Canon Ruimtelijke ordening

Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam..

De hoofdstad moest uitbreiden en deed dit aan de hand van het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935. In de Westelijke Tuinsteden werd functionele stedenbouw gepleegd. Functies als wonen, werken, recreatie en verkeer werden strikt gescheiden. De bebouwing stak als vingers de groene ruimte in, zodat stedelingen snel direct toegang hadden tot natuur. Er werden vooral goedkope portiekflats neergezet. Het werd een probleemgebied.

Beekherstel Beerze Reusel

In Brabant en op andere plaatsen wordt gewerkt aan herstel van de natuurlijke waterloop van gekanaliseerde beken. Van beken als de Grote Beerze wordt niet alleen de oorspronkelijke loop hersteld. Er moet ook nieuwe natuur ontstaan en de mogelijkheid van waterberging. Tevens wordt getracht de belangen van de plattelandseconomie en recreatie te dienen. Die aanpak markeert ‘een verandering van denken over waterbeheer’.

De Blokjeskaart van 1966.

Kenners van de ruimtelijke ordening spreken nog steeds met ontzag over de zogenoemde Blokjeskaart. Deze ‘Toelichtingskaart nr. 3 bij de Tweede Nota over de ruimtelijke ordening van Nederland’ gaf in 1966 aan hoe en waar het groeiend aantal Nederlanders gehuisvest zou moeten worden. Op veel plekken is de planning uitgekomen, zoals in Almere, Huizen en Zoetermeer.

De Bolwerkparken Zwolle

Nadat ze als verdedigingswerken niet meer nodig waren, werden eind 19de eeuw in veel steden stadsmuren en bolwerken omgevormd tot groene oases met riante woningen, zoals in Zwolle. Ook hier is duidelijk dat Defensie een sterke stempel heeft gedrukt op de ruimtelijke ordening.

Céramique Maastricht

Céramique in Maastricht, de Kop van Zuid in Rotterdam en het Oostelijk Havengebied in Amsterdam zijn de bekendste voorbeelden van het opknappen van industriële gebieden aan het water. Na de recessie van de jaren tachtig en de verloedering van oude bedrijventerreinen werden de terreinen aangepakt. Wonen, werken, detailhandel, cultuur en horeca werden samengebracht.

Dapperbuurt Amsterdam

Hier begon de stadsvernieuwing. De bewoners kwamen in opstand tegen ‘cityvorming’. Geen kaalslag, grote kantoren en verkeerswegen meer, maar ‘bouwen voor de buurt’. Men koos voor kleinschaligheid en herhuisvesting van buurtbewoners in plaats van ‘deportatie’ naar groeikernen. De stadsvernieuwing sloeg snel over naar andere steden.

De Deltawerken

De Deltawerken vormen het symbool van het ‘toenemend vertrouwen op technologische ontwikkelingen’ in de strijd tegen het water.

Door het afdammen van zeearmen werd de totale lengte van zeewerende dijken in en rond Zeeland enorm bekort. In de laatste fase van de aanleg werd er met de Oosterscheldekering voor gekozen om zeewater te blijven toelaten tot de Zeeuwse Delta, om te voorkomen dat er een groot zoetwatergebied zou ontstaan.

De Ecologische Hoofdstructuur

Een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden moet in 2020 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) hebben gevormd.

Daartoe worden bijvoorbeeld over snelwegen ecoducten aangelegd, zoals bij Terlet bij Arnhem, die dieren de mogelijkheid geven ongestoord van het ene gebied naar het andere te lopen.

Groeikern Houten

Nederland groeide van 3 miljoen woningen midden jaren zestig naar 7 miljoen nu. Om te voorkomen dat de grote steden zouden uitgroeien tot ‘onbeheersbare metropolen’ werd een aantal plaatsen aangewezen als ‘groeikern’. Houten is er een, maar ook Purmerend en Zoetermeer.

Kraakpand De Grote KarelNijmegen

Krakers hebben ‘een belangrijke rol gespeeld in het oog krijgen voor leegstand en de mogelijkheden van hergebruik van oude bedrijfspanden. Ook wezen zij op de rol van steden als broedplaatsen van creativiteit. De Grote Karel, een voormalige drukkerij in Nijmegen, werd in 1984 gekraakt. Het pand groeide uit tot een centrum van de kraakbeweging. Nu gaat een woningstichting het verhuren aan de bewoners.

Haagse Beemden

Het ontwerp van deze zeven woonwijken in Breda-Noord ontleent zijn inspiratie aan de wijze waarop Londen en Den Haag zijn gegroeid rond oude landgoederen. In Breda werd de stadsuitbreiding bepaald door het landgoed Burgst. Een beemdengebied met natte veengrond ligt dichtbij. Oude en nieuwe bebouwing werd, in de jaren zeventig, zo gecombineerd met landelijkheid.

