Complotten bestaande uit misverstanden, blunders en dommige hebzucht

Nu de r weer in de maand is, klinkt de roep om meer onderzoeksjournalistiek. De ondergedoken journaliste Stella Braam, die onlangs dit balletje opgooide, had het weliswaar over undercover-journalistiek, maar de vraag of het uitzoekwerk met of zonder aangeplakte snor dient te gebeuren, is niet wezenlijk relevant....

De verleiding is groot haar hartstochtelijk bij te vallen. Meer doorwrochte journalistiek verlangen is immers net zo nobel als het eisen van minder geweld op straat? Degenen die zeggen dat Nederland gewoon te braaf is om emplooi te bieden aan een Woodward en een Bernstein, als iemand nog weet wie dit zijn, hebben ongelijk. Probeer maar eens de IRT-affaire te reconstrueren, of wat er werkelijk aan de hand is tussen Peper en Brinkman, of de ware toedracht van de Bijlmerluchtramp of van die bij Eindhoven. Eerder zouden we moeten weten waarom waarlijk diepgravende journalistiek zo schaars blijft.

Volgens mij ligt de oorzaak daarvan bij de natuurwet dat goed uitzoekwerk pas kan gedijen in een klimaat dat voldoet aan twee voorwaarden, die echter haast onvervulbaar zijn. Ten eerste moeten hoofdredacteuren bereid zijn zonder gefronste wenkbrauwen torenhoge declaraties te tekenen in ruil voor vaag gemompel. En als de felbegeerde resultaten eindelijk binnenkomen, moeten diezelfde hoofdredacteuren het dreigend gesis van autoriteiten, particulieren en adverteerders, alsmede van hun eigen directeuren, onverstoorbaar aanhoren. Ik zie de hoofdredacteuren zich nog niet in rijen van drie komen aanmelden om op deze manier voor waakhond van de democratie te mogen spelen.

In de tweede plaats moeten de speurneuzen zelf de juiste instelling hebben. Dat is een nog veel groter probleem dan de attitude van hun chefs. Vooral ambitieuze journalisten hebben de neiging overal complotten achter te zoeken, een afwijking die haaks staat op de noodzaak de feiten nuchter te wegen. Zelf ben ik daar inmiddels een beetje overheen, maar de kuur was zwaar en erg lang. Op de kop af twintig jaar geleden begon ik samen met een collega bij Vrij Nederland de veelbelovende samenzwering van Haagse gemeentebestuurders met projectontwikkelaar Reinder Zwolsman te ontrafelen, een onderonsje waarvan het doel was laatstgenoemde de badplaats Scheveningen in handen te spelen - tegen geld, drank en vrouwen, dat spreekt.

Intensief speurwerk leverde evenwel een ander beeld op, namelijk van een keurig gezelschap van gemeentelijke halve zolen die zich door een gewiekste zakenman een oor hadden laten aannaaien. Deze desillusie herhaalde zich nog menigmaal. Zo verdiepte ik mij, vanwege de naam, in 'Muldergate', op het oog een reusachtige subversieve operatie van de toenmalige minister van Informatie van Zuid-Afrika, Conny Mulder, met als doel een wereldwijde campagne van desinformatie over het apartheidsbewind. Uiteindelijk bleek alles camouflage te zijn voor de kamertjeszonde van mijn naamgenoot, die verslaafd was aan het op staatskosten bijwonen van internationale tennistoernooien.

Hoog keek ik op tegen collega Jan Rogier, die eind jaren zestig de handel en wandel van oud-premier en veelzijdig hoogwaardigheidsbekleder Jan de Quay beschreef in een geruchtmakende serie onder de titel 'Een zondagskind in de politiek'.

Wie die artikelenreeks las, kon niet anders dan concluderen dat de bejaarde staatsman de fascistoïde spin in een web van kapitalistische belangen was, bezeten van het streven een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven in de macht van het Vaticaan te brengen.

Totdat ik twintig jaar nadien de gelegenheid kreeg het persoonlijk archief van De Quay door te spitten, en ontdekte dat de serie van Rogier hoofdzakelijk nog waarde had als bewijs dat de auteur eigenlijk aan het afrekenen was geweest met zijn beroemde vader en een rigide rooms milieu.

Pas wie niet meer gelooft in meesterzetten van duivelse superbreinen, pas wie zich heeft neergelegd bij het besef dat alles gebeurt bij de gratie van misverstanden, blunders en dommige hebzucht, is geschikt voor het vak van uitzoekjournalist. Dan kan het alleen maar meevallen als hij of zij eens tegen een echt complot aanloopt. Ik heb nooit de indruk gehad dat er veel van zulke journalisten in Nederland rondlopen.

Verbeeld ik het mij nu, of heb ik mezelf hier in een hoek geverfd? De hoek waar mensen kunnen zeggen: 'Nou, Mulder, waarom neem je de door Stella Braam geworpen handschoen niet op als je er zo geschikt voor bent?'

Maar 't is zo'n hoop gedoe, dat uitzoeken. Door mij geen Muldergate.

Meer over