Che kerel, je blijft een voorbeeld

Zonder het lijk van Che Guevara had vermoedelijk niemand buiten Bolivia ooit van Vallegrande gehoord. Vanuit dit bergdorp zetten militairen dertig jaar geleden hun klopjacht op 's werelds bekendste revolutionair in....

INEKE HOLTWIJK

DE burgemeester van Vallegrande is boos. Boos en teleurgesteld. Boos omdat de Cubanen er vandoor zijn gegaan met de botten van Che Guevara, die in zijn gemeente begraven lagen. Teleurgesteld omdat de regering van zijn eigen Bolivia helemaal niets heeft gedaan om het erfgoed voor de natie te behouden. Na dertig jaar waren de botten een beetje Boliviaans geworden, verdedigt hij.

's Nachts zijn ze weggevoerd. Stiekum, om te voorkomen dat Che-fans uit het dorp het transport zouden verhinderen. Net zoals dertig jaar geleden toen het lijk spoorloos verdween uit het ziekenhuis van Vallegrande. In zijn werkkamer met het portret van vrijheidsheld Bolívar naast de pluimveekalender legt Jaime Rodriguez Severichi uit dat Che de sleutel is tot een betere toekomst voor de dorpsbewoners. 'Sinds hij dood is, komen hier toeristen.' Van de net gelanceerde Ruta del Che had hij grote verwachtingen. 'Hier is geen werk. Toerisme is de enige oplossing.'

Maar hij vreest dat de loop er nu uit gaat. Een mysterie trekt méér dan een gat in de grond. Ze hadden het zien aankomen. Ze, de vierkoppige gemeenteraad. Toen de Cubaanse bottenzoekers op het punt stonden hun vondst te doen, besloot deze dat opgravingen in Vallegrande voortaan verboden waren. Kort daarna stond een minister uit La Paz bij hem op de stoep. Of ze hun verstand verloren hadden? Missive van de president: opgraven móet. Het dorpsbelang moest wijken voor dat van de natie en de bilaterale vriendschap met Cuba. We moeten hem niet verkeerd begrijpen, haast de burgemeester zich te verklaren, 'De nabestaanden hebben de eerste rechten.' Maar toch. Vallegrande had al plannen voor een mausoleum als de botten gevonden zouden worden.

Zonder lijk had vermoedelijk niemand buiten Bolivia ooit van Vallegrande gehoord. Een bergdorp met zesduizend inwoners; huizen met middeleeuws dikke muren zonder ramen, daken zo laag dat je ze kunt aantikken en nergens een stoplicht te bekennen. Het was van hier dat de Boliviaanse militairen dertig jaar geleden hun klopjacht op 's werelds bekendste revolutionair inzetten.

Ernesto Che Guevara was maanden eerder in Bolivia aangekomen om een gewapende opstand van arme boeren en mijnarbeiders te ontketenen. Het zuidoosten leek hem geschikt om zijn 49 vrijwilligers te trainen. Alles ging mis. Apparatuur werkte niet; boodschappers werden onderschept; anderen deserteerden. Het leger ontdekte de uitvalsbasis nog voordat de operatie zelfs maar was begonnen en geen enkele boer sloot zich aan.

Op 9 oktober 1967 werd het lijk van Che Guevara naar Vallegrande gevlogen. Gedurende een dag werd de held van de Cubaanse revolutie tentoongesteld in het washok van het ziekenhuis. Militairen, journalisten en ongelovige dorpsbewoners defileerden langs de brancard.

Nu is het hok op een veldje achter het ziekenhuis Nuestro Señor de Malta vaste bezoekplaats van de Che-pelgrims uit alle windstreken. Graffiti in vele talen bedekken de muur. Sozialismus oder Tod kraste een strijdlustige Duitser in de cementen muur. Che macho, seguis siendo ejemplo, Che kerel, je blijft een voorbeeld, kerfde Ricardo uit Buenos Aires. En de sympathisanten van de Colombiaanse guerrillabeweging verklaarden: 'Alleen wapens bevrijden ons van de overheersing.' Een poëtische ziel kwam met 'Che, ze hebben je ogen niet kunnen sluiten want je bent eeuwig.'