IJsselmeerpolders

Komt de Nederlander land tekort, dan maakt hij nieuw land. Van de Beemster in de 17de eeuw tot de landaanwinning in de voormalige Zuiderzee in de 20ste. Na de voedseltekorten in de Eerste Wereldoorlog wilde Nederland meer landbouwgrond. Met de aanleg van de Tweede Maasvlakte blijkt de landaanwinning nog niet ten einde.

Knooppunt Oudenrijn.

Knooppunt Oudenrijn, begonnen als tweebaansrotonde, is het oudste knooppunt van snelwegen in Nederland. De kruising bij Utrecht staat symbool voor het eerste Rijkswegenplan. Dat plan, uit 1927, voorzag in verbindingen tussen steden, zoals tussen Amsterdam en Utrecht. De autosnelwegen zouden Nederland voorgoed veranderen. In 1955 ziet Oudenrijn de eerste file.

Kootwijkerzand.

In de eerste helft van de vorige eeuw was alles gericht op het productiever maken van de Nederlandse gronden. In 1928 werd een rem gezet op de grootschalige ontginning van heidevelden, hoogvenen en moerassen. Ook stuifzandgebied Kootwijkerzand blijft gespaard.

De korenwolf

Nederland kent de bescherming van natuurgebieden, maar ook van dieren- en plantensoorten. De korenwolf is zo beroemd geworden. In Zuid-Limburg werden bouwprojecten stilgelegd vanwege dit knaagdiertje. Op andere plaatsen maakte het publiek kennis met diertjes als de kamsalamander en de zeggekorfslak.

De LijnbaanRotterdam

De Lijnbaan, het eerste verkeersvrije winkelgebied in West-Europa en product van de wederopbouw van Rotterdam na 1945, werd een icoon van het functionalistische gedachtengoed. Voor de functies wonen, winkelen, horeca en groen werden afzonderlijke gebouwen ontworpen, in plaats van het traditionele gesloten stadsblok.

Het stadscentrum diende te worden gereserveerd voor twee hoofdfuncties: representatie en winkelen. In veel steden resulteerde dit in kaalslag en vernietiging van de historische binnenstad. Pas in de jaren zeventig werd besloten het ruimtelijk erfgoed te beschermen.

Mainportsde haven van Rotterdam en Schiphol

In 1988 werden de haven van Rotterdam en de luchthaven Schiphol benoemd tot mainport, sleutellocatie voor transport en economie. Zij krijgen alle ruimte voor ontwikkeling. De haven krijgt de Betuwelijn en de Tweede Maasvlakte. Schiphol wordt ook stad, bedrijvencentrum en halte voor de hogesnelheidstrein.

Midden-Delfland

In 1958 introduceerde een rijkscommissie het idee van groene buffers tussen de steden. Bebouwing bleef uit en het open landschap bleef bestaan. Dat kon door regelgeving, door strategische grondaankopen en door investering in recreatieplekken. Midden-Delfland is een van de negen ‘rijksbufferzônes’. Nog steeds groen, maar de aanleg van snelweg A4 lijkt dichtbij.

Naardermeer

In 1904 werd het plan geopperd om het Naardermeer, een kwetsbaar plassengebied, te gebruiken voor vuilstort. Het leidde tot de oprichting van de Vereniging Natuurmonumenten en de aankoop van het meer. Dat was het startpunt van georganiseerd natuurbeheer in Nederland.

Nagele

‘Een oefening in het maken van een samenleving.’ Over de inrichting van de IJsselmeerpolders werd minutieus nagedacht, van de fietsbare afstand tussen dorpen tot de bewoners die werden geselecteerd op goed gedrag.

Het dorp Nagele kreeg een geometrische vorm. De huizen kregen platte daken en de keukens waren klein. Tegen rommel op zolder en eten in de keuken. ‘Het sociale experiment was al snel achterhaald.’

Nederweert

Aan de ongebreidelde opmars van de intensieve veehouderij kwam in 1998 met de varkenspest een einde. Nederweert was een van de eerste gebieden waar een herinrichting plaatsvond. Intensieve veehouderijbedrijven werden in groepen neergezet, met daartussenin varkensvrije zones.

Om verspreiding van ziekten te voorkomen, maar ook om het milieu beter te kunnen beschermen. Ook werd gekeken naar verbetering van natuur en leefbaarheid van het platteland.

Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Tussen 1850 en 1940 werd een verdedigingslinie aangelegd om vijandelijke aanvallen te weren met forten en het onder water zetten van landerijen. Om de linie heen mocht niet worden gebouwd – reden bijvoorbeeld dat Utrecht zich niet naar het oosten mocht uitbreiden. Nu de linie is uitgeroepen tot cultureel erfgoed bepaalt zij opnieuw het landschap.

