Coney Island

'Wisteria Cottage, a novel of criminal impulse.' Jarenlang stond het op mijn verlanglijstje; nooit een exemplaar zien staan. Als ze het érgens hebben, moet het hier zijn: New York, Murder Ink, specialisten in moord en doodslag....

Toen Wisteria Cottage in 1948 verscheen, raadde het tijdschrift The New Yorker de lezer aan het boek te lezen met de deur van de kamer op slot, het grote licht aan, en met de rug naar de muur. Zo'n boek wil ik lezen. Manhattan beleeft de warmste zomer sinds jaren. We gaan naar Coney Island, naar zee, en Wisteria Cottage mag mee.

Ook in de roman blijkt de zomer bloedheet, en het huisje dat Wisteria heet, is een vakantiehuisje in de duinen. Daar verblijven de weduwe en haar twee dochters, en Richard Baurie komt er op bezoek. Richard is schizofreen.

Ik maak een fout. Gebrek aan ervaring met strandlezen. De zon schijnt fel op de pagina's, en ik ga met mijn rug naar de zon zitten. Ik denk slim te zijn: zo lees ik in mijn eigen schaduw. Tijdens het gruwelijke slot trek ik weliswaar een T-shirt aan, maar aan mijn rug heeft zich het kwaad dan al voltrokken.

's Avonds, op weg naar Chinatown, beginnen de koude rillingen. Een Chinees geeft me de beste plaats van zijn restaurant, vlakbij de airco, die zonder mededogen mijn rug begint te teisteren. Dan komt de koorts.

Terwijl ze mijn rug voorzichtig insmeert, wil mijn vrouw weten of het toch wel de moeite waard was. Dat was het. Er zijn tenslotte maar weinig thrillers die nog een nacht lang doorwerken.

Ed Schilders

Meer over