Caravaggio: voer voor een detective

Op een zolder in Toulouse wordt zomaar een schilderij van Caravaggio gevonden dat mogelijk ook in Amsterdam was. Of is het toch een kopie?

Judith en Holofernes. Beeld
Judith en Holofernes.Beeld

Opschudding begin april op de kunstmarkt: op een zolder bij de Zuid-Franse stad Toulouse is een schilderij ontdekt dat van de hand van Caravaggio (1571-1610) zou zijn, de Italiaan die tot de giganten van de schilderkunst wordt gerekend. Het doek, Judith en Holofernes 1, werd in 2014 aangetroffen door de eigenaar van een oud huis toen hij een lekkage in het dak onderzocht.

Na twee jaar heimelijk onderzoek is de Parijse kunsthandelaar Éric Turquin tot de conclusie gekomen dat het om een originele Caravaggio moet gaan. Frankrijk heeft het schilderij tot 'nationale schat' bestempeld, waardoor het 2,5 jaar het land niet mag verlaten. Als het werk inderdaad door de meester zelf is gemaakt, zo wordt meteen becijferd, brengt het op een veiling minstens 120 miljoen euro op. Het nieuws over de vondst van de 'Zolder-Caravaggio' gaat de hele wereld over.

In wiens huis de Judith en Holofernes verborgen heeft gelegen, wordt uit privacyoverwegingen niet bekendgemaakt. Daardoor valt de herkomstgeschiedenis niet te controleren, die bewijs zou kunnen opleveren voor de echtheid van het doek. Er is nog een reden die nieuwsgierig maakt naar de naam van de huidige bezitter en zijn voorgangers: het schilderij is mogelijk in Amsterdam geweest.

Dankzij kunsthistorisch speurwerk is al decennia bekend dat Caravaggio - zijn werkelijke naam is Michelangelo Merisi, hij werd geboren in het Noord-Italiaanse dorp Caravaggio - zich twee keer aan de bijbelse voorstelling Judith en Holofernes zou hebben gewaagd. De vroege versie 2 hangt in Rome en heeft de Italiaanse hoofdstad waarschijnlijk nooit verlaten. De andere, een later in Napels geschilderde versie, is al eeuwen spoorloos. Dat die heeft bestaan, weten we dankzij drie aanwijzingen.

Allereerst: er is een kopie 3 van het werk. Die behoort tot de kunstcollectie van de Italiaanse bank Intesa Sanpaolo en is in Napels te zien. Deze Judith onthoofdt Holofernes is in 2013 gerestaureerd. Sindsdien wordt aangenomen dat het is geschilderd door Louis Finson.

Inzicht in de kunstmarkt

Finson, een Vlaming, verbleef minstens acht jaar in de Italiaanse havenstad. Van circa 1604 tot 1612 was hij een van de Noordelijke schilders, de 'Pittori fiamminghi', die in Napels geld verdienden met hun schilderijen en de handel in kunst. 'Finson had een enorm goed inzicht in de kunstmarkt', stelt kunsthistorica Marije Osnabrugge. Zij is vorig jaar gepromoveerd op haar proefschrift over vijf schilders uit de Nederlanden die tussen 1575 en 1654 in Napels verbleven, onder wie Finson.

De Vlaming viel vooral op door zijn kopieën van werken van Caravaggio. 'Hij had oog voor de waarde van Carravaggio. Hij kende hem waarschijnlijk ook persoonlijk', zegt Osnabrugge. 'De twee hadden in ieder geval in Napels dezelfde opdrachtgevers in dezelfde jaren.'

Caravaggio had als een komeet carrière gemaakt in Rome, maar was in mei 1606 de stad ontvlucht nadat hij bedoeld of onbedoeld een man had omgebracht. In Napels vond hij bescherming bij een rijke familie.

In 1607 zag Frans Pourbus de Jongere dat er twee schilderijen van de Italiaan te koop werden aangeboden in Napels. Ze waren vermoedelijk te zien in de werkplaats die Finson deelde met Abraham Vinck, een andere Vlaamse schilder die Osnabrugge in haar proefschrift heeft beschreven. Caravaggio was uit Napels vertrokken en had de werken in de havenstad achtergelaten. Pourbus, net als Vinck een Antwerpenaar, was hofschilder van de hertog van Mantua, maar trad ook op als diens agent op de kunstmarkt. Pourbus schreef de hertog dat Caravaggio's Madonna van de rozenkrans en Judith en Holofernes 'bellissimi' zijn, maar nogal aan de prijs. De hertog kocht ze niet. De brief bleef gelukkig bewaard.

