Camera Van der Elsken klikte altijd en overal

'De manier waarop hij in de film sprak over zijn ziekte, zo sprak hij nooit tegen mij. Dat bewaarde hij voor het publiek.' Anneke van der Elsken kijkt de camera ietwat verbaasd aan....

RONALD OCKHUYSEN

Voor Ed van der Elsken (1925-1990) was fotograferen net zo iets als ademhalen. Van der Elsken zag mensen in zijn omgeving - naasten en passanten - als personages in een door hem te schrijven toneelstuk. Geliefdes, zwervers, pubers, bejaarden; zij waren prooien voor de lens.

Uit de documentaire die Jan Bosdriesz maakte voor Het uur van de wolf, rijst een monomaan beeld op van Van der Elsken. Waar hij ook was, klikte zijn camera. 'Het liefst zou ik een cameraatje in m'n kop laten bouwen.'

De man met een camera vastgeplakt aan het hoofd blijkt in Bosdriesz' portret behalve bezeten ook liefdevol en sentimenteel. Zijn ex-echtgenoten spreken over hem met van weemoed vervulde blikken. Een makkelijke man was Van der Elsken niet - hij vroeg zijn vrouwen ruzies na te spelen voor zijn egodocumenten - de herinneringen aan zijn branie, aan zijn woeste plannen, smaken zoet.

Behalve een portret wilde Jan Bosdriesz een documentaire maken waarin een relatie wordt gelegd tussen het fotografische werk van Van der Elsken en diens films. Jan Vrijman, Hans Keller en Johan van der Keuken halen daartoe herinneringen op. Vrijman rept over 'een klein, brutaal, blond, beweeglijk kereltje' dat altijd zijn eigen gang ging en Keller schetst hoe eigenzinnig de cameraman Van der Elsken kon zijn; een interview opnemen met Geraldine Chaplin zag hij niet zitten omdat de actrice en de film waarin zij speelde niks zouden voorstellen.

Die opstandigheid lijkt Van der Elsken, begin jaren zestig, ingegeven doordat de muze van de fotografie hem dan in de steek heeft gelaten. In de jaren vijftig kon Van der Elsken zijn plannen naar hartelust verwezenlijken ('Ik hoefde maar te piepen en er werd een boek uitgegeven'), maar nadat de tv haar intrede heeft gedaan, verliezen de uitgevers hun interesse voor fotoboeken.

Van der Elsken bouwt vervolgens een filmcamera die hij in zijn eentje kan verplaatsen, een novum in die dagen, en gaat de straat op om van alles te filmen, iets dat hij blijft doen nadat het tussen hem en de fotografie weer is goed gekomen.

Mensen, veel mensen, zijn eigen gezinsleven, paarden, van alles wordt er op foto en film vastgelegd. Tot en met zijn eigen ziekbed.

In Bye spreekt Van der Elsken zijn kijkers toe als zijn beste kameraden. Pijn, verdriet, zijn bonzende bloed in koude aderen; de kijker krijgt het aangereikt alsof de dood van Van der Elsken de dood van een dierbare is.

Door die bewegende beelden te koppelen aan Van der Elskens foto's, toont Bosdriesz dat die persoonlijke aanpak de kracht en de zwakte van Van der Elsken was. Zijn foto's werden er onvergetelijk en onontkoombaar door. Zijn films daarentegen niet meer dan bewegende dagboekaantekeningen.

Ronald Ockhuysen

Meer over