Interview

Componist Ruud Bos (85) keek de kunst af van Ennio Morricone: ‘Gewoon een pak muziek maken’

Ruud Bos Beeld Ivo van der Bent
Ruud BosBeeld Ivo van der Bent

Veertig jaar na dato is Ruud Bos’ muziek voor de tv-serie De Fabriek uit 1981 eindelijk op cd gezet.

‘Ik verwacht een hit, Ruud!’ Nooit zal Ruud Bos (85) vergeten wat tv-producent Joop van den Ende tegen hem riep, toen hij werd ontboden op diens kantoor. ‘Ik werkte al langer samen met Joop, in 1977 had ik de muziek gecomponeerd voor de tv-serie Dagboek van een herdershond, die hij produceerde.’

Van den Ende hield toen nog kantoor in Badhoevedorp, herinnert Bos zich. ‘Zijn eerste vrouw An deed de financiën, met haar moest ik onderhandelen.’ Voor het zover kwam, sprak de baas de componist zelf toe. Er stond een nieuwe tv-serie op stapel, De Fabriek, over het wel en wee van een suikerfabriek, en Van den Ende wilde dat Bos opnieuw de muziek componeerde.

Maar dat was niet het enige: ‘Joop wilde een hit. Ik zei nog dat hij dat van mij niet kon verwachten, hits lever je niet op bestelling.’ Maar daar nam Van den Ende geen genoegen mee. Hij wilde een tune die al vanaf de eerste noten een verlangen naar spanning, liefde en strijd zou oproepen. ‘Joop zette me echt onder druk.’

Zowaar: Bos slaagde met vlag en wimpel. De openingstune, Sugar, werd er een die iedereen die hem in 1981 hoorde nooit meer zou vergeten. Ta daa ta da...Ta daaa ta duh, twee keer vier noten, klaterend door een groot orkest gespeeld, als inleiding op een wervelende melodie. Je kunt stellen dat die vier noten veertig jaar later beter zijn blijven hangen dan de serie zelf, hoewel die twee seizoenen lang toch wekelijks zo’n vijf à zes miljoen kijkers trok.

De tune was niet de enige muziek die Bos voor De Fabriek componeerde. In zijn Hilversumse appartement laat hij de zojuist verschenen cd zien met de complete ‘original soundtrack’ van de serie, die steekt in een fraai door Piet Schreuders ontworpen kartonnen hoesje en is voorzien van een inleiding door de grote baas Joop van den Ende zelf. Die toont zich verheugd dat ‘deze muziek uit 1981 nu in topkwaliteit bereikbaar is’.

 Ruud Bos componeert de muziek voor De Fabriek. Beeld Privécollectie Ruud Bos
Ruud Bos componeert de muziek voor De Fabriek.Beeld Privécollectie Ruud Bos

‘In de serie is vrij weinig muziek gebruikt’, zegt Bos, ‘maar ik heb alle banden bewaard en het klinkt allemaal nog prachtig.’ Hoe kan het ook anders, zou je bijna willen roepen. Vrijwel alles wat Bos in die tijd componeerde is tijdloos gebleken. Hij tekende voor televisietunes voor de kinderseries De Fabeltjeskrant (1968) en Paulus de boskabouter (1974) en de comedy Zeg ’ns Aaa, die iedereen nog kan meezingen. Daarnaast schreef hij de muziek voor de vroege films van Frans Weisz: De inbreker (1971), Naakt over de schutting (1973) en Rooie Sien (1975).

Bovendien componeerde, produceerde en arrangeerde Bos talloze liedjes voor zangers als Gerard Cox, Willem Nijholt, Bill van Dijk en Ramses Shaffy, en leverde hij de theatermuziek voor onder anderen Wim Sonneveld en André van Duin. Je kunt bijna geen naam uit de Nederlandse amusementswereld van de jaren zestig, zeventig en tachtig noemen, of Bos heeft ermee gewerkt.

Met V neemt de onverminderd kwieke en actieve componist (plannen voor een nieuwe theatervoorstelling moesten door corona worden uitgesteld) zijn zestigjarige loopbaan door.

