CRUISEN IN HET MUSEUM

Het Keulse Museum Ludwig toont de rafelige kanten van seks in het volle daglicht. Het exces is er heel gewoon....

Ergens verborgen tussen schotten in het Keulse Museum Ludwig, hangt een serie foto’s van Arthur Rimbaud. Het zijn geen portretten maar beeltenissen: een masturberende man verbergt op straat en in de metro in New York zijn gezicht achter een masker van het ‘vuilbekkende genie’, en gaat op zoek naar erotische spanning.

Het fotowerk van David Wojnarowicz refereert aan het ongewone seksleven van de dichter, die zoals zijn biografen schrijven ‘ejaculeerde in melkflessen van zijn vrienden’ en de laveloze dichter Paul Verlaine ‘neukte tot ie zijn stront niet meer kon binnenhouden’. De expositie toont de rafelige kanten van de seks en van het cruisen in het volle daglicht van het museum, niet langer in het schemergebied van een red light district of in parken en bosjes.

Op het plein voor het museum staat op een sokkel Michelangelo’s David, helemaal in het roze geschilderd, met vlasgeel hoofd- en schaamhaar. Drie ‘installaties’ in de entreehal zetten de toon van de tentoonstelling: achter een gordijn worden bezoekers toeschouwers van een travestietenshow, in het duister en tussen spiegels klanten van een Hamburgse nachtclub, of zelfs getuigen van de memorabele vechtpartijen in 1969 tussen homoseksuelen en de politie bij de ontruiming van de beruchte New Yorkse Gay-bar The Stonewall Inn.

Met 250 werken van 82 kunstenaars laat het Museum Ludwig , op de tentoonstelling Das achte Feld – Geschlechter, Leben und Begehren in der Kunst seit 1960 ‘gemarginaliseerde seks’ zien in velerlei schakeringen. Anders dan op de tentoonstelling Féminin-Masculin– Le sexe de l’art, tien jaar geleden in het Parijse Centre Pompidou, waarin seks nog enigszins met een poëtisch en esthetisch aura werd geëxposeerd, kiest het Keulse museum voor onverbloemde seks. In Parijs had je vier- of vijfhonderd penissen en vagina’s, zoals op het toen pas ‘herontdekte’ L’origine du monde van Gustave Courbet; het was prettige, schalkse maar soms ook luie en zoetsappige seks. In Keulen daarentegen worden de ‘beelden’ veel explicieter getoond. Zijn ze daardoor veel aanstootgevender, scherper en spannender?

De tentoonstellingsarchitectuur van kunstenaar Eran Schaerf is nodeloos complex. In zijn opstelling laat hij bezoekers letterlijk rondtollen in het museum. Ze verliezen hun weg, keren op hun stappen terug, hun blikken kruisen elkaar. Het is kijken en bekeken worden, in obscure kabinetjes, darkrooms en trappenhallen, achter schotten en verborgen hoekjes.

En toch is de expositie geen verzameling obscure cruiseplekken; het is er klaarlichte dag, niets wordt weggemoffeld, alles wordt tentoongesteld alsof het geen gêne meer opwekt, geen ergernis, ook geen lust. Niets is taboe of aanstootgevend, maar ook niets oogstrelend of erotiserend. Het cruisen, dat je fysiek in de museumzalen ervaart, wordt al snel rondjes maken in een doolhof.

Je moet kiezen: rechtsaf of links, trappen op of af. Argeloos loop je door de expositie en tegelijk ook door de vaste museumcollectie. Zo’n looproute is voor de bezoekers niet helder, maar de ranzige en schimmige belevenissen van seks zijn dat ook niet. Is het voor of achter, boven én beneden? Gewapend met de museumplattegrond, die niet wijzer maakt, dwaalt de bezoeker door een labyrint, van het ene alkoof naar het andere, in zigzag tussen travestieten, transseksuelen, hermafrodieten, tussen beelden van wat seks in de marge is, van het ongewone en voor sommigen ook ‘het hele erge’; nergens in Keulen nog een spoor van ‘mainstream heteroseks’.

De eigenzinnige titel Das achte Feld verwijst naar het achtste vakje op het schaakbord waar een pion – het ordinairste schaakstuk – de gedaante aanneemt van een koningin, een travestiet, een Drag Queen. De hele ‘show’ gaat over zulke vermommingen, maskerades en speelse of opzichtige androgynie. Het wordt allemaal uitgestald, her en der in het museum: crèmekleurige jongetjesschilderijen van David Hockney, de neukende Seven Figures van Bruce Nauman uit de verzameling van het Amsterdamse Stedelijk Museum, de naakte maar gekroonde dansers van Robert Mapplethorpe, de onder een rokje gefotografeerde blote kont en ballen van Wolfgang Tillmans, veel zoenende en zuchtende lijven, en – net als in Parijs – Louise Bourgeois met een vorstelijke stijve penis onder haar arm.

Veel werk verwijst naar foto’s van gedaantewisselingen van Marcel Duchamp en Andy Warhol, op het bekende portret van Rrose Sélavy (‘alias’ Duchamp) van Man Ray en Warhols Selfportrait in Drag. Kunstenaars persifleren die foto’s, ze modelleren hun gelaatstrekken, ze citeren uit de kunst. Het is evenwel geen carnal art, zoals het chirurgisch gefrutsel van ‘vleeskunstenares’ Orlan, die haar gezicht laat vervormen. Op de tentoonstelling zijn vooral metamorfoses te zien, verminkingen, erotiserende collages in bizarre portrettengalerijen van Annette Messager en Pierre Molinier.

Aan de kassa krijgt elke bezoeker een gratis boekje, het bij Suhrkamp Verlag verschenen Feldforschung van Thomas Meinecke, een voor deze expositie geschreven bundel met ‘veldonderzoek’ omtrent queerness en gender. Die thema’s worden evenwel niet geproblematiseerd; het lijkt alsof wat ooit gemarginaliseerd was, nu heel gewoon en algemeen aanvaard is. Alleen de Keulse burgemeester maakte nog bezwaren tegen Tillmans’ kontfoto, die op de omslag van de catalogus prijkt. Samensteller Frank Wagner had de foto gekozen als insigne en affiche voor Das achte Feld. Dat kon niet, vond de burgemeester, ‘geen blote kont op elke Keulse straathoek’.

Niks choqueert ze nog in het Museum Ludwig, alles wordt er onder fel licht getoond. De roes verliest zijn glans, het exces is er heel gewoon. In de veeleisende maar ook verwarrende opstelling van Schaerf wekt de seks, zelfs bij het cruisen in de museumzalen, nauwelijks of geen lustgevoelens meer op bij het versufte publiek.

Meer over