Chardzjiëvs legaat nu echt overgedragen

Het bestuur van de Stichting Khardjijev-Tschaga heeft gisteren in Amsterdam officieel het legaat van de in 1996 overleden Russische kunstverzamelaar en wetenschapper Nikolaj Chardzjiëv in ontvangst genomen....

Van onze verslaggeefster

Het legaat omvat een literair archief en naar schatting 1300 schilderijen en tekeningen van Russische avantgarde-kunstenaars, onder wie Malevitsj, Tatlin en Lissitzky. Kunstwerken en archief zullen voorlopig in het depot van het Stedelijk Museum in Amsterdam blijven.

Daarmee is volgens de stichtingsvoorzitter Job de Ruiter het 'startpunt' gegeven voor het 'eigenlijke werk' dat de stichting moet gaan doen: het organiseren van tentoonstellingen rond de verzameling.

'Er is ons niets gebleken van enige aanwijzing van fraude of van het achterhouden van kunstwerken of geld door wie dan ook', zei De Ruiter. Een jaar na de dood van Chardzjiëv kwam de collectie in het nieuws vanwege het vermeend frauduleus gedrag van de stichtingsbestuurder en de erfgenaam. Na het overlijden van Chardzjiëv wijzigde de executeur-testamentair M. Privé, tevens enig bestuurslid van de stichting, de statuten. Hij schrapte het woord 'bijeenhouden'.

Vervolgens verkocht hij voor een bedrag van circa 30 miljoen gulden kunstwerken uit de collectie. De Ruiter zei gisteren: 'Iedere cent daarvan is verantwoord'. Toch concludeerde het Openbaar Ministerie in 1998 anders. Het OM hekelde het 'wanbeheer' van Privé en stelde dat de stichting door de activiteiten van de erfgenaam Abarov en Privé 'ernstig was gedupeerd'. Het oude stichtingsbestuur moest aftreden.

De Ruiter zei gisteren dat Privé in zijn recht stond om kunstwerken uit de collectie te verkopen, omdat het werken betrof die Chardjziëv 'ten tijde van zijn dood al op de markt had gebracht.' Deze voorgenomen verkoop ging om vijf schilderijen, ter waarde van 25 miljoen gulden. 'Ik verkocht die kunstwerken op instigatie van Chardzjiëv zelf', aldus Privé gisteren. De opbrengst van de kunstwerken die hij later nog verkocht, was volgens hem voor de 'restauratie en conservering' van de collectie.

Op de vraag of De Ruiter en Privé bewijzen hadden van Chardzjiëvs voornemen om belangrijke stukken uit zijn verzameling te verkopen, antwoordden de twee bevestigend. 'We hebben gesprekken en documenten', aldus De Ruiter. Met wie die gesprekken waren gevoerd wilde hij echter niet zeggen. Evenmin kon hij documenten overleggen die bewijzen dat Chardzjiëv al voor zijn dood het initiatief tot verkoop nam.

Meer over