CINÉMA HOLLANDAIS JAAGT OP OSCARS; Claudia Landsberger boekt succes met promotie van Nederlandse film

Ze werkt nog maar drie jaar voor Holland Film, maar de lobby van Claudia Landsberger voor Nederlandse films lijkt zijn vruchten af te werpen....

PETER VAN BUEREN

Holland Has More! Deze opwekkende mededeling moest enkele jaren geleden buitenlanders warm maken voor een filmland waarvan velen zich afvroegen of het überhaupt wel bestond: 'Meer dan wát?'

De leuze wordt niet meer gebruikt, maar de indruk dat er een Nederlandse film bestaat is gegroeid, zeker door de Oscars waarmee eerst De aanslag en vlak na elkaar ook Antonia en Karakter werden verguld. 'Holland is on a roll' begon de International Newsletter die tijdens het jongste festival van Cannes werd verspreid. Cannes, waar in officiële bijprogramma's twee Nederlandse films draaiden, De Poolse bruid van Karim Traïdia en Kleine Teun ('Little Tony') van Alex van Warmerdam.

De onmiskenbaar toegenomen aandacht voor de Nederlandse film in het buitenland is niet in de laatste plaats te danken aan de professionalisering van de stichting Holland Film en de drijvende kracht daarvan, Claudia Landsberger, die er sinds 1995 werkt. Weliswaar is Holland Film geen eenmanszaakje, maar het promoten is heel erg persoonsgebonden: 'Het is people's business.'

Nederlandse films winnen prijzen op festivals. In 1997 werden op 128 internationale festivals 302 films uit Nederland gepresenteerd. Daarvan werden er 28 in totaal 56 keer bekroond. De nieuwe moeder ('Another Mother') van Paula van der Oest voert de lijst aan: acht prijzen op vijf festivals.

De eerste helft van dit jaar vielen, buiten Oscarwinnaar Karakter (die ook nog iets won in Santa Barbara, Cleveland en Valenciennes), opnieuw al twintig Nederlandse films in de prijzen. De belangstelling voor 'Le cinéma Hollandais' is zo groot, dat festivaldirecteuren kwaad kunnen worden wanneer zij een film níet krijgen.

Marco Müller, ooit directeur van het Rotterdams filmfestival en altijd op zoek naar nieuw Nederlands talent, wilde De Poolse bruid van Karim Traïdia per se op zijn festival in Locarno vertonen. Maar toen Traïdia koos voor Cannes, annuleerde hij zijn reis naar Nederland om andere films te bekijken. Ook het hier nog niet vertoonde Winter van Danniel Danniel ging Müllers neus voorbij, omdat deze regisseur voor de wereldpremière het Tsjechische Karlovy Vary verkoos. De Nederlandse film is in.

Toen Landsberger net begon, heeft ze zich vaak afgevraagd 'waarom doen wij dit' - waarom promoten producenten hun films niet zelf in het buitenland? 'En dat vind ik eigenlijk nog steeds. Maar ik zie nu wel in dat producenten dat niet kunnen, omdat ze er te klein voor zijn en erg op het binnenland gericht zijn.'

In een ver verleden viel er weinig te promoten. Twee sympathieke heren van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) wilden op grote festivals buitenlandse nieuwsgierigen desgevraagd wel enige folders overhandigen waaruit bleek dat er naast Joris Ivens, Herman van der Horst en Bert Haanstra af en toe ook nog een andere documentairemaker in Nederland werkzaam was, ja soms zelfs een enkele speelfilmer. Zo'n vijftien jaar geleden verdween die gemoedelijke RVD-sfeer. De filmpromotie kreeg een bescheiden allure in een gezamenlijke onderneming van het filmbedrijf en het toenmalige ministerie van CRM.

De naam van de Nederlandse film werd sindsdien in Cannes uitgedragen in een stand waar het elk jaar drukker werd en waar producenten hun eigen reclame plakten over de affiches van concurrenten. Er werd gevochten om een uitnodiging voor 'de Nederlandse Dag', een borrel die naast belanghebbenden ook alle bekende Nederlanders trok die aan de Franse zuidkust hun welverdiende rust genoten: Jan Brusse, Willem Duys, Laguestra.

Toen steeds minder duidelijk werd wie nu precies waar over ging, werd mede door wat inmiddels het ministerie van WVC was gaan heten, besloten Holland Film Promotion onder te brengen in een zelfstandige stichting. De komst van de ervaren pr-man Fred 'Zoef' de Haas vijf jaar geleden leidde tot een meer professionele aanpak. Sinds 1 januari 1996 valt Holland Film onder het Nederlands Fonds voor de Film, maar de organisatie heeft haar zelfstandigheid behouden en het grootste deel van het budget van één miljoen gulden komt van het ministerie van OCW, plus wat van Buitenlandse Zaken en sponsors.

Landsberger heeft het paadje van Fred de Haas opgewaardeerd tot een keurige asfaltweg. 'Veel filmproducenten denken niet verder dan het Nederlands Filmfestival in Utrecht en het documentairefestival IDFA in Amsterdam', zegt ze. 'Voor de meesten van hen is het uitbrengen van een film in Nederland het belangrijkste. Pas in een heel laat stadium bedenken ze wat er nog meer mogelijk is.' Maar Landsberger ziet dat wel veranderen: 'De jonge generatie gaat anders denken. Neem de mensen van Zusje. Die wilden eerst in het buitenland heel beroemd worden en dan pas terug naar Nederland.'

