Chaosmosis is niet urgent en rockt evenmin

Een urgente zeitgeistplaat is het allerminst, maar lekker venijnig rocken doet de 'Scream' hier evenmin: het is eerder een poging tot synthesizerpop.

null Beeld -
Beeld -

Gemiddeld eens per decennium maakt het Schotse Primal Scream een onontkoombare plaat die de tijdgeest op de staart trapt. Het klassieke Screamadelica (1991) was er zo een, maar ook XTRMNTR (1999) en More Light (2013), platen waarop Primal Scream ravecultuur injecteerde in de aderen van de rock-'n-roll. Op andere albums maakte de groep rond Bobby Gillespie vaak Stones-achtige rock of psychedelische gitaarpop.

Het elfde album, Chaosmosis, valt in geen van die categorieën. Een urgente zeitgeistplaat is het allerminst, maar lekker venijnig rocken doet de 'Scream' hier evenmin: het is eerder een poging tot synthesizerpop. Het lijkt alsof de groep wilde teruggrijpen op de energieke ravesound van Screamadelica. Dat is dan mislukt: dergelijke opwinding blijft uit. Een nummer als 100% or Nothing, de single Where the Light Gets in; dat zijn popsongs om op te dansen én naar te luisteren. Maar daar tegenover staan te veel richtingloze schetsjes, zodat het album ten prooi valt aan de ziekte die Primal Scream nu eenmaal periodiek in de greep krijgt - en die we dan maar 'chaosmose' zullen noemen.

Pop, Primal Scream, Chaosmosis, Pias

Meer over