Comédienne die consequent de ellende weglachte

Met venijnige teksten veroorzaakte ze in de jaren zestig ophef in Wij Lurelei, in de jaren zeventig werd ze beroemd door Pommetje Horlepiep....

Sylvia de Leur, de comédienne die consequent haar ellende weglachte, is gisteren aan de gevolgen van de spierziekte ALS gestorven. De actrice werd vooral in de jaren zeventig bekend met rollen op televisie en in films. In de jaren zestig joeg zij met cabaretprogramma’s als O.K. & W., Doe ’t zelf en Wij Lurelei met venijnige teksten van Guus Vleugel de burgerij de stuipen op het lijf. In 1997 speelde ze haar laatste toneelrol, en ze was in 2004 nog in een gastrol in de televisieserie Baantjer te zien.

Sylvia de Leur werd in 1933 in het Poolse Breslau geboren. Haar ouders waren de Nederlandse violist/orkestleider Tonny de Leur, en de Duitse ballerina Hertha Sommer. Klem tussen de oprukkende Russische troepen en de geallieerde bombardementen vluchtte het gezin naar Tsjechië, waar De Leur als enige kind in een groot variété-gezelschap werkte. Haar verbitterde moeder raakte aan de drank en liet haar dochter voor haar zorgen.

De Leur speelde toen al kindertoneel, kreeg balletlessen en op 12-jarige leeftijd was ze assistente van een goochelaar. In 1948 kwam het gezin in Nederland terecht. De Leur sprak alleen Duits, Russisch en Tsjechisch, talen die in het naoorlogse Nederland niet populair waren.

Ze werkte eerst twee jaar als schoonheidsspecialiste, nam spraakles en kwam al snel als comédienne/actrice op het podium. Haar cabaretcarrière begon bij Kees Manders in diens nachtcabaret Het Uiltje. Later ging ze op tournee met Berry Kievits en Gerald Walden.

Na één seizoen met de maatschappijkritische Jaap van Merwe maakte zij vanaf 1962 deel uit van het Lurelei Cabaret, onder leiding van Eric Herfst. Enigszins in de schaduw van Jasperina de Jong toonde zij haar grote komische talenten.

Hierna trok ze van musical naar musical en speelde in televisieprogramma’s als Mijn tante Victoria (1971) en Pommetje Horlepiep (1976), Dolly Dots (1983) en diverse speelfilms, waaronder Wat zien ik!? (1971), Daniël (1971), en De avonden (1989).

Haar leven raakte volledig in de war toen voor haar ogen een zandwagen van de gemeente haar 13-jarige zoontje (uit het beëindigde huwelijk met de arts Aart Gisolf) van zijn fiets reed. ‘Als je een lullige jeugd hebt gehad, en ook nog een kind verliest en je had al verlatingsangst, dan word je echt gek,’ zo vatte Sylvia de Leur haar leven op dat moment samen.

Haar theaterloopbaan leek ten einde, omdat ze geen zin meer had om terug te vallen op haar ‘oude kunstje van comédienne’. Maar in 1997 verscheen ze weer in het licht met het boek Balanceren met bagage, en de theatersolo Geluk? Wieso Glück? over de haat-liefde-verhouding met haar moeder. Na de bevalling kon haar moeder niet meer dansen, omdat haar figuur was verpest. Ze heeft dat haar dochter haar leven lang ingepeperd.

De Leur kon toen echter zonder rancune en met veel humor haar leven analyseren. Therapie noemde De Leur het toneel niet, maar ‘het ruimt wel lekker op.’

Meer over