Charismatisch en grappig, maar ook sardonisch en gek, Wilder wás Wonka

Ooit vergeleek hij zichzelf met een kokende fluitketel. Kan het water nergens heen, dan zal het ding uiteindelijk ontploffen.

Mark Moorman
Gene Wilder als Willy Wonka in Charlie and the Chocolate Factory. Beeld
Gene Wilder als Willy Wonka in Charlie and the Chocolate Factory.Beeld

Ontploffen kon Gene Wilder, die afgelopen maandag op 83-jarige leeftijd overleed, als geen ander. Weergaloos is zijn gestoorde gebrabbel als malafide musicalproducent in Mel Brooks' The Producers (1967); aanstekelijk de uit zijn ogen vonkende waanzin in Young Frankenstein (1974), eveneens van Brooks. Optredens waarmee Wilder, getooid met een alle kanten opspringende haardos, de uit het niets opwellende woedeuitbarsting tot kunst verhief.

Wilder, anno 1933 in Milwaukee geboren als Jerome Silberman, voerde zijn talent graag terug tot zijn jeugd. Als jochie bedacht grapjes om zijn ernstig zieke moeder aan het lachen te krijgen, terwijl hij haar van de dokter niet te zeer mocht opwinden - het zou haar dood kunnen worden. Alle ingehouden frustraties kwamen hem van pas toen hij ging spelen in het theater en de filmindustrie. 'Mijn stille buitenkant diende aanvankelijk als masker voor mijn hysterie,' zei Wilder in 1970 tegen Time Magazine. 'Na zeven jaar therapie werd het een gewoonte.'

Filmografie

Zijn eerste filmrol had Wilder als de gekidnapte begrafenisondernemer in Arthur Penns Bonnie and Clyde (1967). Datzelfde jaar koppelde Mel Brooks hem in The Producers aan komedie-zwaargewicht Zero Mostel, als het oplichters-duo dat met hun musical Springtime for Hitler een flinke zwendel-slag denkt te slaan. De rol bezorgde Wilder zijn eerste Oscar-nominatie; de tweede kreeg hij (samen met Brooks) voor het script van Young Frankenstein, dat hij verzon om het klassieke Frankenstein-verhaal een happy end te geven.

De laatste film die hij met Brooks zou maken, de western-parodie Blazing Saddles (1974), behoort eveneens tot Wilders beste werk. Succesvol was ook zijn partnerschap met komiek Richard Pryor, met wie het vooral in de misdaadkomedie Silver Streak (1976) en de gevangenisklucht Stir Crazy (1980) goed klikte. 'Het was net als wanneer je een leuk meisje ontmoet,' aldus Wilder. 'Je weet niet waarom, maar ze zet je hart in vlammen.'

Wilder, die met zichzelf in de hoofdrol ook enkele minder geslaagde films regisseerde, verscheen na zijn vierde duet met Pryor (Another You, 1991) niet meer op het witte doek. Hij stoorde zich zozeer aan het gevloek en het geweld in de hedendaagse Hollywoodfilm, dat hij zich liever op andere zaken richtte. Hij schreef verschillende romans en verscheen soms nog wel op toneel en TV.

Cleavon Little en Gene Wilder in Blazing Saddles. Beeld anp
Cleavon Little en Gene Wilder in Blazing Saddles.Beeld anp

Willy Wonka

Maar al had Wilder nog twintig films gemaakt, dan nog zou hij nu vooral worden geïdentificeerd met de rol waarin hij eens geen ontploffende neuroot is: chocoladefabrikant Willy Wonka in Mel Stuarts Roald Dahl-klassieker Willy Wonka & the Chocolate Factory (1971). Charismatisch en grappig, maar ook ijdel, sardonisch en gek - Wilders Wonka is het allemaal.

In interviews benadrukte Wilder graag zijn eigen aandeel in de karakterisering van het personage. Zo verzon hij dat Wonka zijn entree maakt als een kreupele man met een wandelstok, omvalt en in één doorlopende beweging met een koprol weer op zijn pootjes terechtkomt. 'Vanaf dat moment weet niemand meer wanneer Wonka liegt of de waarheid spreekt.'

Wilder wás Wonka. Daarom werd ook pas na zijn dood bekend gemaakt dat hij de afgelopen drie jaar aan Alzheimer leed. Volgens de door zijn familie uitgebrachte verklaring wilde Wilder voorkomen dat kinderen bij Willy Wonka aan een oude, zieke man moesten denken. 'Het idee dat dan alleen al één lach in de wereld zou verdwijnen, verdroeg hij eenvoudigweg niet.'

Meer over