Drama

Crepuscule

Quasi-diepzinnige ode aan Godard

Twee panoramashots in zwart-wit zetten direct de toon van het hoogdravende Crepuscule, de derde speelfilm van het kunstenaarsduo Maartje Seyferth en Victor Nieuwenhuijs. Tergend traag beweegt de camera langs Amsterdamse kerktorens, grachten en treinrails. Op de geluidsband klinkt een monotone combinatie van jazz en industrieel gebrom.

Een jonge vrouw, de schouders hoog, haar gezicht verscholen onder een grote capuchon, arriveert in de grote stad. Ze neemt haar intrek in een immense kamer, waar een verweerde spiegel en een orgel staan. Ze vindt een baantje bij een benzinepomp; ze slaat spijkers in de muur om haar kleren aan op te hangen. Het meisje zit vrolijk te kletteren op het toilet; ze staat naakt te dansen voor de spiegel. Ze brandt haar mond aan de thee, en speelt een stukje op het orgel. Ze zit in de tram, ze ijsbeert wat onder een viaduct.

Dan, de blonde vrouw ligt in haar blootje in bed, wordt er opeens een pistool op haar hoofdkussen gelegd en wordt klip en klaar wat toch al overduidelijk was (zwart-wit, meisje, pistool): Crepuscule is een ode aan Jean-Luc Godard, die decennia geleden stelde dat voor een film niets anders nodig is dan een meisje en een pistool. De ingrediënten leveren niet per se een geslaagde film op, bewijst het voor een appel en een ei gemaakte Crepuscule (`schemering¿). Debutante Nellie Benner (als het inerte meisje) kan er ook niet veel aan doen; Titus Muizelaar speelt het cliché van een onheilspellende man. Seyferth loopt zelf ook nog even door het beeld; de poster van hun vorige, door het publiek angstvallig gemeden productie Lulu figureert in een scène waarin een visboer een haring bereidt. De haring met vlaggetje blijft overigens onaangeroerd op de toonbank staan; de inerte vrouw loopt weg. Naar het waarom kan slechts worden gegist. Crepuscule is een aaneenschakeling van loze, quasi-diepzinnige scènes.

Meer over