Interview

Colin H. Van Eeckhout, voorman van Amenra, schreeuwt in zijn moerstaal nóg raker

In aanloop naar festival Le Guess Who sprak de Volkskrant met de frontman van de Belgische postrockband, die dit jaar een Nederlandstalig album uitbracht.

Robert van Gijssel
Colin H. Van Eeckhout  Beeld Rob Walbers
Colin H. Van EeckhoutBeeld Rob Walbers

Het was een van de beklemmendste momenten die de coronalockdown ons vorig jaar opleverde in de muziekzaal. De gevierde Belgische postrockband Amenra speelde een akoestische show in de Grote Zaal van TivoliVredenburg, voor een paar handenvol publiek – destijds het maximaal haalbare, bij een zeer voorzichtige heropening van de podia.

En bij wijze van roerend afscheid speelde Amenra, dat al twintig jaar diep respect afdwingt met verpletterend harde gitaarmuziek en de gepijnigde zangstukken van Colin H. Van Eeckhout, een zachte en intieme cover van het Belgisch kleinkunstliedje Het dorp van Zjef Vanuytsel, uit 1970. De vijftig jaar oude zinnen, die Vanuytsel had geschreven als lofzang op het plattelandsleven, kregen een compleet nieuwe lading bij de bedeesde en bijna fluisterende zang van Van Eeckhout. ‘Dan worden de straten zo stil, dan blijven de luiken zorgvuldig gesloten’, zong hij. ‘De dood kan zo komen.’

Alsof de Vlaamse chansonnier zijn tekst een halve eeuw geleden had geschreven met vooruitziende blik, gericht op de huidige pandemie en de bijbehorende uitgestorven straten.

‘Dat lied lag bij ons al enige tijd in de kast’, zegt Van Eeckhout. De zanger en tekstschrijver van Amenra was een paar jaar voorzichtig aan het spelen met zijn eigen taal, ten koste van het Engels waarmee hij zijn mondiale publiek al twee decennia bedient. Hij was ook eens gaan graven in de Belgische kleinkunst, een zwaar ondergewaardeerd genre in zijn thuisland en zeker in Vlaamse popkringen. ‘Een prachtig lied, Het dorp. Daar wilden we ooit dus iets mee gaan doen, maar het was er niet van gekomen. Tot we vorig jaar na een sessie naar huis liepen, door een doodstil en verlaten Gent. En ineens kwamen die regels op. Verdomd, we moeten dit nú gaan spelen, dachten we.’

Le Guess Who

Het vijfdaagse Utrechtse festival Le Guess Who kon vorig jaar niet doorgaan, maar slaat dit jaar toe, van 10 t/m 14 november. Met een omvangrijk programma en een weids aanbod aan buitenlandse namen, uit de avontuurlijke jazz, pop en muziek uit verre windstreken. Van woensdag 10 tot vrijdag 12 november staat een tiental podia in Utrecht open voor het experiment, met als kloppend festivalhart TivoliVredenburg.

Van Eeckhout besefte weer dat de moedertaal in de liedkunst toch een enorme indruk kan maken. ‘Alsof de woorden een rationele laag overslaan, de vertaalslag die je altijd maar moet maken, hoe goed je het Engels ook beheerst. De eigen taal is zo precies en kan zo direct zijn, zonder versieringen.’ En zo kreeg de schrijver een laatste zetje in zijn innerlijke taalstrijd en raakte hij overtuigd van het idee dat een nieuwe plaat van Amenra, de zevende in successie, in het Nederlands moest worden vertolkt.

De transitie werd in gang gezet: afgelopen zomer verscheen het weergaloze album De doorn, met de bekende wanhoopszang in soms krijsende toonzettingen van Van Eeckhout, maar dan nu in zijn moedertaal. Opmerkelijk, want De doorn was ook de eerste plaat van de Vlaamse band op Relapse, het eerbiedwaardige Amerikaanse label voor de hoogste heavy muziekkunst, waarmee Amenra definitief internationaal kon doorbreken. ‘Als we een manager hadden gehad, zou die waarschijnlijk hebben gezegd: slechtste idee ooit jongens, doe maar niet.’ Maar toch moest het gebeuren. ‘We zijn met het Nederlands dichter bij onszelf terechtgekomen en dus authentieker geworden. En daarmee bewijzen we onze volgers uiteindelijk toch ook een dienst.’

Amenra is een juweel van een band, een Belgische oerkracht van donderende postrock. De Vlamingen maken al twintig jaar loodzware platen, als liturgieën bij kerkdiensten van lawaai, met gitaren op het altaar. De beukende, naar emotionele uitbarstingen toewerkende muziek zoekt bij Amenra altijd de catharsis en de band werd een grootheid van de harde liedkunst. Ook dankzij de hartverscheurende vertolkingen van Van Eeckhout op de podia en zijn geschreeuwde teksten over dood, verdriet en levenspijn, de koele aarde die ons wacht, maar toch ook die eeuwige hoop op verlossing, op misschien iets van een lichtpunt achter de horizon. Of zoals Van Eeckhout het zelf omschrijft, uit de losse pols op een terras in Middelburg, waar we elkaar spreken: ‘De zoektocht naar schoonheid in de beladen donkerte van de eindigheid.’