Uit een ander schrijven valt af te leiden dat Finson een vracht schilderijen meenam toen hij rond 1612 uit Napels vertrok. 'Daar zaten waarschijnlijk heel grote namen tussen', zegt Osnabrugge. 'Hij wilde ze verhandelen in Spanje, dat toen nog heerste over Napels. Maar hij bleef in Frankrijk steken en verhandelde de werken onderweg.'

Judith en Holofernes

Judith en Holofernes is een bijbelse vertelling. De Assyrische generaal Holofernes belegert met zijn troepen de Joodse stad Betulia, waar de weduwe Judith woont. Om haar stad te redden gaat ze met haar dienstmaagd naar het legerkamp van Holofernes, waar ze inlichtingen aanbiedt om de stad in te nemen. De generaal laat de mooie Judith toe zijn tent. Nadat hij dronken in slaap is gevallen, onthoofdt zij hem. Als de troepen van Holofernes de volgende dag merken dat hun leider dood is, slaan ze op de vlucht.

Onverkocht bleven de Madonna van de rozenkrans en de Judith en Holofernes. 'Het lijkt alsof Finson de twee Caravaggio's had bewaard voor klanten in de Nederlanden, mogelijk in overleg met de schilder Peter Paul Rubens uit Antwerpen', zegt Osnabrugge. 'Al in 1604 had Carel van Mander, een in Haarlem wonende Vlaming, in zijn Schilder-boeck lovend over Caravaggio geschreven. Dit is de eerste gedrukte tekst in heel Europa die hem noemt. Het bewijst de noordelijke kennis en interesse in de meester, al tijdens diens leven.'

In 1616 dook de ongetrouwde Finson op in Amsterdam, waar de kunstmarkt bloeide. Hij trok daar in bij Abraham Vinck, zijn oude makker en handelspartner uit Napels. Dat weten we doordat Finson in diens huis, vermoedelijk op de hoek van de Oudezijds Voorburgwal en de Oude Doelenstraat, zijn testament 4 liet opstellen. Wie het wil zien: het is te vinden in het stadsarchief van Amsterdam.

Op 19 september 1617, 'swackelijcken van lichame te bedde liggende' (hij zou kort daarna sterven), vermaakte Finson zijn helft van de Madonna van de rozenkrans en Judith en Holofernes aan Vinck, waardoor die de twee werken geheel in zijn eigendom zou verkrijgen. In het testament zijn ook de namen van de schilderijen van 'Michael Angel Crawats' (Caravaggio) geboekstaafd: 'd'eene wesende den Rosarius en d'andere Judith en Holopharnis'.

Beide schilderijen moeten in Amsterdam grote indruk hebben gemaakt, de Judith en Holofernes vooral vanwege de gruwelijkheid van de geschilderde scène en het clair-obscur, het contrast tussen licht en donker waarmee extra aandacht op de scène werd gevestigd. Osnabrugge: 'Dat was ongekend in de Nederlanden.'

Haar promotor, emiritus-hoogleraar Eric Jan Sluijter, stelt dat een andere schildergigant, Rembrandt van Rijn, de 'Amsterdamse' Judith en Holofernes moet hebben gezien. In zijn vorig jaar verschenen boek Rembrandt's Rivals vergelijkt hij dat schilderij met Rembrandts De blindmaking van Samson. Op die bijbelse voorstelling spuit het bloed uit Samsons rechteroog, dat als eerste door de Filistijnen wordt uitgestoken. Sluijter: 'Ik ben ervan overtuigd dat toen Rembrandt dit in 1636 schilderde, hij deze Judith en Holofernes in zijn hoofd heeft gehad. Hij moet zijn gestimuleerd door de gruwelijkheid van dat werk, waar het bloed ook alle kanten op spuit. Dit is een van de schilderijen waarmee hij wedijvert.'

Caravaggisten

Caravaggio was tijdens zijn leven al populair in de Nederlanden. Veel Utrechtse schilders vertrokken begin 17de eeuw naar Italië om zijn werk te leren kennen. Als 'Caravaggisten' keerden zij rond 1620 terug. In 2018 zal over hun werk een tentoonstelling worden gehouden in het Centraal Museum in Utrecht en de Alte Pinakothek in München, een zo bijzondere samenwerking dat het Nederlandse koningspaar bij de ondertekening van de overeenkomst tussen de musea was.

