FilmCannes

Climax, de nieuwe film van Gaspar Noé, is geboren uit zijn liefde voor situaties die plotseling uitmonden in chaos en anarchie

Regisseur Gaspar Noé Beeld AFP
Regisseur Gaspar NoéBeeld AFP

De vraag aan Gaspar Noé is quasi-gekscherend bedoeld. Is Climax, zijn even gruwelijke als komische pandemonium over een groep dansers die zwaar gedrogeerd raakt en in blinde waanzin vervalt, toevallig op enige eigen ervaringen heeft gebaseerd? ‘Best mogelijk’, grijnst de Franse meesterprovocateur zondagochtend in Cannes. ‘Ik ben inderdaad wel eens gedrogeerd.’

Gelach in de kelderbioscoop van het Marriott, thuishaven van het zijfestival La Quinzaine des Réalisateurs. Hier krijgt de festivalbezoeker met een beetje geluk de meest afwijkende, vreemde en gedurfde films op het bord. Hier lijkt de tot de nok toe gevulde zaal – een handvol stond hier vanaf zeven uur ’s ochtends in de rij – voldoende te weten over de filmer en zijn publieke voorliefde voor verdovende middelen, zoals onder meer te zien in zijn radicale tripfilm Enter the Void (2009), om het grapje op waarde te schatten.

Climax is, stelt Noé, geboren uit zijn fascinatie voor ‘situaties die plotseling uitmonden in chaos en anarchie’, zoals straatgevechten, sjamanistische paddenstoelensessies en benevelde feesten. Uitgangspunt is een nieuwsbericht uit 1996, over een dansgroep die tijdens een repetitiesessie onder invloed raakte van een psychedelische substantie en elkaar naar het leven begon te staan. Op papier klinkt het wellicht weinig aantrekkelijk, 95 minuten kijken naar trippende mensen, maar de tollende camera van Benoît Debie, de virtuoze wijze waarop het twintigtal professionele krumpers en voguers dans en trip laten versmelten en de intuïtieve regie van Noé maken Climax tot zinnenprikkelend spektakel.

Nagenoeg plotloos, grotendeels geïmproviseerd, vertrouwend op de kracht van beeld en geluid en voortgestuwd door een hypnotiserende technosoundtrack (Daft Punk, Lil’ Louis, Aphex Twin), serveert Noé cinema in zijn naakte essentie. Een film als een woest om zich heen slaand, gewond dier. En, voor degene op zoek naar diepere betekenis, een ijskoude schets van doorgeslagen individualisme. ‘Het leven is een collectieve onmogelijkheid’, predikt de filmer in een tekstje aan het slot.

De Quinzaine werd precies vijftig jaar geleden opgericht uit onvrede met de ‘bourgeoise’ hoofdcompetitie van Cannes en de programmeurs lijken dit jaar extra gemotiveerd om de revolutionaire geest van toen te laten herleven. Een dag eerder werd het publiek al grondig opgewarmd met het onheilszwangere Mandy van Italiaans-Canadese cultfilmer Panos Cosmatos (Beyond the Black Rainbow), expressionistische sfeerhorror in de trant van Hellraiser en Suspiria, met Nicolas Cage als wraakzuchtige houthakker. De Amerikaanse acteur vindt zichzelf de laatste jaren vaker terug in obscure genrefilms, maar in Mandy overtreft hij zichzelf. Dat vond ook een jongen op een van de eerste rijen, die tijdens een scène waarin Cage volstrekt door het dolle heen is zonder aarzeling zijn telefoon pakte en begon te filmen.

Meer over