De muziek van Amenra wordt door de aanhang haast als religieus ervaren. ‘Ja, wij horen vaak dat mensen onze concerten beleven als verwerkingsproces, of als een reinigingsritueel.’ En ook dat ritualistische aspect van Amenra voerde de band naar het Nederlands. ‘We werden de afgelopen jaren gevraagd voor enkele bijzondere projecten, bijvoorbeeld voor een afscheidsritueel voor inwoners van de stad Gent waarbij persoonlijke boodschappen op briefjes konden worden verbrand in een open vuur in een stadspark. Als een soort alternatief voor het kaarsje in de kerk. Ons werd verzocht muziek te schrijven bij dit project, en ook toen dacht ik: moet ik dat dan niet in het Nederlands doen? Ik sta daar in dat park tenslotte met allemaal mensen die Nederlands spreken, en dan kom ik met Engelse teksten over afscheid of samen door het vuur gaan. Waarom eigenlijk?’

Oppepper

Van Eeckhout merkte dat het schrijven in het Nederlands hem een artistieke oppepper gaf. ‘Ik had natuurlijk zes platen gemaakt in het Engels, en dan kom je op enig moment toch uit op dezelfde metaforen. Met het Nederlands leek het alsof ik een kind was met een nieuwe blokkendoos. Ik had ineens allemaal verse woorden tot mijn beschikking, waarmee ik bovendien meer kon uitrichten, omdat ik bijvoorbeeld de verborgen betekenis van een woord veel beter begreep.’

Hij speelde met zijn taal, soms door alleen een spatie in een woord te plaatsen, om ook hier de betekenis te kantelen. In het prachtige lied Voor immer wordt het woord ‘weeskind’ uit elkaar getrokken, en als ‘wees kind’ weer bij elkaar geplaatst. ‘Vrede. Wrede wachter in de tijd, moederloos. Wees kind’, dicht en zingt hij. ‘Toe verlaat mij nooit. Hou vast. Mijn ooit.’

De muziek achter de teksten gaat van kabbelende droomgitaren naar een kolossale ontlading en gitaren die als voorhamers op het gevoelsleven inslaan. ‘Ik deed vondsten waarvan ik zelf soms ook dacht: hé, dat is leuk gevonden. In het Engels was dat mij toch niet snel gelukt.’

Colin H. van Eeckhout tijdens een optreden van Amenra in Kopenhagen, in november 2019. Beeld Getty
Colin H. van Eeckhout tijdens een optreden van Amenra in Kopenhagen, in november 2019.Beeld Getty

De niet-Nederlandstalige liefhebbers, en dat zijn er veel, hoeven er intussen niet bij af te haken. ‘In de eerste plaats omdat mijn teksten altijd al in dienst staan van de muziek. Ik sta soms zelf in de keuken te wenen als ik luister naar de instrumentale stukken van Amenra: de composities van de gitaristen, Mathieu Vandekerckhove en Lennart Bossu, waar ik dan de teksten nog bij moet maken. Ik voel de kracht van de muziek al, het verhaal is er eigenlijk al mee verteld.’

Toch kreeg Van Eeckhout in België de handen op elkaar, voor zijn gedienstige dichtwerk op album De doorn. De Vlaamse dichter en schrijver Peter Verhelst complimenteerde de zanger voor de manier waarop hij een nieuwe taal had uitgevonden en woorden een andere betekenis had gegeven, alleen door ze raak te plaatsen. ‘Dat vond ik prachtig, ik was daar ook echt trots op. Die jongen van 14 die in de Nederlandse les op school met moeite een opstel van twee bladzijden geschreven kreeg, kan blijkbaar toch wel iets, dacht ik. Ik heb misschien werkelijk iets waardevols gemaakt. En hij zei nog iets moois, over het feit dat er ook fouten in mijn teksten staan die volgens de regels van de schrijfkunst niet kunnen en die een eindredacteur eruit zou slopen. En dat klopt: de imperfecties zeiken er soms uit. Maar voor mij is dat nu juist de essentie van kunst: je moet er vrij kunnen zijn en níét volgens regels werken. Dat geeft net dat randje magie.’

Dat principe lag ook aan de basis van nieuw liedwerk dat Van Eeckhout schreef met de Zeeuwse singer-songwriter Tonnie Dieleman alias Broeder Dieleman, en dat ze samen voor het eerst live uitvoeren op festival Le Guess Who. De twee vonden elkaar in een gedeelde liefde voor taal en liedkunst die de verbinding zoekt met de geschiedenis, met de natte klei waaruit de mens is gekropen en de mythen en verhalen uit de streek.

Ook bij dit project (onder de naam Gebroeders Dieleman Van Eeckhout) nam Van Eeckhout een voor hem nieuwe expressievorm ter hand, dit keer letterlijk. Hij schafte een antieke draailier aan, om de kerkelijke zangstukken van hem en Broeder Dieleman mee te begeleiden. Alweer een toppunt van muzikale ontworsteling en artistieke vrijheid, volgens de zanger. ‘Ik koop een draailier, kan er niet op spelen, maar neem er toch een plaat mee op. Je moet altijd op zoek naar vernieuwing, zeker als je raakt opgesloten in een bepaalde scene of subcultuur, in mijn geval van de heavy muziek. Als je daarin vastloopt, zul je merken dat het steeds moeilijker wordt om mensen nog eens omver te blazen.’

Amenra: De doorn Beeld
Amenra: De doorn

De doorn van Amenra is verschenen bij het label Relapse.

De Gebroeders Dieleman Van Eeckhout spelen zaterdag in de Janskerk in Utrecht, op festival Le Guess Who.