Croz

Knap gespeeld, mooi gezongen en zonder die modieuze producties waar Crosby's andere soloplaten onder bezweken

Gijsbert Kamer

Als solo-artiest is David Crosby (72) aanmerkelijk minder productief geweest dan Neil Young, Graham Nash, Stephen Stills, Roger McGuinn en al die andere grootheden uit de popmuziek met wie hij sinds de jaren zestig samenspeelde. En van de drie platen die hij vóór het nieuwe Croz uitbracht, verdient eigenlijk alleen het verwarrende, maar intrigerende If I Could Only Remember My Name het om anno 2014 nog bij stil te staan.

Aardig was het trio CPR dat hij eind jaren negentig begon met zijn zoon James Raymond. Maar Crosby zal gemerkt hebben dat het vooral zijn naam is die nog altijd publiek moet trekken. David Crosby met de prachtige tenorstem. Die Crosby kan nog altijd wat potten breken sinds hij eind jaren tachtig volledig afgekickt een tweede leven begon.

Croz is de plaat waar lang op gehoopt werd dat hij nog eens zou worden gemaakt. Goed verzorgde, jazzy nummers. Knap gespeeld, mooi gezongen en zonder die modieuze producties waar zijn andere soloplaten Oh Yes I Can (1989) en Thousand Roads (1993) onder bezweken.

Een belangrijke rol vervult wederom zoon James Raymond die als toetsenist verantwoordelijk lijkt voor de sound: eigentijds en toch vertrouwd klassiek. Crosby neemt mooi zingend de tijd voor de nummers die niet geschreven lijken voor de radio.

Wat je op den duur toch gaat missen, is een liedje dat er echt uit springt. Alles klinkt smaakvol, muzikaal (er zijn gastrollen voor Mark Knopfler en Wynton Marsalis), alles zit knap in elkaar, maar het kabbelt allemaal net iets te rustig voort om meer te worden dan een aardige voetnoot in de biografie van David Crosby.

Meer over