Drama

Capote

Medeleven of ambitie?

Het zijn de meest nichterige gebaren die te bedenken zijn. De slappe, gebogen pols. Het hoofd een beetje scheef. Een hoge stem die nadrukken legt door lettergrepen lang uit te rekken.

In het begin van Capote lijkt het of acteur Philip Seymour Hoffman van de hoofdpersoon, Truman Capote, een karikatuur heeft gemaakt. De schrijver die aan het begin van de jaren vijftig een society-figuur werd, is in de openingsscènes een extravagante poseur. Een charismatische verteller om wie iedereen zich op feestjes heen wringt. Een om aandacht zeurende aansteller ook.


De inzet van de biopic die regisseur Bennett Miller over hem maakte en waarvoor Hoffman de Oscar voor de beste hoofdrol won, is om aan dat beeld diepte te geven. Niet om het bij te stellen - Hoffman houdt consequent aan alle maniertjes vast - , maar om te laten zien dat het een façade was waarachter meer schuilging.


Daarvoor wordt de periode van 1959 tot 1967 gebruikt, de tijd waarin Capote aan zijn non-fictie roman In Cold Blood werkte. Nadat hij een bericht las over een familie die was vermoord in Holcomb, Kansas, reisde hij die kant op om over het onderzoek van de politie een reportage te schrijven. Terwijl hij zich charmant binnendringt in het provinciale wereldje, realiseert hij zich dat de zaak hem meer mogelijkheden biedt.


Het indrukwekkendst zijn de lange gesprekken die Capote heeft met een van de moordenaars, die in een dodencel op nieuws over zijn hoger beroep wacht. Tot in details wordt hij door de auteur ondervraagd. Is dat oprecht mededogen met de slachtoffers en de moordenaar? Of komt de interesse voort uit de ambitie een meesterwerk te schrijven? Hoffman is in staat dit dilemma in een enkele blik te tonen.


Sfeer en stijl zijn goed getroffen. De bijrollen van Catherine Keener als Capote's jeugdvriendin Harper Lee en Clifton Collins Jr als de moordenaar zijn sterk. Dat verandert er niets aan dat Capote helemaal Hoffmans film is.


Meer over