Boekrecensie

Claire Keegan schetst een Ierse gemeenschap waarin één misstap fataal kan zijn ★★★★☆

Claire Keegan maakt de angstcultuur voelbaar die een Iers stadje rond 1985 in de greep houdt. Haar debuutroman wekt een akelige realiteit indringend tot leven.

Hans Bouman
null Beeld Typex
Beeld Typex

In 1993 werden in de tuin van de Sisters of Our Lady of Charity in Dublin de lichamen gevonden van 155 vrouwen. Elf jaar later trof men in een septic tank in het West-Ierse stadje Tuan de overblijfselen aan van ongeveer 800 baby’s en kinderen. Het waren twee incidenten die voor veel Ieren slechts bevestigden wat men heimelijk al jaren vermoedde, maar met een mantel van angst had bedekt. Tussen de vroege 18de eeuw en 1996 namen veel Ierse nonnenkloosters de taak op zich om jonge vrouwen – dikwijls ongehuwd zwanger of anderszins maatschappelijk onaangepast – op te vangen en hen te werk te stellen in zogeheten Magdalen-wasserijen. De vrouwen werden onderworpen aan een strenge, aan het sadistische grenzende tucht. Wat er met hun baby’s gebeurde, was vaak onduidelijk. Naar schatting vielen in de loop der jaren zo’n 30 duizend vrouwen ten prooi aan de Magdalen-wasserijen.

De beknopte debuutroman Dit soort kleinigheden (Small Things Like These) van Claire Keegan, eerder geprezen om haar korte verhalen, speelt zich af tegen deze achtergrond. We schrijven december 1985 en de Keltische Tijger bevindt zich nog in een comateuze slaap. In New Ross, in Zuidoost-Ierland, hangen overal werklozen rond: de scheepswerf is gesloten en op de kunstmestfabriek heeft zojuist een ontslagronde plaatsgevonden. De vrouwen staan in de rij voor het postkantoor om hun kinderbijslag op te halen, veel mensen slapen met hun jas aan omdat hun huizen zo koud zijn als bunkers. De koeien ‘staan wanhopig te loeien omdat ze hoog nodig gemolken moeten worden en de man die ze moet verzorgen van de ene dag op de andere de veerboot richting Engeland heeft genomen’. Logisch: iedereen met enige ambitie gaat naar Londen, en anders naar Boston of New York.

Trotse vader

Te midden van deze misère prijst Bill Furlong zich gelukkig dat hij werk heeft. Hij is kolen- en houthandelaar en hoewel zijn vrachtwagen het elk moment kan begeven en veel klanten hun brandstof op de pof bij hem bestellen, kan hij de eindjes net aan elkaar knopen. Hij en zijn vrouw zijn trots op hun vijf dochters, van wie de twee oudste op ‘de enige goede meisjesschool in de stad’ zitten: St Margaret’s, onderdeel van het gelijknamige nonnenklooster, dat ook een internaat en een hoog aangeschreven wasserij drijft. Het is december en het gezin bereidt zich voor op de kerstperiode. In haar beschrijvingen van de hechtheid en knusheid van de Furlongs speelt Keegan openhartig leentjebuur bij Charles Dickens, wiens A Christmas Carol en David Copperfield onvermijdelijk de revue passeren.

De kracht van deze roman zit hem in het besef van de menselijke kwetsbaarheid waarvan het hele boek is doordrongen. Eén misstap, één verkeerde beslissing kan fataal zijn. Omgekeerd kan één daad van barmhartigheid een leven redden, zo kan Furlong getuigen. Zijn eigen moeder raakte op haar 16de, als dienstmeisje van een gegoede protestantse vrouw, ongewenst zwanger. Haar familie verbrak onmiddellijk alle banden, maar haar werkgeefster liet haar haar baan behouden en bespaarde het meisje (en haar kind) daarmee een lot waaraan je liever niet wilt denken. Niet anno 1945 en ook niet anno 1985.

Claire Keegan  Beeld Getty
Claire KeeganBeeld Getty

Eén misstap kan fataal zijn

In een wereld waarin de grens tussen een veilig burgerbestaan en de zelfkant met één misstap kan worden overschreden, waak je er wel voor je tegen de autoriteiten te verzetten. En in de wereld die Keegan beschrijft in Dit soort kleinigheden worden die autoriteiten natuurlijk in de eerste plaats vertegenwoordigd door de kerk en zijn instituties. Het is een werkelijkheid die we kennen uit talloze Ierse romans, maar die Keegan op indringende wijze opnieuw tot leven wekt.

Furlongs confrontatie met de autoriteiten volgt wanneer hij een lading kolen moet afleveren bij het klooster en in het kolenhok een meisje aantreft dat daar kennelijk de hele nacht opgesloten heeft gezeten. Voor de wijze waarop de moeder-overste op deze ontdekking reageert (‘Ach, arm kind. Kom binnen en ga maar gauw boven een warm bad nemen’) is hypocriet een krachteloze omschrijving.

In de scènes die volgen zien we niet alleen hoe de moeder-overste Furlong probeert in te pakken met een kerstfooi en fraaie beloften over de schoolopleiding van zijn drie jongere dochters, maar wordt vooral de angstcultuur die het stadje in zijn greep houdt voelbaar gemaakt. De wijze waarop Keegan via Furlong de tweestrijd tussen gewetensnood en zelfbehoud uitwerkt, is indrukwekkend.

Claire Keegan: Dit soort kleinigheden. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Nieuw Amsterdam; 112 pagina’s; € 17,50.

null Beeld Nieuw Amsterdam
Beeld Nieuw Amsterdam
Meer over