Klassieke muziek

Chef-dirigent Lorenzo Viotti presenteert zichzelf als vernieuwer: in de concertzaal én op sociale media

‘Ik wil voor, tijdens en na de voorstelling met het publiek communiceren.’

Lorenzo Viotti Beeld Linda Stulic
Lorenzo ViottiBeeld Linda Stulic

Over het filmpje waarmee Lorenzo Viotti (31) zichzelf presenteert als de nieuwe chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest, is op sociale media al flink geschamperd. De dirigent zwemt. De dirigent skateboardt. De dirigent bokst. Zet hij op Instagram ook nog eens foto’s van zijn goddelijk gebeeldhouwde tors, geschoten voor het stoeremannenblad Men’s Health.

Dus luidt de eerste vraag aan een Amsterdamse ontbijttafel: vanwaar die frivole introductie? Zit er een strategie achter, is het een plaagstoot, of toont de Zwitser gewoon graag zijn spieren? Beheerst schuift Lorenzo Viotti zijn fruitbordje aan de kant. ‘Als ik mezelf toon als dirigent, doe ik nooit iets alleen maar omdat het leuk is. Er zit altijd een idee achter.’

Zoals?

‘Hoe help ik het operahuis en het orkest vooruit. Als dirigent heb ik een cruciale positie: ik sta tussen de bühne en het publiek, ik moet de brug moet slaan. Dat gaat verder dan komen opdraven in een mooi pak, beleefd buigen en na afloop stilletjes verdwijnen. Ik wil voor, tijdens en na de voorstelling met het publiek communiceren. Dat is ook noodzakelijk, want de grootste bedreiging voor mijn vak is dat er over twintig jaar niemand meer in de zaal zit.’

Is de situatie zo nijpend?

‘Kijk naar de leeftijd van de mensen die naar een klassiek concert of opera gaan.’

Grijze hoofden, dat was toch altijd al?

‘Maar de oudere generaties kregen tenminste nog een culturele opvoeding. Ze weten weet wie Stravinsky was, waar Picasso voor stond. Voor mensen van mijn leeftijd en jonger is dat helaas niet vanzelfsprekend. Hun theater is Instagram of TikTok. Juist hen wil ik met dit soort foto's en filmpjes over de drempel trekken.’

De aankondiging van Viotti’s dubbelcontract, twee jaar geleden, kwam voor iedereen onverwacht. Het Nederlands Philharmonisch Orkest had hij pas één keer gedirigeerd, bij De Nationale Opera stond de teller op nul. Andere orkesten en operahuizen lonkten, maar Viotti verkoos de aantrekkelijke Amsterdamse combi. Zaterdag trapt hij zijn eerste operaseizoen af met Der Zwerg van Alexander Zemlinsky, een kort, rauw stuk uit 1922 dat in Nederland pas één keer op de planken stond. Twee dagen later dirigeert hij een nog opmerkelijker keus: een 18de-eeuwse mis van Joseph Haydn.

Kerkmuziek in een operahuis?

‘Na een periode van afstand houden en thuiswerken wilde ik per se alle disciplines bij elkaar brengen, van solozang en koor tot dans en orkest. Iemand tipte de Missa in tempore belli, een ‘mis in oorlogstijd’ die Haydn schreef toen Napoleon op Wenen loerde. Ik ben niet kerkelijk, maar zo'n religieus stuk is een grandioze viering van gezamenlijkheid. Destijds werd er tussen de delen door gesproken en daar maken we in onze voorstelling gebruik van.’

Hoe verkoopt u zo'n avond aan een 25-jarige?

‘Ik zou beginnen met de vraag: van welke muziek houd je? Hiphop en dance? Wat vind je daar zo mooi aan? De beat, de groove? Nou, zulke ritmes kent Haydn ook. En daar doen we dan een groot koor bij, plus dansers, plus video- en lichtprojecties, plus elektronische muziek van Janiv Oron, een dj die nog heeft opgetreden met de rapper Mos Def.’

En hoe slijt u Der Zwerg van Zemlinsky?

‘Dan gooi ik het over een andere boeg. Dat stuk gaat over een dwerg die wordt veroordeeld vanwege zijn uiterlijk. Dat lijkt me bij uitstek een eigentijds thema. We beoordelen allemaal wel eens iemand op basis van de buitenkant. Dat leidt tot pijnlijke situaties en de vraag luidt: hoe gaan we daarmee om?’

Zo beschouwd past Der Zwerg bij een omslag die De Nationale Opera in de luwe coronatijd heeft gemaakt: meer aandacht voor diversiteit en inclusie. Het gezelschap stond voor het eerst stil bij Black Achievement Month, een evenement rond ‘bijzondere bijdragen van personen met Afrikaanse roots’. En om de organisatie scherp te houden kwam er een ‘diversiteitsaanjager’.

Een goede zaak?

‘Natuurlijk. Kijk om u heen: in Europese culturele instellingen is diversiteit ver te zoeken. Ook bij ons zijn de staf en het management wit. We moeten onszelf de vraag durven stellen hoe dat komt. En wat we kunnen doen om de zaken over pakweg 20 jaar in balans te hebben.’

Betekent dat andere opera’s, andere zangers, andere regisseurs?

‘Ook artistiek zal het gevolgen hebben. Kunst kaart maatschappelijke kwesties aan, maar wat mij betreft gebeurt dat met respect.’

Mag kunst niet kwetsen dan?

‘Kunst is vrij, ze shockeert al eeuwen. Maar bij gevoelige zaken is het niet verboden om soms een stapje terug te doen. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Als witte man kan ik niet navoelen hoe het is om vanwege je huidskleur gediscrimineerd te worden. Het minste wat ik kan doen is via opera aandacht vragen voor zo'n misstand.’

Alexander Zemlinsky, Der Zwerg, regie Nanouk Leopold. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet, 4 t/m 18/9.

Joseph Haydn, Missa in tempore belli, regie Barbora Horáková. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet, 6 t/m 21/9.

Richard Strauss: In Italien. Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Lorenzo Viotti. Amsterdam, Concertgebouw, 25 en 26/9.

Dubbelfunctie

Lorenzo Viotti (Lausanne, 1990) studeerde piano, zang, slagwerk en orkestdirectie in Lyon, Wenen en Weimar. Hij wordt de gedeelde chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest (inclusief Nederlands Kamerorkest). Hij treedt in de voetsporen van de bejubelde Duitsers Hartmut Haenchen (1986-1999) en Marc Albrecht (2011-2020).

Meer over