Oostelijke mijnstreek

De sluiting van de kolenmijnen was veertig jaar geleden een economische ramp voor Limburg. Werkgelegenheidsprojecten als de vestiging van het ABP en het CBS moesten een impuls geven aan de mijnstreek. Rond Heerlen en Kerkrade kan gesproken worden van ‘een redelijk geslaagde stadsreconstructie en regionale herinrichting.’ Nu baren vergrijzing en krimp van de bevolking zorgen.

Pieterpad

Niet de overheid, maar fanatieke wandelaars zorgden voor dit wandelpad van Groningen naar Limburg. Er volgden meer lange afstandroutes, die voor veel Nederlanders het beeld van het landschap bepalen.

Amsterdam Zuid Berlage

‘Een van de eerste grootschalige uitbreidingsplannen voor een stad en in ieder geval het meest toonaangevende.’ Met grote bouwblokken en brede hoofdwegen werd het Amsterdamse Nieuw Zuid gebouwd.

Daarna volgden andere uitbreidingsplannen als de wederopbouwwijken na 1945. Weerzin tegen hoogbouw zorgde huizen met tuintjes aan kleinschalige woonerven. Begin jaren negentig kwamen de vinexwijken.

Randstad en Groene Hart

De Randstad met daarbinnen het Groene Hart is het meest centrale en constante ruimtelijke concept van Nederland. Bedacht in 1958 werden de precieze grenzen tussen stad en Groene Hart voor het eerst vastgelegd in 1993. Ter bescherming van het gebied wordt voor de hogesnelheidstrein een lange tunnel gegraven.

Randstadrail

Het gebied tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer verstedelijkt snel. Om de bereikbaarheid te waarborgen wordt gewerkt aan een lightrail-netwerk. De RandstadRail moet een netwerk maken van de woon- en werkgebieden en stadscentra. Een vergelijkbaar concept is de Zuidtangent, de vrije busbaan vanaf Schiphol.

Rijksstraatwegenplan

Aan het begin van de 19de eeuw werd begonnen met een stelsel van rijksstraatwegen. Een groot deel van het vervoer ging nog over water. In 1821 waren er ruim veertig rijksstraatwegen. Aanleg en onderhoud ervan raakten op de achtergrond toen de aanleg van spoorwegen vroeg om veel kapitaal en aandacht.

Stationsontwikkeling Den Bosch

De manier waarop in Den Bosch het station en omgeving werden vernieuwd heeft navolging gekregen. In het Paleiskwartier vormen kantoren, woningen, winkels en gebouwen voor onderwijs en cultuur een nieuw deel van het centrum. De overheid nam het voortouw in een publiek-private samenwerking bij de totstandkoming van het gebied, ondermeer met een nieuwe rechtbank. Alle grote stationsgebieden worden nu verbouwd.

Stokstraatkwartier Maastricht

Een overbevolkte achterbuurt werd op aandrang van Monumentenzorg gesaneerd. Achter de oude gevels werden nieuwe gebouwen opgetrokken. Kritiek was dat de oude gevels niet meer dan een decor waren, en dat de oorspronkelijke bewoners moesten vertrekken. Deze kleinschalige stadsvernieuwing (in plaats van grootschalige kaalslag) werd wel een succes. Tegenwoordig is de Stokstraat een van de duurste straten van Nederland.

Tielerwaard

De Tielerwaard was nat en onvruchtbaar land. Met de ruilverkaveling in 1970, met uitruil van landbouwgrond, betere afwatering en betere wegen, kwam daar een eind aan. Met de Landinrichtingswet van 1985 stopte de ‘harde’ ruilverkaveling. Agrarische belangen moesten worden gecombineerd met infrastructuur, woningbouw, industrie, recreatie en – steeds vaker – natuurbeheer.

Tuindorp Heveadorp

Stadswijken met een dorps karakter, dat zijn tuindorpen. Vooral tussen 1915 en 1925 gebouwd, soms door woningbouwverenigingen, soms door ondernemers met een sociale inslag.

Vinex Leidsche Rijn

VINEX staat voor Vierde Nota voor de Ruimtelijke Ordening Extra (1991). Grootschalige woningbouw zou plaatsvinden in en aan de stad. Beloftes over goed openbaar vervoer werden vaak niet ingelost. Leidsche Rijn in Utrecht is met 30.000 woningen de grootste nieuwbouwlocatie. Bruggen en overkapping van snelweg A2 moeten het stadsdeel verbinden met Utrecht, net als treinstations, fietsverbindingen en een snelle buslijn.

Waddenzee

De Waddenzee is de speelplaats van grote en strijdige belangen; die van ecologie, visserij, recreatie, gaswinning en toegang tot havens. In de Derde Nota Waddenzee is ‘een evenwicht gevonden’ tussen ecologie, energie en economie.

Zuid-Willemsvaart

Waterwegen zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van Nederland. Nieuwe kanalenstelsels als de ZuidWillemsvaart moesten eind 19de eeuw ontginningen en handel bevorderen. Elders volgden de Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal.

Meer over