Communistische kunst bestaat niet

'Dit is Nelly', zegt Ger Harmsen bij een vrouwelijk naakt in de gang. De levensgrote krijttekening hangt in een donkere hoek....

Van onze verslaggeefster Machteld van Hulten

De afgelegen boerderij van Harmsen in het Friese gehucht De Knipe hangt vol met werk van de Nederlandse kunstenaar. Sinds Beekmans dood in 1964 beheert Harmsen diens oeuvre: honderden tekeningen, tientallen schilderijen, brieven, dagboeken, foto's en 'twee planken kunsthistorische literatuur'.

Onlangs schonk Harmsen alles aan het Kröller-Müller Museum. 'Ik had het archief en de collectie al meteen na Chris' dood willen afstaan. Ik woonde destijds in Amsterdam en had helemaal geen ruimte voor al dat werk.'

Pas in 1997 toonde het Kröller-Müller Museum zich geïnteresseerd. Dat museum had al een aantal vroege werken van Beekman in het bezit, aangekocht door Helene Kröller-Müller zelf in de jaren tien. Harmsen, oud-communist en bekend als hoogleraar dialectische filosofie en historische sociologie, is alleen maar 'blij' dat hij van het werk af is. 'Het is een hele zorg. Wat moet je als particulier met zo'n collectie? Over een paar jaar ben ik er niet meer.'

Een aantal grote formaten schonk hij al in de jaren zeventig aan het Amsterdams Historisch Museum. Af en toe deed hij familie of vrienden een landschap of stilleven cadeau. De collectie verkopen kwam nooit in hem op. Kunst hoort immers in het museum thuis. 'Ik ben nooit op geld uitgeweest. Ik zou niet weten wat ik ermee moest. Zo uitzonderlijk is de schenking toch niet? Bij de CPN deed je alles voor niets. Het geld dat je over had, ging naar de partijkas.'

Een aantal landschappen en portretten heeft hij niet weggegeven. 'Het meest gehecht ben ik aan dat schilderijtje daar, uit 1947. Die den en die berk hebben twee totaal verschillende karakters: de forse, grove den en die dromerige, tere berk. Sommigen zeggen: Van Gogh hè? Dan denk ik: nou dan kan je niet kijken.'

Harmsen en Beekman leerden elkaar kennen via de Communistische Partij Nederland. In 1951 moest Harmsen voor De Waarheid een verslag schrijven van de Guggenheim-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. 'Ik had totaal geen verstand van kunst. Via het partijbureau kwam ik in aanraking met Beekman. Hij is met mij meegegaan naar de tentoonstelling.'

Tussen de 30-jarige Harmsen en de 35 jaar oudere Beekman groeide een intense vriendschap, die ook standhield toen Harmsen in 1958 met de CPN brak. De kunstenaar onstloot een hele 'nieuwe wereld' voor de arbeidersjongen. 'Ik kwam vaak bij hem op het atelier. Hij liet me vooral kijken. Hij sprak niet veel over kunst.'

In de biografie over Beekman beschrijft Harmsen zijn vriend als een maatschappelijk bewogen kunstenaar. Sociaal realist wil hij de schilder van protestmarsen en armoedetaferelen niet noemen. 'Communistische kunst bestaat niet. Bovendien heeft Chris ook hele andere dingen gemaakt, zoals stillevens van een vaas bloemen of van een pan op een oliestel.'

Het kleine werk vindt hij mooier. 'Zodra Chris er teveel boodschap in probeerde te leggen, ging het mis. Hij werkte jarenlang aan een schilderij over de tegenstelling kuisheid en geilheid. Maar dat was veel te hoog gegrepen. Voor de CPN moest hij wel karikaturen maken. Dat kon hij ook niet. Hij zette niet zomaar een vlotte lijn op papier, zoals Picasso.'

Maar verder laat Harmsen het oordelen liever over aan de kenners. 'Ik beschouw mezelf niet als een kenner. Dat is zo'n pretentieus woord. Voor mij was Beekman gewoon een trouwe vriend en een partijgenoot, met wie ik toevallig in aanraking ben gekomen. Met zijn werk ben ik het meest vertrouwd.'

Door het schrijven van de biografie kwam Harmsen ook achter minder aardig kanten van Beekman. 'Ik ben allerlei dingen te weten gekomen, die hij mij nooit heeft verteld, onder andere over Nelly. Hij heeft haar slecht behandeld. Hij voelde zich de intellectuele elite en keek op Nelly neer. Dat is godverdomme toch schandalig.'

Meer over