Die begint met jazz spelen. In 1959 raakt hij na zijn militaire dienst verzeild in het Amsterdamse cabaretcircuit. Zijn eerste baan is pianist in het Leidsepleincabaret van Jaap van der Merwe. In die rol wordt hij gevraagd voor de revue van Jan Blaaser en Joop Doderer. Hij werkt een aantal seizoenen met Rudi Carrell en komt in contact met cabaretgroep Lurelei, waarin onder anderen Guus Vleugel en Jasperina de Jong spelen. In Lurelei ontmoet hij pianist en VPRO-radiomaker Han Reiziger en componist en pianist Rogier van Otterloo, die nog vaker zullen opduiken in zijn carrière.

De Fabeltjeskrant Beeld
De Fabeltjeskrant

De Fabeltjeskrant (1968)

‘Han Reiziger was net hoofd Lichte muziek bij de VPRO geworden en in die hoedanigheid gaf hij mij de kans een bigband te formeren en radio-uitzendingen te verzorgen. Toen is mijn naam in Hilversum gaan rondzingen, vermoed ik. Tv-producent Thijs Chanowski speelde ook bas en hield net als ik van jazz. Hij zal me een keer gehoord hebben en hebben gedacht: misschien kan hij dat ook, een tune schrijven’.

De tekst van Leen Valkenier was er al: ‘Hallo meneer de Uil, waar brengt u ons naartoe? Naar Fabeltjesland? Eh ja, naar Fabeltjesland.’

‘Korte zinnetjes, in wat ook een kort liedje moest worden. Maar in dat kleine liedje zitten toch modulaties en stopjes, ik liet het niet gewoon van A naar B lopen.

‘Thijs vond het te moeilijk. Maar ik heb mijn poot stijf gehouden. Vergis je niet, het daalt vast wel in, zei ik tegen hem. Ik heb gelukkig gelijk gekregen.’

Een andere tv-tune die iedereen kent, is die van Zeg ’ns Aaa. ‘Nico Knapper van de Vara benaderde me met een tekst van Alexander Pola. Titel en lied waren klaar, er moest alleen nog muziek omheen. Dat is vaak lastig, omdat je muzikaal rekening moet houden met het metrum en niet aan de tekst wilt sjorren. Zoals ik niet wil dat ze aan mijn melodie komen, willen tekstschrijvers niet dat hun zinnen worden veranderd. Ik weet er niet veel meer van, dus het zal wel soepel gegaan zijn.’

Net als De Fabeltjeskrant werd Zeg ’ns Aaa niet alleen veel op televisie herhaald, maar ook aan het buitenland verkocht. Dat was gunstig voor Bos: ‘Ik bezit alle rechten en krijg van Buma/Stemra uitgekeerd voor elke keer dat de tunes worden uitgezonden. Daar word ik financieel nog elk jaar wijzer van.’

De inbreker Beeld
De inbreker

De inbreker (Frans Weisz, 1971)

‘Ik heb, in alle bescheidenheid, heel veel mooie muziek gemaakt voor niet zulke goede films’, zegt Bos. Maar daar rekent hij de vroege films van Frans Weisz niet toe. De muziek bij wat zijn eerste Weisz-film werd, De inbreker, staat nog als een huis, vindt hij (zie de verzamelde soundtracks op de dubbel-cd Ruud Bos – Naked Plus, Original Soundtracks 1967-1973).

Het door Bos ingezette orkest creëert volop spanning in de boevenfilm, waarin Rijk de Gooyer schittert als de Amsterdamse inbreker Glimmie. Goed hoorbaar is al de werkwijze die Bos vaker zou toepassen, met een muzikaal thema dat als een ‘leitmotiv’ in steeds net iets andere arrangementen terugkeert.

‘Van Ennio Morricone heb ik geleerd hoe het moest. Gewoon een pak muziek maken. Ik moest weten wat de inhoud was en wat de scènes waren en leverde vervolgens een stapel muziek in. Moesten zij maar kijken wat ze konden gebruiken.’

