf het Parthenon op de Akropolis. Of we denken aan de grote Griekse toneelschrijvers, van wie de stukken heden ten dage nog geregeld worden opgevoerd....

In Athene hebben ook Phidias, de beeldhouwer, en Plato's leerling Aristoteles gewoond. Deze filosoof was weliswaar elders geboren, maar hij heeft zich op een gegeven moment aan de voet van de Akropolis gevestigd: Athene, het 'Hellas van Hellas', was nu eenmaal het culturele centrum van de wereld in de vijfde en vierde eeuw vóór Christus.

Vergeleken met Athene stelde de stadstaat Sparta in die periode op cultureel gebied niets voor. De Spartanen hadden wel wat anders aan hun hoofd dan poëzie, filosofie of beeldende kunst. Heel hun leven stond in het teken van oorlog. Zij hielden niet alleen rekening met vijanden van buiten, maar waren ook voortdurend beducht voor een opstand van hun eigen staatsslaven (de heloten), die in numeriek opzicht hun meesters verre overtroffen.

Vandaar dat in Sparta de jeugd van jongs af aan in barakken leefde en een opvoeding kreeg die geheel en al was afgestemd op het militaire bedrijf. Sparta, gelegen in de landstreek Lakonië op de Peloponnesos, was in de klassieke periode geen plek waar kunsten en wetenschappen floreerden.

Eens was dat anders geweest. Dat vergeten wij wel eens, gewend als we zijn aan het beeld van Sparta als een bekrompen staat waar de muzen niet welkom waren. Maar in de zevende en zesde eeuw voor Christus verschilde Sparta nog niet zo heel erg veel van Athene en de andere staten in Griekenland.

In die periode vonden architecten en beeldhouwers ook in Sparta emplooi, kwamen zangers en dichters van heinde en verre naar de vijf dorpen aan de rivier de Eurotas die samen de stadstaat Sparta vormden en vonden, omgekeerd, producten van Lakonische kunstnijverheid aftrek tot ver buiten Griekenland. Kortom, eens was Sparta anders dan alleen maar één grote kazerne.

Over dat andere Sparta gaat het nieuwste boek van Conrad M. Stibbe, de classicus en archeoloog die jarenlang aan het hoofd heeft gestaan van de archeologische afdeling van het Nederlands Instituut in Rome. Stibbe heeft zich in die jaren vooral met de archeologie van Italië beziggehouden; de internationaal befaamde opgravingen in Satricum, een plaatsje zo'n veertig kilometer ten zuiden van Rome, stonden onder zijn leiding.

Maar zijn belangstelling voor Sparta heeft hij altijd behouden. In 1969 verscheen van zijn hand Sparta - Geschiedenis en cultuur der Spartanen van praehistorie tot Perzische oorlogen, in 1972 promoveerde hij op een proefschrift over Lakonische vaasschilderkunst, en nu is er dan, in een fraaie, rijk geïllustreerde uitvoering, Das andere Sparta.

Het boek telt vijftien hoofdstukken, die deels speciaal ervoor geschreven zijn, deels eerder verschenen als tijdschriftartikel of als hoofdstuk in het boek van 1969. De inhoud is gevarieerd. Stukken over het landschap van Lakonië en drie oeroude heiligdommen in de omgeving van Sparta worden afgewisseld met beschouwingen over de wetgever Lykourgos en de dichters die in Sparta gewoond en gewerkt hebben.

De meeste aandacht gaat uit, hoe kan het anders, naar archeologische vondsten: keramiek, beelden in marmer en terracotta, reliëfs. De verschillende hoofdstukken kunnen onafhankelijk van elkaar gelezen worden, maar het boek vertoont wel samenhang: de auteur laat duidelijk zien dat Sparta op cultureel gebied inderdaad niet altijd achterlijk is geweest.

Een van de fraaiste voorbeelden tot staving van de centrale stelling levert het hoofdstuk over de krater van Vix en de Lakonische bronsindustrie. Vix is een dorp in Bourgondië waar in 1953 het graf van een Keltische vorstin werd ontdekt. Te voorschijn kwam onder andere een 1 meter 64 hoog, schitterend bewerkt bronzen mengvat (krater in het Grieks; de Grieken in de Oudheid waren gewoon wijn vermengd met water te drinken). Het vat, dat 208,6 kilogram weegt en 1100 liter kan bevatten, is nu te bewonderen in het museum van Châtillon-sur-Seine.

Stibbe geeft eerst een minutieuze beschrijving van de krater met zijn mooi gedecoreerde hals, waarop een stoet van zwaargewapende krijgers (hoplieten) en met vier paarden bespannen wagens te zien is. Hij pleit er vervolgens met kracht van argumenten voor de vervaardiging van het mengvat in Lakonië te situeren en niet bijvoorbeeld in Korinthe, zoals ook wel is voorgesteld, of in een van de Griekse kolonies in Zuid-Italië.

Dat het vat van Griekse makelij is, staat vast. Herodotos schreef al dat de Spartanen een soortgelijk bronzen mengvat hadden laten maken om aan koning Kroisos van Lydië ten geschenke te geven (dat cadeau is overigens nooit op de plaats van bestemming aangekomen).

In dit en in de andere hoofdstukken van Das andere Sparta slaagt Stibbe erin om wat hij te vertellen heeft, op een heldere manier te presenteren en voor een breed publiek toegankelijk te maken. De vele afbeeldingen vormen daarbij een waardevolle ondersteuning van de tekst. Ter illustratie van het betoog over de krater van Vix dienen maar liefst 25 zwart-wit foto's en tekeningen, nog afgezien van een kleurenfoto. De afbeeldingen laten niet alleen details van het mengvat zelf zien, maar tonen ook parallellen in brons en ander materiaal. Bovendien biedt een handig schema een overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen het exemplaar uit Vix en de vijf van elders bekende bronzen mengvaten.

Stibbe zelf zal de eerste zijn om toe te geven dat vakgenoten op sommige punten de door hem voorgestelde interpretaties van bepaalde kunstuitingen afwijzen of anderszins met hem van mening verschillen. Velen zullen bijvoorbeeld in de schimmige figuur van de wetgever Lykourgos liever een legendarische dan een historische persoon uit de negende eeuw voor Christus willen zien. Maar dat ligt aan de aard van het onderwerp.

Iedere lezer zal moeten erkennen dat Stibbe de voors en tegens van bepaalde zienswijzen tot hun recht laat komen en dat hij in het geval van omstreden kwesties - en die zijn er vele - weliswaar rond voor zijn mening uitkomt, maar de lezer die mening niet als de enig zaligmakende opdringt.

Hans Teitler

Conrad M. Stibbe: Das andere Sparta.

Philipp von Zabern, import Nilsson & Lamm; 316 pagina's; * 102,20.

ISBN 3 8053 1804 9.

Meer over