De ogen waren indringend, herinnert Erick Blossl, een Duitse restauranteigenaar uit Vallegrande zich. 'Zoals hij erbij lag, leek hij op Jezus. Sommige mensen geloofden dat het Jezus was.' Aan de Ruta del Che is zijn restaurant een aanlegplaats. Blossl, destijds een verwoed amateurfotograaf, heeft namelijk een doos foto's van het lijk en verhalen.

Iedereen in Vallegrande heeft verhalen. De Ruta del Che is een feuilleton van ooggetuigenverslagen. Julia, de onderwijzeres, gaf de gevangen Che de laatste kop soep. Susana waste het lijk. Dora heeft thuis een haarlok in een plastic zakje. En Walter Romero heeft nog met hem gediscussieerd in een school in de bergen over Lenin, Stalin, de Cubaanse revolutie en het internationaal gerechtshof. Hij vindt net als de burgemeester dat de T-shirtheld ten onrechte de lucht in wordt gestoken door dweepzieke buitenlanders. 'Hij heeft ons Bolivianen slechts dood, bloed en rouw bezorgd.'

La Higuera is een andere verplichte stop op het Che-spoor. In een gehuurde Suzuki-jeep koersen we naar het gehucht waar de Cubaanse Argentijn de dood vond. Borden zijn er niet in het kale heuvelland. Huizen evenmin. Alleen koeien en cowboys met lange messen. Op hun rug dragen ze antieke geweren. Vanwege de tigres, de tijgers, zeggen ze.

De cowboys wijzen naar andere lege heuvels wanneer we La Higuera zeggen. Zestig kilometer leggen we in vier uur af. De zandweg slingert als een lint omhoog. Waar de blik ook reikt, zijn bergen, blauw als de lucht en gerimpeld als een olifantenhuid.

Over deze stofweg kwamen ook de militairen die eind september 1967 vanuit Vallegrande waren gestuurd nadat de indiaanse boeren de 'bebaarde buitenlanders' hadden gesignaleerd. Wanneer Che La Higuera bereikt, is hij al omsingeld. Het front van de continentale revolutie bestaat deze laatste dagen uit slechts zeventien zieke en uitgehongerde wolfmannen, die ruzie maken over een verdwenen blikje melk. Maar een revolutionair overwint of sterft. Dus schrijft Guevara daags voordat hij gevangen wordt genomen in zijn dagboek: 'We hebben de elfde maand van onze guerrilla-operatie zonder verdere problemen afgesloten, in een bucolische sfeer.'

Terwijl in Vallegrande legerchefs, journalisten en fotografen toestromen omdat de val van 's werelds bekendste guerrillero ieder moment wordt verwacht, verkennen Che en zijn mannen 's nachts de kloof, in de hoop een uitweg te vinden. Op 8 oktober zien de soldaten, getipt door een boer, een van de guerrillero's. Om één uur 's middags begint de schietpartij.

La Higuera ligt in een dal. Twintig lemen huizen aan weerszijden van een zandweg en meer varkens en honden dan inwoners. Er is geen elektriciteit en geen waterleiding. De krant komt er nooit. Televisie is iets van een andere planeet. 'Wie weg kan, blijft hier niet', zegt Irma Rosado.

Ze herinnert zich als de dag van gisteren de bizarre stoet die aan het einde van de middag van die achtste oktober het dorp kwam binnensjokken. 'Iedereen stond op de uitkijk.' De lijken van soldaten en guerrillero's bengelden over ezels en voorop liepen twee met touwen geboeide guerrillero's. De arrestatie was een opluchting. De militairen hadden verteld over revolutionairen die hen zouden doden. 'We durfden al dagen ons huis niet uit te komen, zelfs niet om water te halen', zegt Irma.

Ze is nu 51 jaar; een indiaans, lachend gezicht onder de vilten hoed. Een fiere vrouw op sandalen, gehard door wind, koude en zondvloedregens. Staand laat ze even een kies trekken om daarna haar winkel te tonen. Pakken koffie en blikken op een plank. 'Maar niemand hier heeft geld', zegt ze laconiek. Bewoners ruilen maïs voor vlees, vlees voor eieren, eieren voor zout. In eeuwen is er niets veranderd in La Higuera. Of bijna niets, als er niet toevallig een importrevolutionair gevangen was genomen.

