Nieuws

Cartoonisten Willem en Plantu zeggen adieu tegen hun Franse lezers

Ze waren vrijbuiters uit de jaren zestig en zeventig die beroemd werden door vrijelijk de macht te bespotten, maar in een nieuwe eeuw ondervonden hoe gevaarlijk het maken van een cartoon kan zijn. Plantu (72), de vaste tekenaar van Le Monde, wordt al jaren door de politie bewaakt. Willem (80), vaste tekenaar van Libération, ontsnapte in 2015 aan de aanslag op Charlie Hebdo. Op 1 april stopten deze reuzen uit het Franse cartoonvak met hun dagelijkse tekening voor de krant.

De laatste illustratie van Willem voor Libération. Beeld
De laatste illustratie van Willem voor Libération.

Willem: hard, geestig en anarchistisch

Willem werd geboren als Bernard Holtrop, zoon van een huisarts in Ermelo. In de provotijd tekende hij een cartoon van koningin Juliana als raamprostituee, met een prijskaartje van 5,2 miljoen gulden, het bedrag dat Nederland jaarlijks kwijt was aan het koningshuis. Hij werd ervoor vervolgd, maar vrijgesproken.

De tekening was geïnspireerd op de satirische traditie van Frankrijk, vertelde hij in de Volkskrant: ‘Tot het einde gaan. Geen lulligheden.’ Al vroeg wist hij dat hij naar Frankrijk moest, waar niets ontziende tekenaars in hoog aanzien stonden. In 1968 installeerde hij zich in een dienstbodekamertje aan de Place Saint-Sulpice in Parijs. ‘In mijn herinnering was het altijd feest, al hadden we geen cent’, zei hij in zijn afscheidsinterview met Libération.

Willem werd een grote naam, met zijn harde, geestige en anarchistische tekeningen. In 1981 werd hij de vaste tekenaar van Libération. Willem is een vrij man, schreef de linkse krant bij zijn afscheid: ‘Vrij om te zeggen dat zijn tekeningen zonder twijfel mensen gekwetst hebben, maar dat hij dat niet betreurt.’

Willem (Bernard Holtrop) in Parijs.  Beeld ANP
Willem (Bernard Holtrop) in Parijs.Beeld ANP

Maar de wereld werd minder vrij om satire te bedrijven. Op 7 januari 2015 zat Willem in de trein naar Parijs toen hij telefoontjes kreeg over een schietpartij bij Charlie Hebdo, het blad waarvoor hij altijd was blijven tekenen. ‘Onzin, dacht ik, ik geloofde het niet. Toen ik hoorde over één dode, over tien doden, begreep ik dat het serieus was. Ik probeerde de mensen te bellen, maar niemand nam op’, zei hij in de Volkskrant.

Willem en zijn vrouw Medi, een Noorse tekenaar, praten elke dag over hun vermoorde vrienden, schreef Libération bij zijn afscheid. Tegenover de buitenwereld liet hij er nooit veel over los. ‘Ik blijf er vrij koel over. Ik ga er niet te diep in graven’, zei hij in 2016 tegen de Volkskrant. Ook weigerde hij beveiliging. ‘Ik ga niet onder de tafel zitten. Iemand als Plantu heeft voortdurend twee man om zich heen. Dat is geen leven.’

Bij Libération wordt hij opgevolgd door Coco (38), de tekenaar die in 2015 onder bedreiging met een kalasjnikov de deur naar de redactie van Charlie Hebdo moest openen.

Plantu: wel bespotten, niet provoceren

Sinds 1985 stond Plantu, geboren in Parijs als Jean Plantureux, op de voorpagina van Le Monde. In die eerste jaren mocht hij van de krant geen wrat op de wang van president Mitterrand tekenen. ‘Mitterrand belichaamde de hoop van links en de hoop heeft geen wrat’, zei Plantu in zijn afscheidsinterview voor Le Monde.

De laatste illustratie van Plantu voor de cover van Le Monde. Beeld
De laatste illustratie van Plantu voor de cover van Le Monde.

Boze politici vormden vroeger het grootste gevaar voor de cartoonist. Maar na de Deense cartoonrellen van 2006 werden tekenaars opeens met de dood bedreigd. ‘Voor die tijd geloofden tekenaars dat ze in een kelder in Saint-Germain-des-Prés zaten waar ze lol konden trappen door pastoors, imams en rabbi’s belachelijk te maken. Die tijd is voorbij. In zekere zijn we bezet’, zei Plantu in de Volkskrant.

Overal ter wereld speuren fundamentalisten het net af naar beelden waarmee ze een menigte de straat op kunnen sturen. Europese satire bereikt een publiek dat de codes niet kent en tekeningen als een belediging ziet. Plantu heeft altijd het recht verdedigd van cartoonisten als Kurt Westergaard om Mohammedcartoons te maken, maar vindt zelf dat je fundamentalisten niet het plezier moet doen om ze van kant-en-klaar propagandamateriaal te voorzien. De islam kan ook bekritiseerd worden zonder de profeet af te beelden, stelde hij.

Plantu. Beeld Getty
Plantu.Beeld Getty

Dat The New York Times is gestopt met het publiceren van cartoons, noemde hij ‘een catastrofe, een grof schandaal’. Zelf vecht Plantu door. In 2006 richtte hij met de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, Cartooning for Peace op, een samenverwerkingsverband van joodse, islamitische, christelijke en atheïstische tekenaars. Bij Le Monde wordt hij opgevolgd door de tekenaars van Cartooning for Peace.

Al jaren bezoekt hij scholen in achterstandswijken, om de leerlingen uit te leggen wat satire is. Daar gaat hij mee door, zei hij tegen Le Monde: ‘Ik zie de haat en de intolerantie toenemen, de racisten en de censors, een enorme golf van antisemitisme. Ik ben bang. Dit is niet het moment om af te haken.’

Meer over