Bos’ muziek is beïnvloed door impressionistische, wat melancholieke werken van Franse componisten als Francis Poulenc, Claude Debussy en Maurice Ravel, voorbeelden waar hij zijn hele leven al van houdt. Vaak werden zijn filmscores door dezelfde muzikanten uitgevoerd. Voor de jazzy ondertonen die overal in zijn werk doorklinken, kon hij bijvoorbeeld rekenen op altsaxofonist Piet Noordijk, bassist Rob Langereis en pianist Rob Franken als er een Fender Rhodes was vereist.

‘Ik moest niet alleen componeren, maar ook produceren. Als ik iets geschreven had, keek ik welke muzikanten ik nodig had en ging ik rondbellen. Ik riep jazzmusici bij elkaar en zocht contact met iemand uit het Concertgebouworkest of het Metropole Orkest en bestelde dan het aantal strijkers dat ik op die of die datum nodig had. Zo formeerde ik steeds mijn gelegenheidsorkest.’

Naakt over de schutting Beeld
Naakt over de schutting

Naakt over de schutting (Frans Weisz, 1973)

Begin jaren zeventig was er één componist en dirigent die de aandacht in de media opeiste: Rogier van Otterloo. De in 1988 op 46-jarige leeftijd overleden componist schreef de muziek voor onder andere de films Turks fruit (1973) en Help, de dokter verzuipt! (1974), die anders dan de filmmuziek van Bos meteen met groot succes op lp werd uitgebracht.

Was Bos daar niet jaloers op? ‘Jaloezie is een eigenschap die ik niet ken. Ik kan heel makkelijk mensen complimenteren die hetzelfde werk doen. Ik vond Van Otterloo fantastisch, echt een grootmeester. We maakten allebei filmmuziek, maar ik heb niet het idee dat we tegen elkaar werden uitgespeeld. We hadden allebei onze eigen contacten en we hadden werk genoeg.

‘Dat gezegd hebbende: er was geen echt vriendschappelijk contact. Hij was mijn type niet. Ik vond hem nogal hoekig, op het norse af. Ik ben denk ik wat zachter.’

Slechts één keer heeft Bos met de vuist op tafel geslagen. ‘In Hilversum, in het kantoor van muziekuitgever Willem van Kooten. Mijn muziek voor Naakt over de schutting was volgens mij erg leuk geworden. Ik werkte als producer en arrangeur voor Phonogram en ik vond dat ze filmmuziek moesten uitbrengen, maar daar wilden ze niet aan.

‘Ik heb Van Kooten toen mijn muziek laten horen, sloeg op tafel en riep dat dit een gemiste kans was. Dat was hij met me eens. We sprongen in zijn auto, reden naar het Phonogram-kantoor aan de andere kant van Hilversum, waar de directeur en producers net zaten te vergaderen. Hij ging naar binnen, hield een pleidooi en Naakt over de schutting kwam alsnog uit op lp en verkocht goed. Als tegenprestatie kreeg Van Kooten de rechten van de plaat, dat leek me billijk.’

Telkens weer Beeld
Telkens weer

Willeke Alberti – Telkens weer (1975)

‘Ik heb me nooit op één discipline gericht. Filmmuziek schrijven was een onderdeel van een boeket van dingen: televisie, series, liedjes en toneelmuziek. Alles liep een beetje door elkaar, zolang als dat goed ging.

‘Bij Phonogram zaten we op maandagmorgen bij elkaar. Peter Koelewijn, Hans van Hemert, Boudewijn de Groot en ik. We lieten elkaar horen wat we gemaakt hadden en gaven commentaar op elkaars producties. Ik deed veel cabaret toen, maar dat vond geen enkele weerklank. We zaten op een andere golflengte. Zij waren veel meer op de hitparade gericht dan ik.’

Toch is de naam Ruud Bos verbonden aan enkele hits, waaronder Cornelis Vreeswijks De nozem en de non uit 1972. Het melancholieke, door Willeke Alberti gezongen Telkens weer uit de film Rooie Sien werd een heuse evergreen.

