Can I read your text?

Met honderd schrijvers uit 43 landen zes weken door Europa met de 'literatuurtrein': dat dwingt tot het uitwisselen van intieme lotgevallen....

door Mariët Meester

Het verval begint toe te slaan. Onderweg, tijdens de lange ritten in de trein, valt het me nooit zo op, want dan zijn we één babylonische familie van schrijvers uit drieënveertig landen. Twintig vrouwen, tachtig mannen, de nodige begeleiders, en allemaal hebben we zweetvoeten, allemaal hangen we onderuitgezakt slaap in te halen, allemaal zetten we onze fles water aan de lippen en soms zelfs de fles van een ander. Maar dan nadert het moment van aankomst. Iedereen speldt snel zijn naambordje op, je wilt tenslotte wel even laten zien wie je bent. De trein remt af, de deuren gaan open, en daar staat op het perron het plaatselijke ontvangstcomité, bestaande uit blij lachende mevrouwen en meneren in hun netste pakken.

Dan stappen wij uit. Een van ons is een keer gevallen toen hij te veel gedronken had; de poot van zijn bril heeft hij gerepareerd met een pleister. Een ander loopt graag op badslippers, een stuk van een plastic zak dient als versteviging van het rechter exemplaar. Korte broeken dragen we ook, tenminste de mannen. We moeten mee, een bus in, naar het stadhuis, of naar de bibliotheek, zoals gebeurde in Dortmund. Daar werd onze trein op het station niet alleen opgewacht door het bekende comité, er stond ook een swingend orkest te spelen. We kregen allemaal een roos uitgereikt. Vervolgens begon een vrouw met een megafoon voor haar mond te zingen. Als een rattenvangster lokte ze ons dansend mee door het station en daarna naar buiten, een zebrapad over, een trap op, via een gazon in de richting van een groot glimmend gebouw. Wij zijn de beroerdsten niet; met onze laptops over de schouder dansten we achter haar aan, de roos in de hand of tussen de tanden.

In het glimmende gebouw, de bibliotheek, verliep alles verder volgens een bekender stramien. Iedereen viel aan op het buffet, binnen een mum van tijd was er geen kruimel van over. Daarna waren er toespraken, dezelfde als in iedere stad, waarnaar we allemaal zo beleefd mogelijk luisterden. Het ontvangstcomité bleef ook beleefd; niemand liet merken dat hij zich een groep van honderd schrijvers heel anders had voorgesteld.

We zijn ook vaak welgemeend serieus. Deze reis geeft ons de kans met collega's in contact te komen die een volkomen ander levensverhaal hebben dan wijzelf. Een van de Albanese deelnemers, Bashkim Shehu, wiens romans en verhalen in vele talen zijn verschenen, heeft in totaal acht jaar om politieke redenen in de gevangenis gezeten. Bashkim, die maar een paar jaar ouder is dan ik, zei tegen me dat hij zichzelf niet als een held beschouwt, eerder als een slachtoffer. Op het moment woont hij in Barcelona, waar hij werkt voor het Internationale Schrijversparlement waarvan Adriaan van Dis het Nederlandse lid is.

Ik voel mij nietig wanneer ik met hem of sommige anderen praat. Stevan Tontic komt uit Sarajevo, maar leeft al sinds 1993 in Duitsland, gescheiden van zijn dierbaren. Hoewel hij beweert dat hij deze reis nog steeds leuk vindt, staat zijn gezicht altijd een beetje treurig. Ook Dubravka Ugresic woont niet meer in het land waar ze geboren is, het huidige Kroatië, maar in Amsterdam. Door een jury onder voorzitterschap van Hans Magnus Enzensberger is ze gekozen om in onze trein Duitsland te vertegenwoordigen, samen met Felicitas Hoppe en de oorspronkelijk uit Roemenië afkomstige Richard Wagner.

Ik heb zelf ook zo mijn verhaal. Dertien jaar heb ik geen vast adres gehad, en wat armoede is weet ik ook. In Boekarest ben ik erbij geweest toen mijnwerkers met bijlen en zeisen mensen vermoordden. Maar dat heb ik allemaal zelf opgezocht, het gevaar kwam bij mij voort uit vrije keus. Wanneer ik wilde, had ik in Nederland een uitkering kunnen aanvragen en in een nette flat een comfortabel leven kunnen leiden. Het lot van Bashkim Shehu en Stevan Tontic daarentegen, en ook van Dubravka Ugresic en Richard Wagner, werd minstens zoveel gedicteerd door de geschiedenis als door henzelf.

Tijdens de rit van Brussel naar Dortmund zaten Bashkim en ik in één coupé, samen met de drie schrijvers uit Zweden. Een van de drie, een dichteres, ging naar de restauratiewagen om broodjes voor ons allemaal te halen. Verhit kwam ze ermee terug, verontwaardigd roepend dat ze nog nooit zo hard voor iets had moeten vechten. 'Lucky you', hoorde ik Bashkim zachtjes zeggen. De dichteres hoorde het ook, ze zei snel dat ze bedoelde dat ze nog nooit zo hard voor eten had moeten vechten. Wat Bashkim niet wist, was dat ik een paar dagen eerder aan het ontbijt met deze zelfde vrouw had zitten praten. Ze vertelde toen dat ze net gescheiden was, na een moeizaam huwelijk van tien jaar. Haar drie kinderen bleven bij haar ex.

De omstandigheden dwingen ons tot intimiteit. Het meest intiem vind ik het om iemand te vragen: 'Can I read your text?' Het lijkt bijna een verkapt aanzoek. Je loopt er het risico mee een blauwtje te lopen, of in ieder geval teleurgesteld te raken. Soms blijken mensen die behoren tot je toptien van medereizigers volkomen oninteressante teksten te produceren. Andersom vind ik het ook behoorlijk spannend om iemand anders de vertaling van mijn eigen romanfragment te laten zien. Regelmatig krijg ik de papieren terug zonder commentaar, dan weet ik genoeg.

Degene die reageerde met: 'Obsessive writing' daarentegen kan rekenen op mijn eeuwige sympathie. Iemand anders, van wie ik dacht dat ik de hele reis lang met een bocht om hem heen zou lopen, merkte op: 'Dein Text ist sensibel, aber zugleich radikal.' Aardige man!

Meer over