Actie / Thriller / Misdaad

Cool!

Cool werkt alleen in documentairescènes

Ronald Ockhuysen

'De sekte' noemen de vrienden van Abdel, Hamid en Jeffrey de Glen Mills School, het heropvoedingsinstituut in Wezep. De jongens die daar werken aan een leven zonder criminaliteit krijgen tijdens hun verlof de wind van voren. Mietjes zijn het. Verraders. Wie wil er nou een nette burger zijn?

Theo van Gogh is geen optimist. Het is om die reden een prikkelend idee van de Hoenderloo Groep, waartoe de Glen Mills School behoort, juist hem uit te nodigen een film te maken over de werkwijze van de school en de criminelen die er worden behandeld. Bij Van Gogh hoeft niemand bang te zijn voor politiek correctie prietpraat. De jonge boeven - ze zitten er vanwege gewapende overvallen, geweld, of doodslag - zijn in Cool niet het slachtoffer van de politiek of van een culturele kloof. Ze zijn gewoon zoals ze zijn: gewelddadig.

De opdrachtfilm leunt zwaar op hip hop-esthetiek. De jongens ogen, met slobberbroeken en ver over het hoofd getrokken capuchons, als boze rappers. De beste momenten zijn dan ook de clipfragmenten waarmee Van Gogh hun avonturen lardeert. Zware beats en hoekig rijm doen dienst als boodschappers van jongens die het normaal zonder podium moeten stellen. Hun taal - over doekoe (geld) gaat het en smadjes (meisjes) natuurlijk - komt van de straat; de toon is opgefokt en uitdagend.

Cool is een poging het beeld van probleemjongeren te nuanceren. De jongens, door toedoen van de sociaal-democraat Rob Oudkerk alom 'kutmarokkanen' genoemd, krijgen de ruimte hun stem te laten horen. Daardoor wordt een wereld belicht die bij alle stedelingen om de hoek ligt, maar die slechts bij weinigen bekendheid geniet. Een wereld vol opgefokte mannetjes. Zij doden hun tijd met stelen, naar pornofilms kijken, en fantaseren over een eigen Ferrari, een huis met een zwembad en een maagd als bruid.

De cast bestaat voor het grootste deel uit jongens die op de Glen Mills School intern zijn, of dat zijn geweest. Zij namen hun ervaringen met criminaliteit mee naar de set, waar ze personages spelen die dicht bij hun eigen levens staan. Van Gogh, in de eerste plaats een acteursregisseur, maakte dankbaar gebruik van hun authenticiteit; de ad hoc-acteurs hebben stuk voor stuk een geloofwaardige presence. Ook profiteerde Van Gogh van de methode die op de Glen Mills School wordt gehanteerd. De bikkelharde wijze waarop de 'leerlingen' elkaar corrigeren; de rollenspellen met leiders; de groepsprocessen - ze leveren dramatisch sterk materiaal op.

Helaas is het portret van de delinquenten geen docudrama. Cool moest een onvervalste thriller worden, met echte acteurs, en een verhaal waarin bendes, liefde en geweld op elkaar botsen. Op dat terrein gaat van alles mis. Het scenario, van Theodor Holman en Gijs van de Westelaken, hangt van clichés aan elkaar, en de uitvoering blijft steken op het niveau van een repetitiedag.

Van Gogh heeft zijn professionele acteurs maar wat hun gang laten gaan. Johnny de Mol is als bendeleider voortdurend met een mes en vers fruit in de weer (gevaarlijke jongen!), Katja Schuurman houdt het bij zwoele blikken (femme fatale!), en Thijs Römer en Steve Hooi moeten dialogen wegwerken ('Adriaan? Van Bassie? Die is toch al lang dood?') die tien jaar na Pulp Fiction een bedorven geur verspreiden. Cool is zo'n film waarin een cynische agent tijdens het onderzoek voortdurend naar sekssites zit te gluren, om aan het slot wel zijn mannetje te staan.

Van Gogh wilde een onopgesmukt beeld schetsen van het soort jongens dat op de Glen Mills School terechtkomt. In de documentairescènes en in de clipfragmenten is dat gelukt. Voor de rest is Cool kinderachtige namaak.


Meer over