Telkens weer is een van mijn grootste hits, naast Dagboek van een herdershond en de muziek die ik voor attracties in De Efteling componeerde. Ik was weer gevraagd voor een film van Frans Weisz en daar moest een liedje voor Willeke Alberti in. Tekst was er nog niet, wat een voordeel was. Ik kon alle kanten op en hoefde nu eens niet na te denken of de woorden wel in de melodie pasten.

‘Ik bedacht een liedje dat begon met drie tonen en dat legde ik voor aan Friso Wiegersma, die de tekstopdracht kreeg. Wiegersma liep een week of wat te tobben: nu-en-dan, jij-en-ik, dag-en-nacht, zon-en-maan. Totdat hij ’m had: tel-kens-weer. Het is een van mijn mooiste liedjes geworden.’

De Nederlandse Dallas

De tv-serie De Fabriek werd vanaf maart 1981 uitgezonden door de Tros. De serie draait om een door Dries Rustenburg (Rudi Falkenhagen) geleide suikerfabriek, waarvoor de CSM-fabriek in Halfweg model stond. Naast Falkenhagen en Pleuni Touw (als overspelige echtgenote) werkten grote namen mee als Jeroen Krabbé, Andrea Domburg en Bram van der Vlugt. De serie moest de concurrentie aangaan met Dallas, dat voor de neus van de Tros was weggekaapt door de Avro. Met wekelijks zo’n 5 miljoen kijkers en een gewonnen Gouden Televizier-Ring lukte dat aardig.

De Fabriek Beeld
De Fabriek

De Fabriek (1981)

‘Het kon niet op eind jaren zeventig, begin tachtig. Muzikanten kwamen om in het werk. Televisie, theater, film en grammofoonplaten: de bomen groeiden tot in de hemel. Maar ze raakten erdoor verwend, kwamen te laat, namen te lange koffiepauzes en zeurden over gages.

‘Orkestleiders Rogier van Otterloo en Dick Bakker hadden dezelfde problemen en waren voor opnamen al naar Londen uitgeweken. Ze gaven mij het adres van The Music Centre Sound Studios, waar onder meer de soundtracks voor James Bond werden opgenomen.

‘Ik had heel weinig tijd gekregen van Joop en schreef in twee weken alle muziek voor De Fabriek. Ik belde naar Londen, waar Nat Pack mijn wensenlijstje noteerde. Hij regelde de muzikanten die ik nodig had. Op die ene opnamedag die ik had zaten ze om 10 uur allemaal klaar, de microfoons waren ingesteld, ik legde de muziek voor hen neer en we konden beginnen.

‘Alles stond er in één keer op. Ik ging met de banden in mijn koffertje terug naar Hilversum en Joop was tevreden over de tune. Over de rest van de muziek heb ik hem nooit meer gehoord. In 1985 vroeg hij me op audiëntie. Hij ging tegenover me zitten en zei: Ruud, die muziek van De appelgaard , een serie die toen net op tv was, vind ik kutmuziek. O, zei ik, dat ben ik niet met je eens. We hebben het nooit meer over muziek gehad.’

Maar, zegt Bos, hij zou het nu toch net iets anders doen. ‘Niet altijd uitgaan van een groot orkest, maar ook eens werken met kleine ensembles. Een paar instrumenten, dat kan het ook heel goed doen.

‘Voor mij is de muziek van De Fabriek een hoofdstuk in een groot oeuvre en ik ben nog steeds buitengewoon blij dat de tune zo is aangeslagen. Als ik dan toch een muzikale handtekening zou hebben, dan is dat de koppeling van melancholie, die in al mijn muziek zit, aan iets energieks. Die twee kanten hoor je terug op deze cd.’

Het was een rijk leven, zegt hij terwijl hij de soundtrack van De Fabriek nog eens door zijn handen laat glijden. ‘Het was geweldig.’

Ruud Bos

De Fabriek - Original Soundtrack 1981

678 Records.

null Beeld Piet Schreuders
Beeld Piet Schreuders
Meer over