Boekrecensie

Colson Whitehead zet een overtuigend tijdsbeeld neer van een verscheurd New York ★★★★☆

Met veel oog voor detail schetst Colson Whitehead het Harlem van halverwege de vorige eeuw, waar zwart en wit strikt gescheiden leven. Zijn hoofdpersoon belichaamt die gespleten wereld.

null Beeld Typex
Beeld Typex

Colson Whitehead is het type auteur dat zichzelf bij elk boek dat hij schrijft opnieuw uitvindt. Hij debuteerde in 1999 met een mystery novel over een liftinspecteur (De intuïtionist) en schreef daarna onder meer een autobiografisch geïnspireerde bildungsroman (Sag Harbor), een boek over poker (Kaarten op tafel), een postmodernistische satire (Apex is een pleister op de wonde) en een heuse zombieroman (Zone One).

Zijn doorbraak volgde in 2016, met De ondergrondse spoorweg. De titel verwijst naar het 19de-eeuwse netwerk van witte en zwarte Amerikanen die slaven uit het zuiden naar het noorden hielpen smokkelen. Whitehead nam het idee van een ‘ondergrondse spoorweg’ in dit boek letterlijk en schreef een indrukwekkende allegorie over racisme, een thema dat op uiteenlopende wijze in vrijwel al zijn boeken opduikt.

De ondergrondse spoorweg werd net als het drie jaar later verschenen De jongens van Nickel bekroond met de Pulitzer Prize for Fiction. Ook dat laatste boek was geïnspireerd op een historisch gegeven, namelijk het institutionele misbruik (marteling, verkrachting) op een tuchtschool voor jongens in Florida. Weinig verrassend waren het veelal de zwarte jongens die de ergste wreedheden ondergingen, niet zelden met dodelijke afloop.

Ook voor zijn nieuwe roman, Harlem Shuffle, heeft Whitehead gekozen voor een historische achtergrond en uiteraard speelt ook in deze roman racisme een hoofdrol. Het boek is gesitueerd tussen 1959 en 1964. Als Whitehead in het laatste deel de zogeheten Harlem Riots beschrijft (aanleiding: witte politieman schiet ongewapende zwarte tiener dood), voelt dat als de culminatie van zaken die op de voorafgaande pagina’s zijn opgebouwd.

Dreigende wereld

Harlem Shuffle is opgezet als het literaire equivalent van de film noir: een misdaadroman die zich afspeelt in een dreigende, nihilistische wereld. Want dat was Harlem eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw. En dat zou het daarna ook nog een tijdlang blijven. Het Harlem dat Whitehead in deze roman neerzet, is een stadsdeel in verval, vergeven van corruptie, gebukt onder geweld.

Hoofdpersoon is Ray Carney, aan het begin van de roman 29. Hij is de zoon van een beruchte beroepscrimineel, die tijdens een inbraak is doodgeschoten door de politie. Anders dan zijn vader probeert Ray op het rechte pad te blijven en als nette burgerman op te klimmen in de maatschappij. Hij heeft een meubelzaak waar zowel nieuwe als tweedehandsartikelen worden verkocht, desgewenst op afbetaling, want wie in Harlem heeft het geld om in één klap een bankstel of eethoek te betalen?

Helaas brengt de meubelzaak alleen niet genoeg op, zodat Ray in het geheim ook optreedt als heler van goederen die ‘van een vrachtwagen zijn gevallen’, zoals het eufemisme luidt. Het is vooral zijn neef Freddie die hem regelmatig sieraden, tv’s en andere zaken toespeelt. Ray heeft een netwerk van kopers naar wie hij de gestolen waar doorsluist. Alles heel discreet en zeer met mate, wat hem betreft.

Totdat Freddie en een aantal van zijn maten de veiligheidskluisjes van het (historische) hotel Theresa kraken en Ray voor het blok wordt gezet om zich over de opbrengst te ontfermen. Vanwege de familieband met Freddie wil hij geen nee zeggen, maar blij is hij er niet mee. En terecht, want al snel wordt hij diep in een crimineel netwerk gezogen. Er vloeit bloed, er wordt een in een tapijt gerold lijk in een park gedumpt en binnen de kortste keren blijkt het onvermijdelijk om zowel protectiegeld aan gewelddadige criminelen te betalen, als zwijggeld aan corrupte politiemensen.

Zwart en wit

Met veel oog voor detail beschrijft Whitehead een wereld van ‘klusjesmannen’, zuiplappen, bankiers, pooiers, prostituees, advocaten, junks, accountants en ‘weggetjesweters’, de een nog corrupter en immoreler dan de ander. We belanden in winkels, wasserettes en kroegen die niet meer dan façades zijn voor uiteenlopende criminele activiteiten. Via verwijzingen naar liedjes, films, televisieprogramma’s en een rage als de hoelahoep geeft Whitehead een overtuigend tijdsbeeld.

Gaandeweg wordt duidelijk dat het echte onderwerp van deze roman niet de misdaad is, maar de tweedeling tussen zwart en wit die Harlem, New York en welbeschouwd heel Amerika kenmerkt. ‘De zwarte stad en de witte stad, ze overlapten elkaar, wisten niets van elkaar, leefden gescheiden’.

Carneys vrouw Elizabeth werkt bij een reisbureau voor zwarten dat zijn cliënten precies kan vertellen in welke steden en dorpen en op welke reisroutes ze zich veilig kunnen begeven. Het staat aangegeven op een grote kaart. ‘Het was de kaart van de zwarte natie binnen de roomblanke wereld, een deel van het grotere geheel maar geheel opzichzelfstaand, onafhankelijk, met zijn eigen wetten.’

Als tijdens de rellen van 1964 half Harlem in brand staat, vergapen bezoekers van de Wereldtentoonstelling in Queens zich aan de heerlijke nieuwe wereld van de toekomst.

Standenmaatschappij

Naast de raciale breuklijn speelt die tussen ‘standen’ een hoofdrol. Want ook binnen de zwarte gemeenschap is er discriminatie. Carneys schoonvader heeft een lichtere huidskleur dan Carney zelf, dus kijkt hij op zijn schoonzoon neer. Bovendien is de man accountant en laat hij geen gelegenheid onbenut om te laten doorschemeren dat zijn dochter zwaar onder haar stand is getrouwd.

De effecten van de standenmaatschappij komen eveneens tot uiting in het feit dat relatieve ‘kruimelcriminelen’ zoals Carney en zijn kameraden worden veracht en voortdurend op hun hoede moeten zijn, terwijl de bankiers, accountants en advocaten wegkomen met malversaties waarmee veel meer geld gemoeid is.

Harlem Shuffle is een roman over een versplinterde wereld, ook belichaamd door Carney zelf. Na een verbouwing laat hij een tweede deur aanbrengen in zijn zaak, die rechtstreeks toegang geeft tot zijn kantoor: speciaal voor de activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Dr. Jekyll en Mr. Hyde in een verscheurd New York.

Colson Whitehead: Harlem Shuffle. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma. Atlas Contact; 400 pagina’s; € 22,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact
Meer over