Champagne-avonden of oefenruimten

De Utrechtse infrastructuur voor popmuziek wordt driftig verspijkerd. Zaal Tivoli presenteert zich deze week na een face-lift aan het publiek....

Kansen te over voor de popcultuur, zo lijkt de gerechtvaardigde conclusie. Maar geen kansen zonder controverse. De gemeente wordt verweten geen duidelijke visie op de popcultuur te hebben. En in lijn met het soms dorpse karakter van Utrecht weerklinkt ook uit de popwereld gekibbel.

Dat gekibbel kan haar collegiale karakter verliezen als de podia straks moeten strijden om de gunst van de concertganger. 'Utrecht is te klein om alle zalen zomaar te laten vollopen, dus in die zin vis je in elkaars vijver', gelooft Tivoli-directeur Dick te Winkel. 'Het is een slechte ontwikkeling als Utrecht de beperkte hoeveelheid geld voor popinitiatieven over te veel projecten uitsmeert. Er is te weinig samenhang tussen de verschillende initiatieven.'

Henk Westbroek, fractieleider van Leefbaar Utrecht, muzikant en mede-eigenaar van een rockcafé, is eveneens kritisch. 'De vraag is of je een bruisend cultureel leven aan de basis wilt hebben of een festivalstad met landelijke uitstraling. Utrecht heeft gekozen voor het laatste, dus worden er tonnen aan festivals uitgegeven die niet meer dan champagne-avonden voor bobo's zijn. Terwijl toch honderden bandjes zitten te springen om oefenruimte en optredens.'

Cultuurambtenaar Cor Wijn erkent dat Utrecht 'te weinig aan de onderkant doet'. Hoge onroerend-goedprijzen en strenge milieu-eisen spelen de gemeente parten. 'Toch wordt popmuziek steeds meer gezien als een serieuze kunstvorm', stelt Wijn. 'Het feit dat de gemeente Tivoli ziet als gelijkwaardig partner van muziekcentrum Vredenburg is daarvan een voorbeeld.'

In de plannen van de gemeente betrekken Tivoli en Vredenburg over vijf jaar een nieuw complex op het Vredenburg. Beide organisaties blijven zelfstandig, maar de ruimere capaciteit en programmatische samenwerking moeten het geheel een landelijke uitstraling geven.

Volgens Westbroek past het initiatief in de tendens podia steeds meer vierkante meters toe te bedelen en gaat het aan de lokale bands voorbij. 'Al die extra vierkante meters kunnen nooit rendabel worden geëxloiteerd, dus komen er weer nieuwe dansavonden om geld te verdienen. Dat is gesubsidieerde concurrentie voor de ongesubsidieerde dansgelegenheden.'

Een vergelijkbare discussie ontspon zich rond 013 in Tilburg. Boze horeca-ondernemers beschouwden de subsidie aan het popcomplex als concurrentievervalsing. Vloer-programmeur Edwin Haast vindt dat deze kritiek geen recht doet aan de rol van het zalencircuit. 'Onze missie is niet zo veel mogelijk geld verdienen met biertappen, maar een culturele programmering brengen.' Te Winkel deelt deze mening. 'Er gebeurt op dance-gebied bovendien zo veel dat het een volwaardig deel van de programmering is.'

De rol van zelfbenoemd hoeder van de popcultuur is er voor zalen als Tivoli en de Vloer niet eenvoudiger op geworden. Waar grote acts voorheen na Amsterdam automatisch Utrecht aandeden, kiezen de boekingsbureaus sinds enkele jaren voor kleine, strategische tours. 'Daar hebben we verschrikkelijk over gesomberd', zegt Te Winkel. 'Maar die tijd komt nooit weer. Dus hebben we gekozen voor meer eigen, andersoortige producties.'

De geslaagde bijdrage die Tivoli aan het festival Lowlands leverde, bewijst het succes van die aanpak. Tivoli nam daar de programmering van een van de tenten voor zijn rekening. Toch gelooft Te Winkel dat alleen schaalvergroting Tivoli op termijn kan redden.

De Vloer heeft een ander antwoord op het verschraalde aanbod. 'Ik geloof niet dat zo'n schaalvergroting overal werkt', zegt Haast. 'Tilburg was er op tijd bij, maar voor je het weet hebben Eindhoven, Den Haag en Utrecht allemaal zo'n zaal, daar is Nederland te klein voor. Voor het publiek is het juist leuk als er verschillende zalen zijn, met elk een eigen sfeer.'

De Vloer wil vooral ruimte maken voor kleinere, experimentele acts. 'Daarbij zullen we de wortels van de Vloer niet verloochenen. We blijven speciale aandacht besteden aan funk en zwarte invloeden, zoals we in het verleden bijvoorbeeld Urban Dance Squad hier alle ruimte hebben gegeven.'

Of dit voornemen in daden wordt omgezet, hangt af van twee rechtszaken rond De Vloer. De ene is aangespannen door een boze buurman van het beoogde pand, die bezwaar maakt tegen de verbouwing. De andere door het provinciale popcollectief U-Pop dat via de rechter een plek bij De Vloer wil afdwingen. Waarmee de grootse Utrechtse voornemens ten aanzien van de popcultuur voorlopig worden overstemd worden door juridische gevechten.

Meer over