Abraham Vinck overleed in 1619, twee jaar na Finson. De Madonna van de rozenkrans werd vrij snel daarna gekocht door Antwerpse kunstenaars, onder wie Rubens. Zij schonken het enorme doek (circa 3,5 bij 2,5 meter) aan de Sint-Pauluskerk in hun stad. In 1781 werd het opgeëist door keizer Jozef II, de Rooms-Duitse keizer en heerser van de Habsburgse monarchie. Het hangt nu in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.

De Judith en Holofernes verdween en zou bijna vier eeuwen later zijn opgedoken nabij Toulouse. Is het de originele Caravaggio? De Parijse kunsthandelaar Turquin beweert van wel en heeft zich van de steun van enkele Caravaggio-kenners verzekerd. Maar andere experts stellen dat het om een kopie van Finson moet gaan.

'Naar mijn gevoel is het geen echte Caravaggio', zegt Osnabrugge. 'Ik vraag me af op welke mysterieuze zolder dit werk is gevonden en hoe het daar kwam. We worden niet in staat gesteld de herkomst te controleren.'

Ze wijst erop dat Turquin belang heeft bij de toeschrijving aan de Italiaanse meester. 'Een kopie levert een paar ton op, een echte Caravaggio 120 miljoen.' Ze heeft geprobeerd het schilderij te zien te krijgen, maar dat is niet gelukt. 'Turquin heeft grote Caravaggio-experts uitgenodigd en geen Finson-experts.'

De Parijse kunsthandelaar baseert zijn oordeel onder meer op het feit dat er pentimenti op het schilderij zijn te zien, wijzigingen die zijn gemaakt tijdens het schilderen van het doek. Dat zou erop duiden dat het geen kopie is, maar een origineel.

Onzin, stelt Gert Jan van der Sman, staflid van het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence (dat het grootste fotoarchief ter wereld bezit van werk van Caravaggio en diens navolgers). 'Het is een methodische fout die steeds wordt gemaakt: dat zodra er een pentimento is, een correctie, dit impliceert dat het werk eigenhandig is. Maar dat is geen sluitend bewijs.'

null Beeld
Beeld

Van der Sman is samensteller van de tentoonstelling Caravaggio en de schilders van het Noorden in Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid, die deze week is geopend. Daar zijn twaalf van de circa zeventig nu bekende Caravaggio's te zien, alsmede drie werken van Finson. Van der Sman heeft de nieuw ontdekte Judith en Holofernes niet in het echt gezien, alleen foto's en x-rays van het schilderij. Toch is hij stellig. 'De uitvoering is niet sterk. Ik zie Caravaggio's vlotte penseelvoering van rond 1606-1607 er niet in terug. Dit doet eerder aan Finson denken.'

Ook Eric Jan Sluijter heeft bedenkingen. 'De net ontdekte versie is beter dan die in Napels, maar niet goed genoeg voor een echte Caravaggio. Ik vraag me zelfs af of deze compositie wel van Caravaggio is en niet door Finson is verzonnen. Dat er nu twee versies zijn, pleit ervoor dat er een origineel was. Toch zit het me niet helemaal lekker.'

Finson was zeer bedrijvig als Carravaggio-kopiist. 'Van een ander schilderij van de Italiaanse meester, Maria Magdalena in extase, zijn wel acht exemplaren bekend, waaronder een aantal kopieën van Finson', zegt Osnabrugge. 'Twee daarvan heeft hij zelf gesigneerd met zijn eigen naam.'

Zij acht het mogelijk dat de onlangs opgedoken Judith en Holofernes ook een kopie is en in Toulouse is gekocht toen Finson daar doorheen reisde op de terugweg uit Napels. Osnabrugge: 'In een brief staat dat hij in september 1614 in Toulouse was en dat hij daar ziek was.'

Een ding staat vast: deze kunstdetective heeft nog steeds geen plot.

Misschien biedt het nieuwe spoor van Justin Davies hoop. Deze Britse kunsthistoricus meldde naar aanleiding van het nieuws over de 'Zolder-Caravaggio' dat hij mogelijk een aanwijzing heeft gevonden over het lot van de originele Judith en Holofernes. Davies doet onderzoek naar de eiken panelen die zijn beschilderd door de Vlaamse kunstenaars Anthony van Dyck en Jacob Jordaens.

Een aantal van die werken waren eigendom van de Antwerpse graveur Alexander Voet, een groot verzamelaar. Hij bezat vermoedelijk ook een Caravaggio. De postume opsomming uit 1689 van al zijn schilderijen begint met een doek van de Italiaanse meester, mogelijk een aanwijzing voor de waarde ervan: 'Eerst een stuck, wesende een Judith, van Michiel Angelo de Caravasio.'

Meer over