De veertigjarige Landsberger studeerde rechten en internationale betrekkingen in Amsterdam, woonde lange tijd ('klimaat, liefde') in Rome. Daar deed ze klusjes in de filmbranche (productie, verkoop, aankoop, scouting voor festivals) en ontwikkelde ze zich als fotografe. Daarna studeerde ze aan de Filmschool van New York, ze kwam terug naar Europa als headhunter van de Amerikaanse filmmaatschappij Buena Vista en ging weer in Amsterdam wonen ('mannetje, mannetje'). In januari 1995 solliciteerde ze met succes op een vacature bij Holland Film.

Wat maakt iemand geschikt voor dit vak? 'Wil je iets bereiken dan moet je ongelooflijk communiceren met die buitenwereld. Ik ben dat heel extreem gaan doen, dat past ook bij mijn karakter, ik heb een dik boekje met relaties. Netwerken is heel belangrijk.'

De Nederlandse stand op het festival in Cannes wordt steeds minder belangrijk, zo niet overbodig door de mobiele telefonie. 'Op een gemiddelde dag in Cannes heb ik een afspraak met de directeur van het festival van Chicago, die in oktober een speciaal programma van Nederlandse films organiseert, ik praat met een Zweed die plannen heeft voor een Nederlandse filmweek en met al die mensen met wie je doorlopend contact houdt: festivaldirecteuren, pers, kopers.'

De aanpak van Landsberger om festivals af te lopen en daar de Nederlandse film aan de man te brengen, leidde tot enige wrevel bij het Nederlands Film Festival. Deze organisatie zou het liefst op haar eigen festival elk najaar zo veel mogelijk buitenlanders een compleet overzicht van de Nederlandse filmproductie voorschotelen.

'Het is een geweldig idee om buitenlanders bij je op de thee te vragen, maar juist voor hen is het niet zo interessant om alleen Nederlandse films te zien. Utrecht valt op een most unhappy tijdstip, tussen Venetië, San Sebastian, Montreal, Toronto en al die andere festivals in. Als ze een keuze maken, dan vervalt Utrecht. Het voordeel van het Rotterdamse festival dat eind januari plaatsvindt, is dat mensen toch al komen voor het totale programma. Als je daar een mooi Nederlands programma neerzet, dan werkt dat. Die festivaldirecteur uit Chicago kwam vorig jaar naar Rotterdam voor het internationale programma en pikte tegelijk een paar Nederlandse films op voor zijn festival. '

Sinds begin vorig jaar werken zestien Europese landen nauw samen in de European Film Promotion, waarvan de ambitieuze Landsberger inmiddels ook voorzitter is. Doel is de distributiemogelijkheden van de Europese film uit te breiden en nieuwe markten te zoeken in Europa en daarbuiten.

Financieel loopt Holland Film achter bij haar zusterorganisaties. Landsberger: 'Frankrijk heeft een budget van dertig miljoen gulden en betaalt zelfs de distributie van Franse films in de Verenigde Staten. Logisch dat ze daar meer Franse films kennen. De andere landen trekken ongeveer anderhalf miljoen uit. Wij zouden dus een half miljoen meer moeten hebben.' Simpel voorbeeldje: 'Op het moment dat we tijdens de Oscarrace in Los Angeles aan de promotie van Karakter werken, kunnen we geen advertentie zetten in de Los Angeles Times, wat wel zou moeten. Of bij de Nederlandse Filmweek eind vorig jaar in New York, precies zo.'

Een van de belangrijkste projecten om de positie van de Europese film te verbeteren, is volgens Landsberger het ontwikkelen van een Star System. 'Dat hebben we niet in Europa, terwijl het publiek voor een groot deel toch naar films gaat om een gezicht. Er is geen Romy Schneider meer, Catherine Deneuve is ook voorbij, dus je moet nieuwe sterren promoten. Acteurs en actrices die om te beginnen in Europa bekend zijn.

'Je moet ze ook onderling uitwisselen. Johanna ter Steege is een goed voorbeeld, die speelt in verschillende Europese films en is buiten Nederland bekend. En Jeroen Krabbé natuurlijk. Maar waarom zouden, als de films van Alex van Warmerdam overal op festivals draaien, actrices als Annet Malherbe en Ariane Schluter niet kunnen worden gevraagd voor buitenlandse films? Het is een diepte-investering, een lang traject, maar als je er echt in investeert, moet er in vijf jaar iets mogelijk zijn.'

Wereldwijd moet de markt worden uitgebreid met Azië en Zuid-Amerika, waar de Europese film nauwelijks aan de bak komt. En de succesvolle Oscarrace moet worden volgehouden. 'Het hoeft niet meteen steeds een Oscar te zijn, maar als wij het goed aanpakken, kunnen we jarenlang nominaties winnen. Dat is al geweldig belangrijk.'

Meer over