Chris Keulemans: 11 september & de kunst

Twee dagen na 11 september liep ik naar Ground Zero. De sfeer was absoluut spookachtig. Geen elektriciteit, geen bewoners en op een enkele bus met reddingswerkers na geen verkeer....

Voor kunstenaars was het een onweerstaanbaar beeld. Er lag een lege plek, een stilte, in het hart van de stad. Bijna een uitnodiging. Om een paar voetstappen te zetten in de as van het onzegbare. Om de kunst terug te brengen in het hart van de samenleving. Ze gingen aan het werk en zijn niet meer opgehouden.

Het verhaal dat niemand kan navertellen, dat van de vliegtuigpassagiers, werd met ingehouden patriottisme verfilmd in United 93 van Paul Greengrass. En nog beklemmender nagebootst, met vingercamera’s en kartonnen dozen, in de voorstelling De man met vijf vingers van de Rotterdamse theatergroep Hotel Modern. Martin Amis schreef zich in het hoofd van een zelfmoordterrorist, in The Last Days of Muhammad Atta.

Het moment dat de stad stilstond, was voor de zanger James Taylor. Kort na 11 september stond hij voor een zaal vol brandweermannen en politieagenten. De rouw en de razernij in Madison Square Garden verstomden. Achter hem verschenen de twee verdwenen torens. I’ve seen fire and I’ve seen rain. I’ve seen sunny days that I thought would never end. I’ve seen lonely times when I could not find a friend. Oh, but I always thought I’d see you one more time again.’

De stemming in New York na de aanslagen, een soort verdoofde tederheid doorschoten met paniekaanvallen, werd opgetekend in de romans The Good Life van Jay McInerny, A Disorder Peculiar to the Country van Ken Kalfus, Netherland van Joseph O’Neill, Falling Man van Don DeLillo en vooral in Jonathan Safran Foers keelsnoerende Extremely Loud and Incredibly Close.

Het moment dat de stad weer in beweging kwam was voor Spike Lee. Zijn film 25th Hour uit 2002 eindigt in een onnavolgbare scheldpartij van Edward Norton, die gehakt maakte van de mythe dat nu alle New Yorkers één waren, allemaal slachtoffers, allemaal helden. De tirade sloeg de opkrabbelende stad in het gezicht, maar tegelijk was het een eerste stap terug naar de normaliteit, de aloude gewoonte van elke grotestadsbewoner, en zeker van elke New Yorker, om hartgrondig te kankeren op al die klootzakken in zijn eigen klotestad.

De wereld is sinds 11 september een stuk kleiner geworden. Falluja, Kandahar, Mekka en Teheran liggen ineens om de hoek. En ook daar laten kunstenaars hun voetsporen achter in de as. Abdulnasser Gharem uit Saoedi-Arabië reconstrueerde de aanslagen in een calligrafie van rubberen stempellettertjes. Moshin Hamid beschreef in de briljante roman The Reluctant Fundamentalist de wraakactie van een uit New York teruggekeerde Pakistaan.

Misschien is de lege plek in het hart van de stad wel het mooist vormgegeven door de Turkse kunstenaar Ahmet Ögüt. Hij bouwde in 2009 Exploded City, een speelgoedstad vol gebouwen die in het echt niet meer bestaan. De bibliotheek van Sarajevo, een tv-station in Beiroet, het hotel in Mumbai, Paddy’s Pub op Bali. Allemaal opgeblazen. Het enige gebouw dat er niet tussen staat, is het World Trade Center in New York.

Meer over