Nieuws

Congolees kunstcollectief hoopt met NFT van geroofd kunstwerk het weer digitaal terug te krijgen

Kan cryptokunst dekolonisatie bevorderen? Kan geroofd cultureel erfgoed weer bij de rechtmatige eigenaars terechtkomen als virtueel kunstwerk, een NFT? Ja, zegt een kunstenaarscollectief uit Congo. Ze eisen een sculptuur terug die belangrijk is voor de Lusanga-gemeenschap in hun land.

Maxine van Veelen
Het sculptuur van de Belgische militair Maximilien Balot. Beeld Human Activities
Het sculptuur van de Belgische militair Maximilien Balot.Beeld Human Activities

Het gaat om een beeld van de Belgische militair Maximilien Balot. Hij werd in 1931 vermoord tijdens de Pende-opstand in Lusanga, dat toen nog Leverville heette. Het verzet richtte zich tegen een plantage van Lever Brothers (het huidige Unilever), waar sprake was van seksueel geweld, opsluiting en gedwongen arbeid onder erbarmelijke omstandigheden.

De sculptuur zou Balots kwade geest belichamen en bedwingen. Daarom wil het Congolese kunstenaarscollectief CAPTC het beeld in Congo en elders tentoonstellen. Ondanks herhaalde verzoeken wil de eigenaar, het Virginia Museum of Fine Arts (VMFA) in het Amerikaanse Richmond, het kunstwerk niet uitlenen.

Daarom hebben de Congolezen er een digitaal evenbeeld van gemaakt. Een dergelijk non-fungible token (NFT) is een ‘niet-inwisselbaar bewijs’ dat de originaliteit van een digitaal voorwerp verzekert. Een NFT hoeft geen kunst te zijn, maar kan ook een tweet of plaatje zijn. Vorig jaar werd wereldwijd voor tientallen miljarden euro’s aan dergelijke digitale cryptokunst verhandeld.

Digitale restitutie

Door de sculptuur van de Belgische militair als NFT te lanceren, is er sprake van een soort digitale restitutie. Het digitale eigendomsbewijs is vrijdag online gemunt, in het museum White Cube in Lusanga en in kunstgalerie KOW Berlin.

Matthieu Kasiama en Céd’art Tamasala deden als leden van kunstenaarscollectief CAPTC onderzoek naar de sculptuur van Balot. De documentaireserie De plantage, de opstand en het museum volgt hun missie om het beeld terug naar Congo te halen. Ze reizen af naar het gebied waar de Pende-opstand plaatsvond, spreken academici over de banden van musea met plantages en bezoeken het kunstmuseum in Virginia om bij de directeur toestemming te vragen voor een bruikleen.

Tamasala: ‘Het museum wil de sculptuur wel aan andere musea uitlenen, maar niet aan ons, terwijl we daar recht op hebben. We hebben mogelijk geen eigendomsrecht, maar wel recht op gebruik. Deze sculptuur behoort ons volk toe, is onderdeel van de revolte tegen de uitbuiting van mensen en natuur binnen het plantagesysteem in Congo. Door middel van de NFT kunnen we toegang tot onze geschiedenis en de kracht van het beeld terugwinnen.’

Binnenkort wordt de NFT in driehonderd kleinere NFT’s opgedeeld, die te koop worden aangeboden. Met de opbrengst kan het Congolese kunstenaarscollectief de aankoop van land, de herbouw van de natuur op de uitgeputte plantages en voedselzekerheid financieren.

Lege sokkel

Het NFT-project is een samenwerking met de Nederlandse filmmaker en kunstenaar Renzo Martens. Hij onderzoekt de banden tussen kunst, kapitaal en kolonialisme. Zo ontstond kunstenaarscollectief CATPC en het museum White Cube in Lusanga. Martens en zijn stichting Human Activities waren op de achtergrond bij het Balot-project betrokken. ‘Ik probeer mijn taak als witte man zo goed mogelijk te vervullen. Mensen op plantages hebben vaak niet dezelfde technologische middelen als mensen in bijvoorbeeld Amsterdam, en dan wordt het moeilijk aan conferenties over roofkunst deel te nemen.’

Maar met het munten van de NFT is de roep om teruggave nog niet compleet. ‘Ook als we binnenkort driehonderd NFT’s munten, zal de sokkel leeg blijven’, aldus Tamasala. ‘De bedoeling van het beeld was om controle te krijgen over de boze geest van Balot, om te voorkomen dat hij na zijn dood, en het Unilever-plantagesysteem met hem, nog veel ergere problemen zou veroorzaken. Die problemen zijn er uiteindelijk gekomen – arbeiders verdienen minder dan 20 dollar per maand als ze voor Unilever werken – maar via deze technologische omweg kunnen we de boze geest al meer in bedwang krijgen en de plantage vooruithelpen.’

Aangezien ze nog op de plantage wonen, speelt het beeld nog steeds een grote rol in hun leven. ‘Die past hier dus beter dan in een steriele ruimte in Virginia’, aldus Tamasala. ‘Het kan niet zo zijn dat kunst alleen maar in het Noorden mag staan, omdat ze daar toevallig goede airconditioning hebben. We willen de sculptuur ook niet gevangennemen, niet eeuwig in Lusanga houden, maar juist laten reizen. En hopelijk kunnen andere gemeenschappen, ook buiten Congo, ons voorbeeld volgen en eveneens via NFT’s hun geschiedenis terugeisen.’