0 ET schooltje met twee vertrekken waar Guevara en zijn maat naar toe werden gebracht en waar ze na een bevel uit La Paz werden geëxecuteerd, is nu een eerste hulppost, mede gefinancierd door Cuba en Duitsland. 'Een hommage aan Che, die dokter was', zegt de jonge, in Havanna opgeleide Boliviaanse arts.

De kogelgaten naast de deur zijn weggestreken met cement en verf. Er hangt een koperen gedenkplaat. Van de cocaboeren uit Cochabamba die de door hen bewonderde Commandante de las Americas eren. Maar la silla sagrada, de heilige stoel waarop El Che voor de laatste keer heeft gezeten, is te bezichtigen bij de vrachtwagenchauffeur van het dorp, die een Che-museumpje in een kamer heeft ingericht. De stoel is het basisstuk van de collectie, die verder is aangevuld met foto's, beduimelde boeken, een gebutste veldfles en zes patronen. Van Che? Nee. Zelfs legerattributen van vroeger delen mee in de roem.

Onder bomen middenin het gehucht staat een buste van Che, een cementen gedrocht, alleen herkenbaar aan de baret met ster. De buste is een geschenk van Che-pelgrims die op onregelmatige tijden in La Higuera verschijnen. De vorige drie bustes werden vernield door Boliviaanse militairen. Maar tijden veranderen. De naam die bewoners de zandweg gaven, riep minder weerstand op. Avenida 8 de Octubre, de dag van de gevangenneming.

Waarom de bebaarde buitenlanders zich afmatten in de Boliviaanse bergen, is nooit tot de bewoners van La Higuera doorgedrongen. Kreten als El Che vive delen de muur met posters van de ex-dictator generaal Banzer. Ideologie is boven de boomgrens een relatief begrip.

De schietgrage dokter uit Cuba veranderde binnen de mythische denkwereld van de bergbewoners in een halfgod. In Pucara, een bruinlemen dorp verderop, geloven bewoners dat Che is wederopgestaan. Hij die de verschoppelingen der aarde wilde helpen, kwam terug in het lichaam van een debiele jongen van elf. De jongen zegt sinds hij kan praten dat hij El Comandante is. In La Higuera bidden bewoners tot Che als ze zaaien, als het onweert of een ziekte dreigt. Irma Rosada brandt iedere dag een kaars bij de foto van Che, die in haar winkel staat. 'Ik weet niet of hij goed of slecht was. Maar sinds hij hier is geweest, hebben we al zoveel gekregen: een weg, een dokter, een betere school.'

Virgilia Cabrita heeft Che gesmeekt bij de geboorte van ieder van haar vier kinderen dat ze normaal zouden worden. Haar man is een dronkelap en zij een dwerg. De guerrillaleider noemt haar in zijn dagboek. Haar grootmoeder, die geiten hoedde in de kloof, was vermoedelijk de laatste die hem in vrijheid zag. Che hoopte haar zwijgen te kunnen afkopen met vijftig pesos. 'Maar ik koester niet veel hoop dat ze zich eraan houdt', schrijft hij.

De enana (dwerg), zoals ze in La Higuera wordt genoemd, en haar hut van keien en takken, zijn door diverse touroperators geprogrammeerd op hun Ruta del Che. Als een zoveelste personage in een film duikt ze onverwacht op als wij in onze Koreaanse broodtrommel de bergweg afklotsen, terug naar Vallegrande. Ze ment haar ezel de berm in en wenkt. Kan ze een lift krijgen?

De enana, nu 43, is op weg naar het ziekenhuis. De dokter van de hulppost vermoedt dat ze een tumor heeft. De ezel wordt aan de boom gebonden en de boerin, zestig centimeter kort, klimt op de achterbank. Volgens sommigen heeft zij Che verraden aan de militairen. Nee, zegt ze. 'Che es mi companero.' Che is mijn vriend. 'Hij helpt mij altijd. Hij zorgt voor regen en geeft mij eten. Hij is nooit weggegaan uit de bergen.' En tevreden staart ze weer naar buiten.

Medicijnen zijn duur. Dus geven we haar geld bij het afscheid in het ziekenhuis. Ze stopt de bankbiljetten zorgvuldig weg onder haar kleren. 'Zie je', zegt ze blijmoedig. 'Che helpt altijd.'

Meer over